is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1995, no. 591-600, 01-01-1995

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 5.2:3

Binnen de particuliere beveiliging is een specifieke tak van dienstverlening aanwezig, de zogenoemde mobiele surveillance. Het werk kenmerkt zich door een arbeidstijdpatroon, dat vooral de avond en de nacht omvat. De werknemer rouleert dan ook in zijn functie van mobiele surveillant over de beschikbare avond- en nachtdiensten. Voor deze diensten is echter een afwijking van de Arbeidstijdenwet noodzakelijk, omdat de normstelling voor nachtarbeid in de Arbeidstijdenwet uitgaat van een spreiding van de werkzaamheden over alle dagdelen.

Het eerste lid van artikel 5.2:3 geeft aan dat dit artikel uitsluitend voor de eerder geschetste werkzaamheden toepasbaar is. In het tweede lid wordt de afwijking aangeduid, namelijk artikel 5:8, derde lid, onderdeel b, onder 2°, van de Arbeidstijdenwet. De overige voorschriften uit dat artikellid blijven dus onverkort van toepassing. Bovendien is de toegestane afwijking slechts toepasbaar bij collectieve regeling.

In het derde lid van artikel 5.2:3 wordt het voor de werkgever mogelijk om de arbeid zodanig te organiseren dat de werknemer - uitgaande van een 5-daagse werkweek - afwisselend bijvoorbeeld een week 's avonds en een week 's nachts werkt.

Artikel 5.2:4

Het karakter van beveiligingswerkzaamheden brengt nogal eens met zich dat de functie door één persoon wordt vervuld en er geen mogelijkheid is om een pauze in de zin van artikel 1:7, onderdeel e, van de Arbeidstijdenwet te hebben. Bij een pauze heeft de werknemer immers geen enkele verplichte bemoeienis ten aanzien van de bedongen arbeid. Zou de betrokken werknemer wel een pauze hebben, dan zal op dat moment in het kader van de beveiliging een andere werknemer de arbeid moeten overnemen. Dit is echter organisatorisch met name tijdens nachten weekenddiensten onmogelijk. Bovendien is de intensiteit van de arbeid tijdens deze diensten van een zodanig niveau, dat er voldoende rustmomenten in de arbeid zelf aanwezig zijn.

De in het eerste lid van dit artikel aangeduide afwijkingen zijn uitsluitend toepasbaar bij collectieve regeling. Het betreft dus een afwijking van de pauzeregeling, waarbij de voorwaarden van het tweede lid van artikel 5.2:4 in acht moeten worden genomen. Dat tweede lid geeft aan sociale partners de mogelijkheid om bij collectieve regeling op die plaatsen waar zij dit nodig achten de pauze achterwege te laten, daar zij bij uitstek degenen zijn, die dit het best kunnen beoordelen of de intensiteit van de arbeid dat toestaat. Toepassing van dit artikel maakt het op grond van het derde lid mogelijk om in het weekend 12-uursdiensten met daarbinnen 12 uren arbeid te verrichten. Indien artikel 5.2:4 wordt toegepast, vereist het tweede lid van dit artikel dat de werknemer niet meer dan gemiddeld 40 uren per week arbeid verricht. Door deze bepaling wordt de lange dienstbelasting van de 12-uursdienst en het ontbreken van de pauze op langere termijn gecompenseerd.

§ 5.3. Brandweer

Algemeen

Brandweertaken worden in Nederland uitgevoerd door beroepsbrandweer, vrijwillige brandweer en bedrijfsbrandweer. Beroepsbrandweer en vrijwillige brandweer zijn voor hun taken in burgerlijke openbare dienst aangesteld om werkzaamheden te verrichten. In specifieke rechtspositieregelingen worden voor deze werknemers de werktijden vastgesteld. Die regels komen in het algemeen op lokaal niveau tot stand, waarbij de op centraal niveau afgesproken uitgangs-