is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 33, 1938, no 1201, 21-09-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boekbespreking

„Ouders in opstand" door Sinclair Lewis.

Uitgave: Van Holkema en Warendorf.

Streeft de jeugd tegenwoordig naar zelfstandigheid, is ze bezig zich al vroeg te onttrekken aan het gezag van de ouders?

We dachten het en hoorden het overal.

Maar Sinclair Lewis gaat al een stap verder. Tenminste in een opzicht: de kinderen vertellen de ouders wat mooi en wat lelijk is. Wat ze moeten kopen en wat niet. Welke ideën ze moeten aanhangen en welke hopeloos ouderwets zijn.

Ze zijn dus al niet alleen de gelijken, maar op dit gebied zelfs reeds de overheersers, al hebben ze niet altijd succes. Daar waakt het gezonde verstand van Fled Cornplow, de vader, de nuchtere, energieke zakenman wel voor.

Worden ze dus op geestelijk gebied overheerst, ook aan de andere kant zijn de ouders met handen en voeten gebonden. En hier niet door zelfstandigheid van hun kroost! Neen, integendeel, juist door een hopeloos gebrek daaraan. Zodra namelijk de financiën erbij te pas komen is het gedaan met alle onafhankelijkheidsverklaringen. Dan geldt plotseling enkel nog maar de regel: Kinderen hebben het recht door hun ouders onderhouden te worden.

En als de ouders niet willen, dan is de regering er nog. Waar zou die anders toe dienen, dan om de jeugd de baantjes in de schoot te werpen?

Dat „baantjes" klinkt nu wel mooi, maar het geld van je ouders is toch beter. Immers zowel Howard, de zoon, als Sara, de dochter, houden zich achtereenvolgens met het meest uiteenlopende werk bezig en mislukken zonder mankeren in alles wat ze doen.

Sara heeft Frans gestudeerd, deed voor zes maanden aan liefdadigheid, werd toen verliefd op den agitator Silga en dus overtuigd communiste, tenminste totdat liefde en communisme afgedaan hadden, en eindigt als binnenhuisarchitecte. Of neen, eindigt niet, want, tenslotte trouwt ze met haar baas. Maar dat komt nog.

Howard, de „Noorse God", studeert, maar heeft er genoeg van, wil vlieger of filmster worden, maar trouwt in plaats daarvan met de sympathieke Annabel. Hij komt dan in de automobielzaak van z'n vader, waar hij alleen maar ieder van z'n werk afhoudt en daarvoor nog een aardig bedrag ontvangt.

Is het te begrijpen, dat Fred er genoeg van krijgt en ertussen uit wil? Waarmee hij zich natuurlijk de verontwaardiging van de hele familie op z'n hals haalt. Ze gaan zelfs zo aan z'n verstand twijfelen, dat Sara hem meelokt naar een beroemd psychiater.

Maar dit doet de maat overlopen. Fred zet alle nog resterende bezwaren overboord, overtuigt z'n stille conservatieve

vrouw Hazel, die toch zo graag een beetje met de mode meedoet, van de zaligheid der vrijheid en vlucht met haar naar Europa.

Deze waarlijk revolutionnaire daad heeft verstrekkende gevolgen:

Sara trouwt, Hazel ontpopt zich als vrouw van de wereld en als touriste eerste klas. Howard raakt aan de drank, zodat Annabel met haar inmiddels geboren baby eveneens de vlucht neemt naar Europa. En dit alles omdat de vader, het vaste punt, de steun en toeverlaat, er plotseling niet meer is.

Fred keert alleen terug en gaat met z'n diep gezonken zoon vissen en kanoën op een Canadese rivier, wat een volkomen ommekeer in de geestesgesteldheid van Howard teweeg brengt.

Eind goed, al goed zal men denken.

Maar, Fred ja, die Fred. Hij is nu

onafhankelijk, gaat met z'n vrouw op reis, ziet z'n kinderen in goede omstandigheden ... verlangt terug naar het oude, z'n huis en z'n werk. Hij is tot de slotsom gekomen: „vrijheid is niet om te gaan waarheen je wil, maar te weten, dat je kunt gaan." Wat is een mensenhart een vreemd ding!

En deze hele geschiedenis vertelt de schrijver ons nu met een critische, maar milde humor, die ons aan één stuk door vermaakt en tegelijkertijd een diepe kijk geeft op de moeilijkheden waarmee dit gezin te kampen heeft. Voor de meesten van ons zullen die moeilijkheden een andere aard hebben. Niet iedereen is nu eenmaal een rijk zakenman en kan z'n kinderen vanzelfsprekend van alle gemakken voorzien en ze daarmee als het ware opvoeden tot eisen. Ook de kinderen gaan niet' door het weelderige leven en het studeren neerzien op de ouders.

Maar toch is het goed een boek als dit te lezen. Het laat ons zien, dat geld de zorgen nog niet uitbant, dat ieder z'n speciale moeilijkheden heeft, die wij nu begrijpen. Het geeft een kijk op het zakenleven, de familieverhoudingen en de standsverschillen in democratisch Amerika.

Het leven van de mensen wordt ons vertrouwd en daarmee de mensen zelf.

En dat is toch het belangrijkste.

C. d. B.

* * *

„De Enge Poort" van AndréCide

Dit is een boek dat iedereen zou moeten lezen, omdat het zo streng, zo mooi en zo oprecht is.

Het is een liefdesgeschiedenis, maar een liefdesgeschiedenis waar de meeste mensen wat vreemd tegenover zullen staan. Het is namelijk geen „gezellig" boek, er wordt niet van de eerste tot de laatste bladzij in gezoend, zoals tegenwoordig in veel romans nodig schijnt te zijn, er komt geen derde in het spel en ze trouwen tóch niet met elkaar. En toch is dit boek boeiender dan alle andere boeken, die ik de laatste jaren las, bij elkaar. Het is een boek, dat je

niet loslaat, waar je over moet denken, waar je soms tegen protesteert, om je dan tenslotte eindelijk gewonnen te geven en het voluit te bewonderen.

Als u maar enigszins de kans ziet dit boek in handen te krijgen, leest u het dan vooral, of — nog beter — koop het. Het is verschenen in de Salamanderreeks — die uitnemende uitvinding van den uitgever Querido — dus de prijs (ƒ 1.50) hoeft geen bezwaar te zijn. In dit ene boekje zit meer dan in tien andere bij elkaar. I. V.

Schouwburg-indrukken

Pater Malachius' Mirakel, spel door Brian Doherty. Het Nederlands Toneel. Leiding Cor van der Lugt Melsert, Albert van Dalsum en A. Defresne.

De eerste voorstelling van dit nieuwe gezelschap ging te Amsterdam op 15 September.

Pater Malachius, de eenvoudige monnik, die zijn leven in een klooster doorbracht, is da hoofdpersoon. Neen, méér — hij is als 't ware het stuk zelf. Om hem heen zijn gegroepeerd de niet-wetenden als de dansgirls, de wereldsen als de dominee van de Engelse staatskerk, de oppervlakkigen als de beide katholieke geestelijken. En ook de katholieke bisschop zelf, die twijfelend tegenover elke godsdienstige uiting staat, als de hoge geestelijkheid er niet bij betrokken is, en die afwijst, zo gauw een nog hoger gezag dan het zijne het wonder niet erkent.

Pater Malachius is de drager van het geloof in Christus zonder enige reserve. Hij acht de dancing met de luidruchtige revue-meisjes een kwaad, evenals de luchtige wijze, waarop ae dominee dit beschouwt als iets, dat men niet zo nauw moet nemen. Hij is diep verontwaardigd, als de mogelijkheid van wonderen, ook in deze tijd, wordt ontkend. Hij ziet alleen het kwaad en wijst steeds op den Heiland, dien men volgen moet.

Als hij dan de luchtige spot van zijn tegenstander ziet als een uitdaging tegenover God's almacht, smeekt hij een wonder af, een mirakel. En waarlijk, het wonder geschiedt — maar de tijd van heden schijnt dit niet te kunnen verdragen. Want de verwarrende moeilijkheden die dit wonder veroorzaakt, stapelen zich op, en sluiten als 't ware den argelozen gelovigen monnik in. Terwijl ten slotte ook Rome zijn mirakel niet onvoorwaardelijk erkent — tot een tweede wonder alles weer ongedaan maakt, als was er niets gebeurd.

Wil de schrijver ons laten zien, dat een mens niet in God's plaats mag treden en zelf de leiding in handen nemen? Of is 't zijn bedoeling om naast het sterke, levende geloof van den eenvoudigen monnik, de leegheid, de oppervlakkigheid, het formalisme van al de anderen te demonstreren?

Wij laten dit in 't midden. Maar, hoe dan ook, het spel is treffend van inhoud. Niet alleen, dat het de aandacht tot 't laatste ogenblik volkomen gespannen houdt — ook door de uitmuntende regie, die o.a. in de sacristie-scène en in die met de dansgirls zo imponeerde — maar ook door de spelenden zelf. Cor van der Lugt Melsert als de vrome monnik bracht ons een levende weergave, vol vasthoudend geloof, ook vol begrijpen en tederheid. Natuurlijk droeg hij als hoofdpersoon het stuk. Maar ook van de anderen is niets dan goeds te zeggen. In 't bijzonder noemen wij nog Van Dalsum als de bisschop, die in zijn spel alle schakeringen van hooggeplaatst priester, van gemoedelijk mens en van gehoorzaam zoon der Katholieke kerk wist weer te geven.

Het samenspel was overal uitnemend. Ais geheel een zeer belangwekkend stuk.

AUDITOR.