is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Administratie van het ambtenaarschap; intree- en uittreeberichten

Artikel B 10

1. Deze wet beschouwt elke dienstverhouding van de ambtenaar als een afzonderlijk geheel tenzij uit de bepalingen van deze wet het tegendeel blijkt. 2. Hij die ambtenaar wordt ontvangt van het orgaan voor iedere dienstverhouding waarin hij deze hoedanigheid verkrijgt een geschrift waaruit dit blijkt, intreebericht genaamd. 3. Het orgaan zendt onmiddellijk een afschrift van het intreebericht aan de directie. 4. Bij het eindigen van het ambtenaarschap zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing. Het dan verstrekte geschrift is het uittreebericht. 5. Ook met betrekking tot andere geschriften dan de intree- en uittreeberichten, waarvan de kennisneming voor de directie van belang kan zijn voor de toepassing van dit hoofdstuk, kan de directie bepalen dat haar daarvan afschrift wordt toegezonden. 6. De directie geeft voorschriften omtrent de uitvoering van dit artikel en kan daarbij een bepaald orgaan van een lichaam aanwijzen dat met de uitvoering van dit artikel voor dat lichaam is belast. Deze voorschriften behoeven de goedkeuring van de Raad van toezicht.

Artikel B 11

1. De directie houdt toezicht op de verstrekking van de intree- en uittreeberichten en kan ambtshalve zodanig bericht vaststellen, wijzigen of intrekken; van haar beslissingen hieromtrent stelt de directie het desbetreffende orgaan en de betrokkene schriftelijk in kennis. 2. De bevoegdheid van de directie ambtshalve een intreebericht te wijzigen of in te trekken kan slechts worden uitgeoefend binnen drie maanden na de dag waarop de directie het afschrift van het intreebericht heeft ontvangen. Indien de directie binnen evengenoemde termijn aan het orgaan en aan de betrokkene schriftelijk mededeelt nog niet te kunnen beoordelen of het intreebericht op de wet is gegrond, wordt deze termijn tot een jaar verlengd. Zodra de directie na de evenbedoelde mededeling een beslissing heeft genomen stelt zij het orgaan en de betrokkene hiervan schriftelijk in kennis. 3. Het ambtenaarschap van degene aan wie naar het oordeel van de directie geen of nog geen intreebericht had mogen worden verstrekt, eindigt eerst met de dag volgende op die waarop de directie haar beslissing heeft verzonden aan het desbetreffend orgaan en aan betrokkene.

Artikel B 12

Indien een ambtenaar in gemeenschappelijke dienstverhouding staat tot twee of meer lichamen wordt hij voor de uitvoering van deze wet geacht ambtenaar te zijn bij een van die lichamen. Laatstbedoeld lichaam wordt door de directie aangewezen na overleg met de ter zake betrokken organen.

Artikel B 13

1. Ten aanzien van hem die ambtenaar is uit hoofde van zijn dienstverhouding tot een lichaam, niet zijnde het Rijk, een provincie, gemeente, waterschap, veenschap of veenpolder, worden bij algemene maatregel van bestuur voorschriften gegeven omtrent zijn ten laste van dit lichaam komende aanspraken bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekten of gebreken, zolang hij op grond daarvan geen recht heeft op invaliditeitspensioen. Bij deze alg e ' mene maatregel van bestuur kunnen tevens regelen worden gesteld omtrent ten laste van het betreffende lichaam komende aanspraken op een overlijdensuitkering van nagelaten betrekkingen van een overleden rechthebbende op een aanspraak, als bedoeld in de vorige volzin.