is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1996, no. 151-166, 01-01-1996

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

documenten en op de doorvoer. Op deze onderwerpen wordt in paragraaf 3 van het algemene deel van deze toelichting nader ingegaan.

Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om nadere uitvoeringsregels vast te stellen op het gebied van het gebruik van geweld.

3. Vergelijking met het Besluit inzake de douane

Het in Nederland geldende stelsel van formaliteiten en toezicht op het gebied van de douane is thans (voornamelijk) neergelegd in het Besluit inzake de douane, welke is gebaseerd op de Wet inzake de douane. Deze laatste wet zal, overeenkomstig de hiervoor genoemde Invoeringswet worden ingetrokken, waardoor ook de rechtsbasis komt te vervallen voor het Besluit inzake de douane. Een deel van de in dat besluit opgenomen bepalingen zullen (althans inhoudelijk) opnieuw worden opgenomen in het onderhavige besluit. Het grootste deel van het Besluit inzake de douane wordt echter niet in het onderhavige besluit opgenomen. Dit vloeit enerzijds voort uit het feit dat veel van de in het Besluit inzake de douane neergelegde bepalingen zijn opgenomen in het Communautair douanewetboek of de daarop gebaseerde toepassingsverordening. Anderzijds zullen een groot aantal bepalingen uit het huidige Besluit inzake de douane in de herziene nationale douanewetgeving worden geregeld bij ministeriële regeling. Dat doet zich met name voor in de gevallen waarin de communautaire wetgeving bevoegdheden verleent aan de douane-autoriteiten, hetgeen voor Nederland betekent: aan de inspecteur of aan de ontvanger (zie artikel 4 van de Douanewet). Indien het wenselijk wordt geacht, bij voorbeeld vanuit een oogpunt van uniformiteit, dat deze bevoegdheden worden uitgeoefend op een bepaalde wijze, kunnen ter zake bindende voorschriften worden vastgesteld bij ministeriële regeling.

4. Wijzigingen als gevolg van het Communautair douanewetboek

4.7. Aangiften en documenten

In de tot op heden van toepassing zijnde nationale douanewetgeving is het toezicht op binnenkomende en uitgaande goederen voornamelijk gebaseerd op documenten. Een document is een door de douane afgegeven bescheid. De afgifte van dit bescheid vindt plaats door ondertekening (visering) door de douane van een gedane aangifte.

Feitelijk houdt de visering in dat de douane aan de aangever toestemming verleent om aan de goederen de door hem door middel van de aangifte verzochte bestemming te geven. Bij het doen van de aangifte heeft de aangever de verplichting op zich genomen om de goederen ook daadwerkelijk de door hem verlangde bestemming te geven.

Het afgegeven document dient ter dekking van bepaalde handelingen (bij voorbeeld de in- en uitslag in en uit opslaginstituten) en vervult een zogenoemde geleidefunctie gedurende bepaalde vormen van opslag en gedurende het vervoer onder douaneverband van goederen. Het document vormt op deze wijze de basis voor de controle op de naleving van de wettelijke bepalingen. Bij niet-naleving van deze wettelijke bepalingen treedt veelal de consequentie op dat op het document niet alle vereiste aantekeningen van de douane worden geplaatst, hetgeen wil zeggen dat dit document (al dan niet gedeeltelijk) niet wordt gezuiverd. Deze (gedeeltelijke) niet-zuivering van het document heeft gevolgen voor de aangever. Allereerst wordt door deze niet-zuivering de belasting verschuldigd. Daarnaast beloopt de aangever een administratieve boete wegens het niet-nakomen van zijn verplichtingen.

Uit het vorenstaande blijkt dat een aantal formele zaken (verschuldigd-