is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Indien aan de belanghebbende een uitkering, als bedoeld in het eerste lid, is toegekend, vervallen alle aanspraken, die kunnen worden ontleend aan het ambtenaarschap, in dat lid bedoeld.

Artikel U 6

Voor het nemen van het eerste besluit krachtens artikel B 7 blijft het horen van de Raad van toezicht achterwege.

Behoort bij hoofdstuk C, Bijdrage en verhaal

Artikel U 7

1. Artikel C 5 is slechts van toepassing op drempeltijd voor zover doorgebracht na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet. 2. De artikelen C 2, tweede lid, en C 6, vierde en vijfde lid, zijn eerst van toepassing met ingang van het jaar volgend op het eerste jaar waarin deze wet van kracht is.

Artikel U 8

1. Gedurende vijfjaren na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet wordt voor de toepassing van artikel C 1 mede onder ambtelijk inkomen begrepen het genot van vrij wonen en van andere dergelijke emolumenten bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Pensioenwet 1922. 2. Het vorige lid geldt slechts ten aanzien van de emolumenten, die op de dag voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet bestanddeel vormen van een wedde in de zin van artikel 31 van de Pensioenwet 1922.

Behoort bij hoofdstuk D, Diensttijd

Artikel U 9

1. In afwijking van artikel D 5 komt van de drempeltijd die krachtens dat artikel als diensttijd in aanmerking komt, het gedeelte dat vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet is gelegen, slechts in aanmerking als diensttijd indien deze is ingekocht. 2. Op deze inkoop zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 40, 41,42, en 42c van de Pensioenwet 1922, zoals deze laatstelijk luidden vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat a. als dag van inkoop geldt de dag waarop belanghebbende de hoedanigheid van ambtenaar verkrijgt; b. als pensioengrondslag geldt het bedrag dat als zodanig zou hebben gegolden, wanneer belanghebbende op de laatste dag van het in te kopen tijdvak reeds ambtenaar in de zin van de Pensioenwet 1922 zou zijn geweest; artikel F 6, derde lid, is hierbij van toepassing; c. de als inkoopsom te betalen bijdrage wordt berekend met overeenkomstige toepassing van het tarief vermeld in artikel V 8.

Artikel U 10

1. Hij die ambtenaar wordt, kan voor pensioen inkopen de tijd doorgebracht vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, indien hij deze tijd krachtens de artikelen 40 en 42a van de Pensioenwet 1922 zou hebben kunnen inkopen, wanneer hij vóór dat tijdstip ambtenaar in de zin van de Pensioenwet 1922 zou zijn geworden. De vorige volzin is niet van toepassing op tijd doorgebracht in dienst van het Staatsmijnbedrijf, indien over die tijd pensioen is of zal worden toegekend krachtens een voor personeel van dit bedrijf geldende pensioenregeling.