is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 366-400, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Bij de toepassing van artikel 101, vierde lid, der Lager-onderwijswet 1920 en artikel 73, derde lid, der Kleuteronderwijswet wordt voor het op de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wet lopende vijfjarige tijdvak de extra vergoeding voor de in het in artikel 2 omschreven gebied gevestigde bijzondere scholen bepaald op de som van enerzijds de per leerling onderscheidenlijk per lokaal en per kleuter omgerekende overschrijdingsbedragen, berekend over de kalenderjaren vóór het jaar waarin de datum van inwerkingtreding dezer wet valt, en anderzijds de per leerling onderscheidenlijk per lokaal en per kleuter omgerekende overschrijdingsbedragen over de overige jaren van dat tijdvak. De hieruit voortvloeiende uitgaven, betrekking hebbende op de kalenderjaren vóór de datum van inwerkingtreding dezer wet, komen ten laste van het openbaar lichaam «Zuidelijke IJsselmeerpolders». 5. Indien de datum van inwerkingtreding dezer wet vóór 1 maart valt, stelt de nieuwe gemeente Lelystad voor het jaar van inwerkingtreding het aantal wekelijkse lesuren, bedoeld in artikel 101 bis, eerste lid, der Lager-Onderwijswet 1920 vast. Treedt de onderhavige wet op of na genoemde datum in werking, dan blijven de reeds vastgestelde getallen van kracht en vindt de vaststelling van de aan de besturen van de bijzondere scholen uit te keren vergoeding voor beloning van vakonderwijzers plaats op dezelfde grondslagen als voordien golden.

Artikel 28

1. Op de datum van inwerkingtreding dezer wet gaan alle archiefbescheiden van het openbaar lichaam «Zuidelijke IJsselmeerpolders», uitsluitend betrekking hebbend op het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid van artikel 2 omschreven gebied, over naar de gemeente Lelystad onderscheidenlijk Dronten, met dien verstande dat de overbrenging als bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1962 ten aanzien van deze bescheiden geschiedt als had deze overgang niet plaatsgevonden. Van de overgang wordt een verklaring opgemaakt volgens de krachtens artikel 2, tweede lid, van de Archiefwet 1962 voor vervreemding van archiefbescheiden gestelde regels. 2. De besturen van de gemeenten Lelystad en Dronten hebben van de in het eerste lid genoemde datum af het recht te allen tijde kosteloos inzage te nemen van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam «Zuidelijke IJsselmeerpolders» en op kosten hunner gemeente afschriften van of uittreksels uit die archiefbescheiden te vorderen, voor zover deze mede betrekking hebben op het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid van artikel 2 omschreven gebied.

Artikel 29

1. Het bepaalde in het eerste lid van artikel 28 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de delen van het tot het bevolkingsregister van het openbaar lichaam «Zuidelijke IJsselmeerpolders» behorende persoons- en woningregister die betrekking hebben op de personen en woningen welke op de datum van inwerkingtreding dezer wet in het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid van artikel 2 omschreven gebied gevestigd dan wel gelegen zijn. 2. De Landdrost van het openbaar lichaam «Zuidelijke IJsselmeerpolders» heeft van de in het eerste lid genoemde datum af het recht te allen tijde kosteloos inzage te nemen van de in dat lid bedoelde delen van het persoons- en woningregister en op kosten van het openbaar lichaam afschriften daarvan of uittreksels daaruit te vorderen.

Artikel 30

Kosten van bijstand als bedoeld in de artikelen 16,17 en 18 van de Algemene Bijstandswet ten behoeve van personen die op of vóór de datum van inwerkingtreding dezer wet woonachtig zijn of geweest zijn in het in het eer-