is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 501-550, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage II

bij artikel 76 van het Reglement van de Buitenlandse Dienst 1951 (Stb. 1970, 74), bevattende de salarisschalen in guldens per maand met salarisanciënniteit in jaren voor de administratieve ambtenaren (met ingang van 1 augustus 1978);

Sal. anc. adm. ambt. E Sal. anc. adm. ambt. D adm. ambt. C 0 1.939 0 2.072 2.334 1 2.072 1 2.202 2.467 2 2.134 2 2.334 2.600 3 2.202 3 2.401 2.731 4 2.268 4 2.467 2.871 5 2.334 5 2.533 3.011 6 2.401 6 2.600 3.080 12 2.467 7 2.665 3.150 14 2.533 8 2.731 3.219 9 2.800 3.289 10 2.871 3.358

Sal. anc. adm. ambt. B adm. ambt. A adm. ambt. A 1e klasse 0 3.011 3.874 4.795 1 3.150 4.027 4.949 2 3.289 4.181 5.103 3 3.428 4.335 5.256 4 3.567 4.488 5.410 5 3.720 4.642 5.563 6 3.874 4.795 5.717 7 4.027 4.949 5.919 8 4.181 5.103 9 4.335

Behoort bij artikel I van het Koninklijk besluit van 4 september 1979, Stb. 505.

Mij bekend,

De Minister van Buitenlandse Zaken, C. A. van der Klaauw

NOTA VAN TOELICHTING

De salarissen van het personeel van de buitenlandse dienst werden in 1950 om verscheidene redenen liggende in het vlakder belastingen en pensioenen op het binnenlandse salarispeil gebracht en volgen sindsdien in het algemeen de ontwikkeling van de salarissen van het binnenlandse rijkspersoneel.

In verband hiermede zijn de in de afgelopen jaren hierte lande getroffen salarisvoorzieningen telkens bij Koninklijk besluit op het personeel van de buitenlandse dienst van toepassing verklaard.

Het bijgaande ontwerp-besluit beoogt zulks te doen geschieden ten aanzien van de salarisvoorzieningen die voor het binnenlandse rijkspersoneel zijn getroffen bij de besluiten van 4 oktober 1978 (Stb. 524), van 20 februari 1979, (Stb. 64) en van 3 april 1979 (Stb. 194).

Het in artikel II bedoelde hoofdstuk II van het besluit van 4 oktober 1978 alsmede het in artikel III bedoelde hoofdstuk I van het besluit van 3 april 1979 zijn in werking getreden op 1 januari 1978.

In verband met het vorenstaande is in artikel IV van het onderhavige ontwerp-besluit de terugwerkende kracht van de artikelen II en III tot de hiervoor bedoelde datum geregeld.

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,

Van Agt