is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1226, 15-03-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Morgen gaat Het beter"

De nieuwe Nederlandse film „Morgen gaat het beter" zou, als ze haar nationaliteit niet mee had, een product zijn, dat onopgemerkt zou blijven in de stroom van waardeloze filmwerken, welke met onverminderde kracht over het witte doek blijft vloeien. In zekere zin kan men deze uitspraak als een soort lof beschouwen: de Nederlandse film heeft een peil bereikt, waarop zij zich kan meten met veel wat in de Amerikaanse, Engelse, Duitse en Franse studio's werd opgenomen; men behoeft haar onbeholpenheid niet meer te vergoeilijken; integendeel, men kan tal van positieve kwaliteiten constateren: uitstekend spel, fraai camera-werk ... Desondanks heeft ook „Morgen gaat het beter" teleurstelling gebracht. Welk nut heeft het, dat Nederland een filmindustrie bezit, die mede de markt met onbenullige films, met „rolprenten" overvoert. Dat de middelen tot het vervaardigen van een film aanwezig zijn, is verheugend, maar waarom niet gewacht tot er een scenario is, dat verfilming waard is, en mogelijk de inspiratie, brengt welke onze cinéasten een kunstwerk doet scheppen?

Want hiér ligt het kardinale punt: „Morgen gaat het beter" strandde op het gemis aan een goed scenario en werd daardoor een verhaal, een vertelling-inplaatjes, inplaats van een film. Men vraagt zich af, hoe het mogelijk is zulk een aardige intrige zo slecht tot zijn recht te doen komen, zo... te verknoeien. Een ietwat dom, doch allercharmantst meisje slaat zich door het leven door te vertrouwen in de woorden „Morgen gaat het beter". Dit vertrouwen wordt tenslotte beloond: zij wordt secretaresse van één der leiders van een radio-omroep. Op een avond is zij tegenwoordig bij het beëindigen van het programma; de omroeper ontvangt, juist voordat hij het „wij wensen u goedenacht en welterusten" uit zal spreken een extra-nieuwsbericht, dat de tijding bevat van het verongelukken van de trein, waarin zijn vrouw zit; hij is niet in staat de uitzending te sluiten en het meisje, onder de indruk van het ongeluk en begaan met zijn leed, spreekt tot de luisteraars de woorden, waaraan zij zich altijd zelve heeft vastgeklampt: „Morgen gaat het beter". Zij wordt hiervoor ontslagen, doch de vele opgetogen brieven en telefoontjes, welke de directie de volgende dag ontvangt, veranderen het

ontslag in een contract.

Ziehier het gegeven met behulp waarvan men een boeiende film had kunnen vervaardigen; men verwondert zich, dat geen Amerikaanse maatschappij er zich meester van maakte. De bewerkers wisten het echter door gebrek aan fantasie niet uit te buiten. Het eindeloos solliciteren zonder resultaat, het vergeefs vragen, smeken om werk, wordt, weinig origineel, en vooral terloops, afgedaan met voeten, die trappen beklimmen en stemmen, die weigeringen zeggen en afwijzend klinken. Het langzamerhand afzakken tot een gebrek aan vele dingen wordt vluchtig aangeduid door een hunkerende meisjesblik naar veel elegante schoentjes in een étalage, gevolgd door een kapotte zool. Wij horen haar zeggen „Morgen gaat het beter", maar zien niets van de moedeloosheid, niets van de twijfel, die toch aan het geloof in haar lijfspreuk moeten hebben geknaagd, en wij beseffen daarom niet de moed of het blinde optimisme, dat uit die woorden spreekt. Zó worden die woorden voor de microfoon ook niet de noodzakelijke reactie, en werd dit moment geen climax waar al het voorafgaande dwingend naar toe leidde. De intrige werd niet uitgeput, moest daarom worden aangevuld met een versleten liefdesgeschiedenisje, en ging daarin en in vele andere overbodige détails ten onder.

Op gebrek aan fantasie wijzen ook de cliché-figuren van den trouwen huisknecht, de onderwijzeres-met-bril, de onuitstaanbare tante en de sympathieke chef, mensen zonder een spoor van eigen karakter, carricaturen. Men moet bewondering hebben voor de spelers, die deze figuren tot leven wisten te brengen, zelfs enige diepte gaven. Een ontstellend gebrek aan psychologisch inzicht openbaarde zich bovendien in de plotselinge en geheel ongemotiveerde verandering van den knappen vriendelijken benedenbuur in een banalen vrouwenverleider, geforceerd om tot het gewenste „happy end" te komen. Slechts de handigheid om oude grappen als de luierende radio-gymnastiekleraar en de dramatisering van een hoorspel een nieuw glansje te verlenen was tè waarderen.

Regie, spel en camera hebben „Morgen gaat het beter" gered van een algehele mislukking.

In Lily Bouwmeester bezit de Nederlandse film een actrice van het formaat, dat in het buitenland als „ster" schittert.

Dat is waarschijnlijk ook de reden, dat elke vrouwelijke hoofdrol aan haar wordt toevertrouwd, ongeacht het feit, dat deze, hoewel nog jeugdige kunstenares, toch niet het schoolmeisjes-uiterlijk bezit dat haar rol bij de aanvang van de film vereist. Maar onbevangen charme doet echter veel vergeten en dus vergeven, dat haar rol dit bij de aanvang van de film vereist.

Deze film heeft echter weer aangetoond, dat men allerminst op haar alleen behoeft te bouwen, want ook de andere spelers, van wie toch niet een de routine van Lily Bouwmeester bezit, vervulden hun rollen uitstekend.

De regie van Zelnik was vaardig en vlot, wist uit het oppervlakkige scenario nog veel te halen, bracht de beste scènes tot zijn recht en wist vele zwakke plekken bij- en weg te werken, zodat men de film nog als een vlotte „rolprent" kan genieten.

Opvallend fraai was het camera-werk, gevoelig in de licht-contrasten.

De vorm heeft in dit geval dus de inhoud gered. Maar wanneer wij denken aan de plannen van „Boefje" en „Dokter Fockema" te verfilmen, dan vrezen wij het ergste voor de Nederlandse filmkunst. Wij kunneti ons niet voorstellen, dat in ons land geen mensen rondlopen, die een werkelijk goed idee hebben, of een origineel scenario hebben geschreven. Waar blijven zij? Of steken onze filmondernemingen hun geld slechts in ideeën, die het „op de planken" deden, en waarvan zij succes (finantieel) menen te mogen verwachten?

VISIE.

Verzoek van de Redactrice

Vriendelijk verzoeken wij clubberichten te willen inzenden op briefkaarten. Dit maakt het werk voor de redactie gemakkelijker eri bespaart de c'.ubs portokosten.

(Het porto voor briefkaarten in Het binnenlands verkeer wordt met ingang van I April verlaagd van 4 op 3 cent.)

CLUBBERICHTEN

ALPHEN A. D. RIJN. Donderdag 2 Maart hebben wij weder onze clubavond gehouden, waar besloten werd dat pg. Klink naar het congres in Utrecht zal gaan en ook enkele vrouwen naar het Gewest in Gouda. Na de thee heeft pge. C. de Uijl een inleiding over de Provinciale Statenverkiezing en wekte ons op zoveel mogelijk voor de verkiezingen te doen.

J. v. E.—K.

AMSTERDAM. Groep 8 houdt 20 Maart een h.h. verg. in 't Meerhuis op De Brink, waar belangrijke punten aan de orde komen. Na het h.h. gedeelte zal onze pge. D. de Jong voor ons spreken. Op 3 April organiseert onze groep haar propagandafeestverg. na het winterwerk, waar pge. Gees de Jong onze propagandiste voor de „Proletarische Vrouw" zal spreken over de „sluipende Internationale", toegelicht met lichtbeelden. Het zangclubje onder leiding van pg.