is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1173, 09-03-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN ONS ZEGT

WAT „NEDERLAND WAAKZAAM' ; . , „de hulp van den man"

Toen een vriendelijke hand mij het blaadje „Nederland Waakzaam" van 5 Februari j.1. had gezonden, kwam na lezing deze vraag bij mij op: zijn wij soc. dem. vrouwen bijzonder deugdzaam dat wij onze tegenstanders nooit op die manier uitmaken? Op een manier, zo verregaand grof, dat wij onwillekeurig nog eens de kop van het blaadje bekeken met de spreuk:

„TEGEN DE REVOLUTIE HET EVANGELIE"

Gelukkig, dat het Evangelie anders is!

De onwaarheden in het stukje tegen ons blad „De Proletarische Vrouw" gericht springen naar voren.

Wij zouden de fabrieksarbeid voor de vrouw hebben verheerlijkt! Om alleen dit te noemen, want op beledigingen van personen gaan wij niet in.

Neen, verheerlijkt hebben wij ze zeker niet, wij hebben slechts gewezen op het absoluut-verkeerde om de vrouw de beschermde arbeid te verbieden en haar

(Beverwijk)

Er wordt in ons blad vaak geschreven over de nood in een of ander bedrijf, maar zou er op het ogenblik in één bedrijf groter nood heersen dan in het tuindersbedrijf? Ik zou U er zo graag eens iets over vertellen in de hoop dat U het in De Proletarische Vrouw zult willen opnemen.

Ons gezin bestaat uit man, vrouw en vijf kinderen, waarvan er vier nog schoolgaan. Iedere moeder weet wat dat betekent, vier schoolgaande kinderen; slijtage van schoenen, kousen en kleren! Voor ons trouwen hadden m'n man en ik wat overgespaard en we besloten om van dat geld, met een hypotheek, een eigen huisje te laten bouwen. Er viel toen in het tuindersbedrijf nog wel wat te verdienen. We hadden er een flink stuk land bij en 's zomers werkten we samen van 's morgens vroeg tot 's avonds laat op het land en we konden zodoende steeds aan onze verplichtingen voldoen. Ieder kreeg op tijd zijn geld.

Er kwamen kinderen, de tijd werd slechter. De laatste jaren wisten we niet, hoe we rond moesten komen, 's Zomers verhuurden wij ons huis aan badgasten en het geld wat daarmee verdiend werd, moest weer dienen om mest en zaad voor het land te kopen. Tot in 1937, op een dag in September, onze

daardoor naar de onbeschermde te drijven.

Het ernstigste acht het blaadje, dat de socialistische redactie spreekt van „terugdringen" naar de keuken en huiskamer.

„En dat, terwijl de vrouw, in het algemeen reeds, maar vooral als echtgenote en moeder „de hulp van den man is".

Dit, wat volgens het blaadje, rijkdom en glans geeft aan het vrouwenleven, stellen wij als een ramp voor.

Ach, wat een mannen-redenering!

Natuurlijk wensen de meeste gehuwde vrouwen geen loonarbeid buitenshuis. In verreweg de meeste gevallen is het arbeid uit noodzaak. Maar daarom mag nog geen overheid haar dwingen. Zij is ook 'n vrij mens, al acht deze schrijver haar slechts als „hulp van den man".

En „rijkdom en glans...". Mochten en konden de vrouwen van deze en dergelijke schrijvers zich hier eens over uitspreken!

eerste grote slag kwam. Onze oudste zoon, die groenteboer is en hetgeen wij verbouwen, aan de klanten verkocht, moest in dienst. Weg groentewij k, weg ook klanten. Kort daarna trof ons een tweede slag. Daar we niet op tijd onze aflossing op de hypotheek betaald hadden — helaas konden we onmogelijk anders — kregen we bericht van de bank dat ons huis met tuin dan maar verkocht moet worden. Daar het slechts om een bedrag van 60 gulden ging, begrepen we wel, dat er ook nog iets anders achter zat. M'n man ik zijn n.1. lid van de S.D.A.P. en m'n man kwam

Hoeveel stil en ook wel mokkend-gedragen leed om onderdrukking van haar persoonlijkheid zou hierbij aan het licht komen.

Trouwens van „rijkdom en glans" is in zo weinig van die gezinnen te spreken.

Och, 't is zo theoretisch, dat betoog van dit anti-revolutionnaire blad.

Weet het iets van de gehuwde vrouwen, die uit werken of uit wassen gaan bij particulieren?

Weet het iets van de ontzaglijke grote schare van gehuwde vrouwen, die in de landbouw en aanverwante bedrijven dagtaken verricht?

Waarom komt het blad nu niet op voor die gezinnen, voor deze afgetobde vrouwen met twee dagtaken?

Daar is het werkelijk erg. Daar worden „de Christelijke grondslagen voor huwelijks- en gezinsleven reeds jaren stelselmatig ondermijnd", om met de laatste zin van het artikel te spreken.

Kom, Nederland Waakzaam, „tegen de Revolutie van het Evangelie", span nu eens uw krachten in om deze vrouwen te helpen, om daar betere gezinstoestanden te scheppen. Met het Evangelie zou het in overeenstemming zijn.

wel eens voor de belangen voor anderen op en ja, dat mag men als tuinder nu eenmaal niet doen. Dom blijven, is daarvoor het parool. Goed, ons huis met tuin zou dan verkocht worden, maar er kwamen wel kijkers, maar geen kopers. En daarom verviel alles aan de bank. De tuin konden we huren, maar wij moesten uit het huis en dat viel niet mee, als je er zoveel jaren gewoond hebt. Nu wonen we in een huurhuisje voor ƒ 3.50 in de week.

We krijgen 9 gulden steun en 1 of 2 wagens mest voor 't land, zodat we dat tenminste niet behoeven te kopen-

Maar wanneer de huur eraf is, blijft er 6.50 over en daarvan moet 1.— gulden kolen betaald worden, en 11 cent ziekengeld, want doen we dat niet, dan krijgen we geen toeslag. Verder 51 cent voor de bodes, 26 cent contributie per week voor de kinderen aan A.J.C. en Sportbond, en 19 cent krantengeld. En van het beetje dat er overblijft, moeten we met elkaar leven. En dat is 4.43. Bovendien moet daar ook nog kleding van betaald worden. 's Nachts kan ik niet slapen en

moet steeds maar rekenen

Maar hoe ik reken, ik kom er niet uit.

Een ding is gelukkig, we verstaan elkaar goed en dragen elkanders leed, maar anders

Maar wij leven met de gedachte, dat de tijd eenmaal anders zal worden en hopen allereerst, dat de zomer bster zal zijn voor de tuinders.

Beverwijk. M. D.—C.

De nood in het tuindersbedrijf