is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1997, no. 1-20, 01-01-1997

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rankingscriteria worden vastgesteld, worden bereikt, dat vervolgprojecten een zekere voorrang krijgen op andere projecten.

De bijdrage aan het bereiken van de ecologische doelstellingen moet aanmerkelijk zijn. Beoogd wordt dat de uiteindelijke verbeteringen uitgedrukt kunnen worden in tientallen procenten ten opzichte van de huidige situatie en niet in slechts een paar procenten.

De doelstellingen kunnen thans niet voor de gehele looptijd van het programma worden vastgesteld. Regelmatig zal worden bezien, wat in de eerstvolgende jaren de prioritaire ecologische ambities zijn. Daarom zullen deze bij ministeriële regeling worden vastgesteld. In eerste instantie kan daarbij gedacht worden aan doelstellingen zoals die welke zijn opgenomen in de Subsidieregeling economie, ecologie en technologie:

- substantiële vermindering van de milieubelasting door proceswater, inclusief koelwater, in de Nederlandse industrie; - substantiële vermindering van het afvalprobleem van de Nederlandse industrie; - volledige integratie van het milieu in het productontwikkelingsproces; - substantiële beperking van emissies en energieverbruik in de sector verkeer en vervoer; - substantieel gebruik van hernieuwbare grondstoffen; - substantieel gebruik van duurzame energiebronnen.

Artikel 2

Dit artikel bevat, tezamen met de in artikel 8 bedoelde rankingscriteria en de afwijzingsgronden van artikel 10, de criteria voor het verstrekken van subsidie. Centraal in de criteria staat, dat het moet gaan om een E.E.T.-project. Dit impliceert dat voldaan moet zijn aan alle in de van toepassing zijnde definities van artikel 1 opgenomen elementen.

Aanvragen om subsidie op grond van dit besluit kunnen slechts worden ingediend door deelnemers in een samenwerkingsverband. Van een samenwerkingsverband dienen steeds ten minste twee partijen, natuurlijke personen of rechtspersonen, deel uit te maken, waarvan er ten minste één ondernemer dient te zijn. De motivering hiervoor is dat zo de kans vergroot wordt dat de opgedane kennis ook daadwerkelijk in de praktijk zal worden toegepast.

Het begrip «ondernemer» is in artikel 1, onder e, gedefinieerd. Daarbij is voorzien in de mogelijkheid om bepaalde categorieën ondernemers uit te sluiten. Die mogelijkheid kan bij voorbeeld worden benut voor het uitsluiten van die soorten ondernemers, van wie geen bijdrage aan de vorenbedoelde doelstelling ten aanzien van praktijktoepassingen kan worden verwacht.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de financiële bijdrage die alle deelnemers in een samenwerkingsverband - naast een inhoudelijke bijdrage-ten minste moeten leveren aan het E.E.T.-project. Deze financiële bijdrage toont het commitment van de betrokken deelnemers. In de Subsidieregeling economie, ecologie en technologie was daaromtrent bepaald, dat een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wiens aandeel in de projectkosten voor in totaal meer dan 75 procent wordt bijgedragen door de subsidie of door een andere deelnemer in het samenwerkingsverband, niet als een deelnemer in een samenwerkingsverband wordt beschouwd. Dat betekende dat, indien een partij minder dan 25 procent van de eigen kosten zelf draagt, deze niet als deelnemer in het samenwerkingsverband werd gezien, maar als derde. Indien aan continuering van deze bepaling of een soortgelijke behoefte bestaat, zal dat bij ministeriële regeling worden geregeld.

Deelname in het samenwerkingsverband van universiteiten of mede met publieke middelen gefinancierde onderzoeksinstituten als de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) is gewenst, omdat het goed aansluit bij de doelstelling