is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 326-365, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadat deze is aangepast op grond van de Aanpassingsregeling pensioenen en de regelen, vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid van artikel 46a; a. niet minder dan f 20.841,-, b. niet meer dan f 165.957,-. 2. De artikelen 34c worden gelezen: 1. Indien de pensioengrondslag, waarnaar het pensioen is berekend, na toepassing van de Aanpassingsregeling pensioenen en de regelen, vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 46a, op de dag, met ingang waarvan dit hoofdstuk voor de eerste maal ten aanzien van het pensioen toepassing vindt, lager is dan f 17.914,-, wordt het met toepassing van de voorgaande artikelen berekende bedrag van het algemeen ouderdomspensioen, dat wordt gerekend deel uit te maken van het pensioen, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller is vorenbedoelde pensioengrondslag op bedoelde dag en de noemer isf 17.914,-. De uitkomst vormt in dat geval het bedrag, dat gerekend wordt deel uit te maken van het pensioen. 2. Indien voor de berekening van een diensttijdspensioen en een invaliditeitspensioen een verschillende aangepaste pensioengrondslag, bedoeld in het eerste lid, heeft gegolden wordt voor de toepassing van het eerste lid uitsluitend uitgegaan van het gevonden hoogste bedrag. 3. De artikelen 43 vervallen. 4. De artikelen 46aworden gelezen: 1. Indien Wij in de bezoldiging van het rijkspersoneel met ingang van een dag na 31 december 1975 een wijziging aanbrengen en bepalen in hoeverre deze wijziging een algemeen karakter draagt, stellen Wij bij algemene maatregel van bestuur regelen, krachtens welke de pensioenen in overeenkomstige mate worden aangepast aan die bezoldigingswijziging, voor zover deze een algemeen karakter draagt. 2. Voor pensioenen, vastgesteld naar een pensioengrondslag, overeenkomende met die, als bedoeld in artikel 13, negende lid, onder a, en voor pensioenen, toegekend krachtens artikel 37 aan ouders, grootouders of schoonouders, kan bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald dat deze pensioenen in een andere mate en op een ander tijdstip worden aangepast dan overeenkomstig de in het eerste lid bedoelde bezoldigingswijziging. 3. Onder pensioen, bedoeld in het eerste lid, worden niet begrepen de pensioenverhogingen, gegrond op artikel 22 van deze wet, zoals deze tot 1 januari 1957 luidde. 5. De artikelen 46bworden gelezen: In dezelfde mate waarin en met ingang van hetzelfde tijdstip waarop de pensioenen ingevolge artikel 46a worden aangepast, worden bij de algemenen maatregel van bestuur, als in dat artikel bedoeld, gewijzigd de bedragen, genoemd in de artikelen 13, negende lid, 15, eerste lid, en 34c. 6. Na artikel 46b wordt een nieuw artikel 46c ingevoegd, luidende:

Artikel 46c

1. Bij de berekening van krachtens deze wet toe te kennen pensioenen wordt uitgegaan van pensioengrondslagen, nadat deze op grond van de Aanpassingsregeling pensioenen en de regelen, vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in het eerste lid van artikel 46a, zijn aangepast op de dag, waarop het pensioen of het hogere pensioen, bedoeld in artikel 54, ingaat.