is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 326-365, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 16231

1. De huurder van woonruimte die een ruil van woonruimte wenst te bewerkstelligen, kan de kantonrechter, ongeacht enig andersluidend beding, verzoeken, dat hij gemachtigd wordt om een ander in zijn plaats als huurder te stellen. Indien op de woonruimte de Woonruimtewet 1947 van toepassing is, moet de verzoeker een ten behoeve van de voorgestelde huurder afgegeven vergunning van burgemeester en wethouders met betrekking tot die woonruimte overleggen. De tot dit doel verstrekte vergunning vervalt, behoudens verlenging, een maand nadat op het verzoek onherroepelijk is beslist. 2. De rechter beslist met inachtneming van de omstandigheden van het geval, met dien verstande dat hij het verzoek slechts kan toewijzen, indien de huurder een zwaarwichtig belang bij de ruil van woonruimte heeft en dat hij dit steeds afwijst, indien de voorgestelde huurder vanuit financieel oogpunt niet voldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huurovereenkomst. De rechter kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen.

Artikel 1623m

1. De partij bij een huurovereenkomst, of de medehuurder ten aanzien van wie ingevolge artikel 1623h, zevende lid, is beslist dat hij de huurovereenkomst niet zal voortzetten, die noch een verweerschrift heeft ingediend, noch ter mondelinge behandeling is verschenen, kan tegen de beschikking in verzet komen door indiening van een verzoekschrift ter griffie van het kantongerecht. 2. De termijn van verzet loopt gedurende twee weken na de dag waarop de beschikking aan de persoon bedoeld in het eerste lid in persoon is betekend of zich een andere omstandigheid heeft voorgedaan, waaruit voortvloeit dat de beschikking hem bekend is. 3. Het verzet kan in geen geval later worden gedaan dan zes maanden na de dag van de beschikking.

Artikel 1623n

1. Ontbinding van de huurovereenkomst op de grond dat de huurder zijn verplichtingen niet nakomt, kan slechts door de rechter geschieden. 2. Alvorens de ontbinding van de huurovereenkomst uit te spreken, kan de rechter de huurder een termijn van ten hoogste een maand toestaan om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. 3. Indien de huurovereenkomst overigens krachtens een bepaling in de overeenkomst zonder opzegging zou eindigen, moet zij niettemin worden opgezegd. De artikelen 1623b-1623f vinden alsdan toepassing. 4. Elk met dit artikel strijdig beding is nietig.

Artikel 1623o

1. Indien iemand door eigendomsovergang verhuurder van woonruimte in de zin van artikel 1623a is geworden en een krachtens een geldend bestemmingsplan op het verhuurde liggende bestemming wil verwezenlijken, ontbindt de rechter op vordering van de verhuurder de huurovereenkomst met ingang van een door hem te bepalen datum. 2. De huurder heeft recht op schadeloosstelling. Wanneer de huurtijd nog een of meer jaren moet duren, is de schadeloosstelling gelijk aan de huurprijs van twee jaren. Wanneer de huurtijd minder dan een jaar moet duren, i s de schadeloosstelling gelijk aan de huurprijs van een jaar. Bij de berekening der schade wordt niet gelet op veranderingen, welke kennelijk zijn tot stand gebracht om de schadeloosstelling te verhogen.