is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 701-750, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Indien de echtgenoot van degene, aan wie arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, aanspraak heeft op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, indien en voor zover deze het bedrag van het ouderdomspensioen van de echtgenoot overtreft. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing, indien er na het overlijden van een der echtgenoten bij de langstlevende der echtgenoten sprake is van samenloop van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk een uitkering als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder a, en een uitbetaling ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, onderscheidenlijk een ouderdomspensioen, dat in verband met de toepassing van artikel 14, vierde lid, van die wet niet wordt herzien. Artikel 10, zesde lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing. 3. Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige leden wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk wezenpensioen of ouderdomspensioen tevens verstaan de vakantieuitkering, waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk dat wezenpensioen of ouderdomspensioen recht bestaat, voorzover die vakantieuitkeringen over dezelfde perioden zijn berekend. 4. Onze Minister kan met betrekking tot het bepaalde in het tweede en derde lid nadere regelen stellen.

M

In artikel 37 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het zesde lid wordt «6, vierde lid» vervangen door: 6, zesde lid. 2. In het zevende lid vervallen de woorden «een gehuwde vrouw, alsmede».

N

In artikel 38 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het eerste lid vervalt. 2. Het tweede lid wordt vernummerd tot eerste lid en wordt gelezen: 1. De vrouw, wier arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met het bepaalde in artikel 32, eerste lid, onder b, is ingetrokken, heeft, indien zij sedert de dag, waarop de intrekking plaatsvond, onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien zij geen recht meer heeft op het weduwenpensioen of de tijdelijke weduwenuitkering ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet. 3. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid waarna de woorden «met ingang van welke de betrokkene geen gehuwde vrouw meer is, onderscheidenlijk met ingang van welke zij geen recht meer heeft», worden vervangen door: met ingang van welke de betrokkene geen recht meer heeft. 4. Het vierde lid wordt vernummerd tot derde lid, waarna in dat lid: «6, vierde lid» wordt vervangen door: 6, zesde lid.

O

In de aanhef van het eerste lid van artikel 44 wordt tussen «wordt» en «de uitkering» ingevoegd:, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12a, 12b en 12c,.

P

Artikel 48 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onder vernummering van het derde, vierde en vijfde lid tot vierde, vijfde en zesde lid wordt een nieuw derde lid ingevoegd, luidende: