is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen, jrg 10, 1926-1927, no 3, 15-03-1926

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dej«t bepaald op de ledenlijsten dier partijen staan, in de practijk ?en zij dan toch, zéér slaafs en gehoorzaam het door mannen irdif&ven partij-parool.

:isje| 1 Nieuw bewijs daarvoor is het niet-meedoen aan de actie voor pre^etering der huwelijkswetten door de S.-D. Vrouwenclubs iniiyter uit „partij"-overwegingen, daar zij zakelijk het met de drie )nd^0°fdpunten eens zijn. Mijn eerste bewering lijkt mij dus nog steeds

ge' 'l de tweede plaats is foutief de vergelijking van de VrouweneH'egjng met de arbeiders-beweging, zegt Mevr. v. d. Hoeve— N^ker en toont dat overtuigend aan. Inderdaad zulk eene verge^laiwkirjg — aj zjjn er veje pUnten van overeenkomst („opstand der

ing|chteloozen"niet waar?) — gaat niet op maar ik heb die

,9t) ook niet gemaakt, zooals blijkt uit de volgende zinsnede uit het -J 'keltje:

„Er wordt dikwijls een parallel getrokken tusschen de arbeiders- en de vrouwenbeweging. Zou in tactiek de laatste niet iets kunnen leeren van de eerste? Welnu, de arbeiders hebben ter opheffing van den grooten achterstand in hunne rechtspositie voor het overgroote deel zich ook niet ermede tevreden gesteld zich bij de toenmaals bestaande politieke partijen aan te sluiten teneinde te trachten aldaar gehoor voor hunne verlangens te krijgen. Zelfstandig zijn zij voor zich zelf opgetreden en met welk resultaat!"

In \\r tni'i' onl/al oti o 11 aan o rrrl r*f Ho Wipyprpsspn

L. •» . Utu 1 rv 111 ij v^iirv^i v.-ii ciiiv^v-ii aigcviaagu

betf ^ctiek ter bereiking van haar doel niet iets kunnen leeren van de

. .Mi i . — ■

•u

fge:

W3':; eliffl

r u'!

Djiiil

: dj ige]

; D red''i

iH.;

A.P. Waarom moet haar frissche en vrije kijk op het staats-

betf

gewrongen en noodwendig verwrongen worden in die oude a 'hans zieletogend neerliggende politieke „antithese", die reeds

kw ** uei poimeKe leven uei mannen ui una iauu neen vti u^uuu ofl' ais in geen enkel ander land ae godsdienst in de politiek en de IJ'tiek in den godsdienst heeft gebracht tot schade van beiden? J) an het nut hiervan niet inzien! In verband met den eigenaardigen

Stanrl in nnc land is nnlr waardplnns dp vprerpliikine ; ZOOals

te,,-" .. J°

Kakker-iNort aeea — met net DUitemana.

mi Jo »-m i i m nr ollrir.M «■» o v iAr\'-rri rl v

4 nu xö ïuijiic öiciiiiit; a-iiccii maai \acii ccut /-cnoiuiiuigw

dn Renwoordiging der vrouwen in de Tweede Kamer een zoo-

h nige heilzame invloed op de andere partijen zou kunnen uitoefe-

192;

" (nl allooti maar iiif vrppQ HaarHnnr cfpmmpn vin rran

\cil VV ao 11 v l UI 1 V^V-li x 1 iUUl t v x UH/UIIUWJ v au 1

te verliezen, men denke aan de partij van Ds. Kersten

flr\ S~>1 TT" j 1 \ _1 „ J. * i „1^ J.V, ^ ! _ 1 _

mc \^nr. msioriscnen; uai mei zuuaib mans uvei speciaie vrou-

'Ihftl om fYnn x i r r\ +■ /-14- liflAn rrolAAnon I-Iqd^ mon in'ollon'nnc + o n r~\ /A a rlo

Arfl't\x ^iaufc>c'u vvwiui nctug^iuujjwii. nvwu niv-Liv-^v-noLctciiivav-. uc

AI' . _ . __ _ __ . 1 r i _ •• j „ i 1 J 1 • j

d«;

ee^

ni

k rllT\x v-iail&cli wuiui iiccii^ciuupcn. neen nicii iiiv,u^gtnoiaanuc uc

jii,are malaise op diezelfde wijze aan de belangen der arbeiders .J/Ven raken? Neen, nietwaar, maar daarachter stonden dan ook

ifV)

Remmen in de Tweede Kamer met al den directen en indirecten

j* a — — i.

v "Welke zijn dan die „speciale vrouwenbelangen?" vraagt Mevr. ijfev' ^oeve—Bakker. Mij dunkt, dat hierop reeds antwoord is genljji2jtf.eri door het Kamerlid Mr. v. Schaik, toen hij zich in de Kamer^ikj^g van 8 Mei 1919 een warm voorstander van het vrouwenre°ht toonde n.1.: huwelijks- en huwelijksgoederenrecht, oudermacht, onderwijs, woningbouw, drankbestrijding, volksge•j^^heid, arbeidstijden, ziekte, ouderdom en invaliditeit, positie ^Ambtenaressen, waaraan nog de defensie ware toe te voegen. ■ c)i®9h °°1 ang aan deze onderwerpen niet een voor de vrouw te

' t>. ^clarrlpn nnlnccitirr ie orpnfp^rpn hnnHp 711 vnpt Hii c+lilr pn \xrpi_

1 —J "M

* , N-.

oörPa

in het besef harer hooge verantwoordelijkheid, zich als

l «■vrt ;>> _ i • _ _ .1 ii- . .. . i- j.■ . i _ i _ i _..

A'Ort..,'J -siavin voor ae Kleinere pon xieK uer mannen ie ïaxen ge-

..i '*en.

^sterdam 23 Febr. 1926.

enkel woord op het betoog van

v. DULLEMEN

zij mij vergund met e f ^ i.van nnllpmpn in te caan

z°cW1et is zeer zeker waar wat Mr. v. Dullemen constateert, dat er (ïii,, c'e „vernieuwing" en ..veredelinsr" van ons nolitieke leven door

'(it.i .. , , • . " . , ' •

b van ae siem aer Kiezeressen geen leeKep is

e „vernieuwing' i> el van de. stem c

on°e zou iemand dat na deze luttele jaren nu ook reeds kunnen

irg1' j-^ateeren?

l:'j h Vr°uwen in doorsnee zijn niet beter en edeler dan de mannen, .a ';ijk ebben, sommigen misschien, wel een frisscher en onbevangener ' r^v] Ve'e dingen, maar zij hebben nog geen noemenswaardigen <ëe °ec' op de partijleiding. (Denk aan het superioriteitsgevoel van

den man, het inferioriteitsgevoel van de vrouw, waarvan geen van beiden zich in korten tijd kan ontdoen).

Maar al stemmen vrouwen precies zoo als de mannen in haren kring, zooals de vrouwen der R.K. en S.D. vrouwenclubs, daarmee is niet gezegd, dat zij zeer slaafs en gehoorzaam het door mannen gegeven partij-parool zouden volgen.

Zij doen het, voor zoover zij een eigen meening hebben, omdat hare levensvisie dezelfde is als van de manrien, omdat hare belangen en de hunne in dezelfden lijn liggen.

En al raken dan voor 't oogenblik de speciale vrouwenbelangen wel eens in den knel, dat kan mij toch geen moment doen twijfelen aan het verkeerde van een zelfstandige vertegenwoordiging van vrouwen in de Tweede Kamer, gesteld, dat het zou gelukken die te verwerven. Wij zouden de politiek in ons land daarmee nog meer vertroebelen en verknoeien, nog weer een belangenpartij meer in de Tweede Kamer brengen, want wij zouden alleen een partij kunnen vormen met enkele, precies omschreven feministische eischen. Over alle andere, meer algemeene principes, zouden wij dadelijk uiteenvallen, zooals b.v. over drankbestrijding, defensie, arbeidstijden, om maar enkele punten van Mr. v. Dullemen te noemen.

Maar, en daarin ben ik het volkomen eens met Mr. v. Dullemen, de vrouwen kunnen van de S.D.A.P. heel wat leeren, vooral uit haar tijd van opkomst wat betreft den taaien, volhardenden strijd en het met vreugde brengen van offers in tijd en geld en energie.

Doch dat brachten deze strijders niet voor eigen belangen, maar terwille van het ideaal eener schoonere menschengemeen-

schap.

Omdat zij bij geen der bestaande partijen hunne beginselen zagen nagestreefd, richtten zij eene nieuwe partij op.

Maar wij vrouwen vinden in de bestaande partijen meer dan één onderdak voor onze speciale vrouwenwenschen. En wanneer die wel eens in het gedrang komen en vergeten worden door de partijleiding, dan ligt het alleen maar daaraan, dat de vrouwen niet genoeg invloed en zeggenschap hebben, nog te veel buiten staan.

Maar laten de vrouwen toch de groote lijnen zien en naar beginselen leven. Dan alleen zal het, in samenwerking met gelijkdenkende mannen gelukken, van den troebelen, politieken vischvijver een frisschen helderen stroom te maken en ons politieke leven te ontdoen van het bekrompene, nare en stuurlooze dat het nu kenmerkt.

S. v. d. H.—B.

GEEN VROUW GEZANT OF CONSUL.

(Overgenomen uit het Maandbulletin van 15 Februari van het Nat. Bur. v. Vrouwenarbeid).

Nederlandsche vrouwen worden zoowel uit den diplomatieken als uit den consulairen dienst geweerd.

Tot hoofden van vaste gezantschapszendingen worden bij voorkeur benoemd zij, die de ondergeschikte rangen doorloopen hebben, terwijl men om tot den laagsten dier rangen te worden benoemd niet alleen een speciaal examen met goed gevolg moet hebben afgelegd, maar bovendien mannelijk Nederlander moet zijn. Aldus is bepaald in artikel 5, lid 1, van hét Diplomatiek Reglement (Staatsblad 1925, no. 109). |

Ook aan het vergelijkend examen, waaraan candidaten voor den consulairen dienst zijn onderworpen, mag — volgens het consulair Reglement (Staatsblad 1925, no. 110) — alleen door mannelijke Nederlanders worden deelgenomen.

Zoolang deze reglementen niet gewijzigd zijn, zien wij dus de diplomatieke en de consulaire loopbaan beide voor vrouwen gesloten. En voor een verandering in den door ons gewenschten zin is het tijdstip ongunstig, economisch zoowel als politiek.

Op den duur mag'evenwel deze achteruitzetting van de vrouw, uitsluitend wegens haar sekse, niet gehandhaafd blijven.

Geachte Redactie!

Als eenmaal de Nederlandsche wetten, door het Staatsblad heen, zijn vastgelegd, dan heeft de Nederlandsche burger zich daaraan te houden, onvoorwaardelijk zoolang die wetten van kracht zijn. Dat is een waarheid als een koe. Even duidelijk is het, dat een wet niet -kan voorzien in alle denkbare gevallen, in alle mogelijkheden. En daardoor zal er menig staatsburger zijn, die juist pijnlijk ge-