is toegevoegd aan je favorieten.

Jaarboekje voor de stad Delft, 1862, 1862

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slratbaer (e zijn, gelijck de «elven sedilieuse persoonen; Ende indien yemant ecnighe der selven persoonen weet acn te wijsen , sulcx dat de selve daer door sullen mogen werden bekomen , sullen voor el eken Persoon genieten lot een vereen nge de somnie van hondert Carolus guldens , 1) gelijck oock voor een gratuileyt genoten sal werden de somnie van vijf ende twintich guldens voor elckcn Persoon , bij yemandt. secretelijck met waarbeydt te nomineren aende voorsz. Magislraet , die inde voorsz. oprocrle, sedilie ende gbewclt boven de voorsz. ghenomineerde Persoonen mede handtdadigh souden mogen zijn geweest. Aldus gbedaen binnen der Sladt DeKt, den thienden Angusli Anno seslhien bondert ende sesthien. Ter Ordonnancie vande 1511. Commissarissen ten desen eedeputeert F. GRIEP.”

1). Het is bekend , welke groote geldsommen dikwijls op bet hoofd van gevaarlijke misdadigers werden gezet; evenzoo werden hooge boeten bedreigd tegen hen, die zulke kwanten «hnysen, honen ofte herberghen” zouden. Zoo lees ik o. a, in het 2e keurb. v. Delft, p. 806, dat een boete van duizend gld. „én arbitralicke gbestraft te werden an sijn Lijff” bedreigd werd tegen een iegelijk, die Matheus ghijsbrechtsz., zoon van ghijsbrecht matheusz., smit, «die Inde: Koestraet plach te woenen,” in zijn huis opnam, «Actura den XXijen meije 1564.” Uit de Crimineel-ioeken blijkt niet, wie hij was en wat hij misdaan had.— Mr. J. S.

13