is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1232, 26-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c.m., 4 m. nodig. Er is dan geen richting aan de stof zodat alle delen om en om in elkaar gelegd kunnen worden. Kan dit niet omdat er richting aan het patroon is dan moet men wat meer stof kopen.

Het kraagje wordt gemaakt van effen zijde in bijpassende tint. Hiervoor knipt men een schuine reep van 14 cm. breedte en 1 a 1.25 m. lengte. Men legt deze dubbel, stikt de rafelkanten op elkaar en laat in het midden een klein stukje open voor het omkeren. Men strijkt hierna de bies zó uit, dat de vouw aan de buitenkant komt en rekt deze bij m.-achter in de ronde halsvorm. Als de jurk klaar is wordt dit deel aan de jurk gezoomd en de rest met een strikje gesloten.

Zoals op het patroon te zien is, is het schouderreepje aan het rugpand geknipt. De voorschouder wordt enige keren onder elkaar gerimpeld, en de rugschouder op het rimpelwerk gestikt.

Op m.-voor maakt men een 15 c.m. lang split je.

Het lijfje wordt van onderen ook gerimpeld, zowel het rugpand als het voorpand. De afgewerkte rok wordt op het lijfje gestikt.

'x Aan de onderkant van de mouw stikt men vier plooitjes in. Deze staan 2\ cm. uit elkaar, er blijft dan 29 cm. armwijdte over. Mocht deze maat niet kloppen dan stikt men de plooitjes iets meer of minder diep in.

De kop van de mouw wordt enige keren gerimpeld. Met het inzetten van de mouw valt de naad 5 a 7 cm. naar voren. J. v. M.

OVERGOOIERTJE

FEESTJURK

Deze feestelijke jurk is bedoeld voor een lichtgekleurde dunne stof. Het kan zijn crêpe, organdie of mous¬

_ -x

seline; hier is een stipjes-patroon genomen. De ceintuur is smockwerk.

Voor wie smockwerk niet kent of niet meer kent, geven wij nog eens twee heel eenvoudige aanwijzingen, die men na elkaar moet volgen.

Uit het boek „Kledingversiering" door Pan van Heil—Wijnman nemen wij het aardige overgooiertje voor kinderen over. Tussen de rode ruitstreepjes van de stevige katoenen stof (b.v. boerenbont) is met helder blauw en oranje parelgaren gewerkt. (Natuurlijk kan men ook andere kleuren nemen). Een aantal voorbeelden van randjes zijn er bijgevoegd.