is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1243, 12-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONS KTNDERBLAADJE

„Dat moesten jullie over een poosje nóg eens opvoeren", zei juffrouw Greet.

„Ja! o, ja!" Daar stemden ze allen mee in.

„Weet je wat", zei juffrouw Jo, „als Wims moeder hem komt halen, dan doen we het nog een keertje."

En toen na een paar weken Wim door moeder gehaald werd —, vader had hem gebracht en nu zou moeder hem halen — en ze het hele sprookje weer te zien kregen, zaten ze weer net zo in spanning als de eerste keer.

Ja, toen ging Wim met zijn moeder weer naar Rotterdam. Hoe vrolijk en gezond zag hij er uit: Moeder was zo in-gelukkig met haar stevige jongen. Zo stralend had ze zich hem niet voorgesteld. Vader had werk gekregen en nu zou ze Wim ook beter voedsel kunnen geven.

En weet je wat Moeder als laatste herinnering aan Wim voor de zeekinderen had meegebracht? Alle poppen van Roodkapje! tot zelfs de wolf toe. Hoe ze juichten, toen ze die zagen en ze besloten meteen Roodkapje op te voeren op de verjaardag van juffrouw Greet, die ook nog in de vacantie viel.

Sc)

EEN KIJKJE OP „MARIA HOEVE"

We willen op „Maria-hoeve" een kijkje nemen. We zien daar al dadelijk Kees, de hond blij opspringen tegen de baas, als deze thuiskomt, we horen, hoe het paard hinnikt van blijdschap als de boerenknecht de stal binnenkomt, zien hoe de jongens een gewond hondje verzorgen, dat ze op de weg hebben gevonden, aangereden door een auto. En we vinden het aardig de boerin te horen vertellen van de herten, die 's winters tot vlak bij de boerderij komen om van het hooi te eten, dat Krelis achter het huis in het bos heeft neergelegd, omdat de herten de hard bevroren grond niet los kunnen krabben en bijna sterven van honger, en hoe Krelis hele slingers van pinda's en stukjes spek in de takken hangt voor de hongerige vogels en dan is het aardig om te zien, hoe de boer Bles, het oude paard, verzorgt en vertroetelt. Poes krijgt, omdat het 4 October is, een extra schoteltje melk en Kees een lekker hapje. Krelis neemt dan de waakhond van de ketting en laat hem een paar uur rondhollen en springen in het gras, terwijl de baas ondertussen het hok nakijkt of er geen lekken in zijn. En als de hond dan weer bij zijn hok komt, heeft de boerin er een schoteltje aardappelen neergezet, als extraatje, waar hij gretig op aanvalt en vers water in zijn drinkbak gedaan.

Hier op „Maria-hoeve" is het alles vrolijkheid en kameraadschap onder elkaar. De dieren hebben er een heerlijk leven. Zo moet het zijn, niet alleen op 4 October, en niet alleen op de boerderij maar overal, altijd, altijd, en op Dierendag dan nog een extratje.

Chr. D.

RAADSEL

'k Maak meer gerommel Als een trommel 'k Verschijn niet zonder vuur En sterf op mijn geboorteuur.

BIJBLAD VAN „DE PROLETARISCHE VROUW" VAN 12 JUI.I 1939. No. 1242. DERTIGSTE JAARGANG No. 1122 VAN „ONS KINDEKBLAADJE". VERSCHIJNT ELKE WOENSDAG. RED.-ADRES: FRANS VAN MIERISSTRAAT 108 1, AMSTERDAM.

Het kinderhuis aan Zee

DOOR H. ROOS

De Poppenkast

(SLOT)

„P^^unzel was het mooiste kind geworden, dat je je kunt voorstellen. Toen ze twaalf jaar geworden was, sloot de tovervrouw haar in een toren op; een toren, die geen deuren of trappen had, alleen helemaal boven in was een klein raampje. Als de tovenares dan bij Rapunzel wilde boven komen, riep ze eerst:

. „Rapunzel, Rapunzel,

Laat je haren naar beneden vallen."

Rapunzel had prachtige, lange vlechten, net gesponnen goud. Als ze de stem van de oude vrouw hoorde, liet ze haar vlechten, die wel twintig el lang waren, naar beneden vallen en de tovenares tklom er langs naar boven.

Na een paar jaar gebeurde het, dat de zoon van den koning door het bos reed en voorbij de toren kwam. Daar hoorde hij zingen, het klonk zo mooi, dat hij stil bleef staan en luisterde. Dat was Rapunzel. Ze verdreef dikwijls de tijd met het zingen van liedjes. De koningszoon wilde naar haar toe — maar hoe hij ook om de toren heen liep en zocht en zocht — hij vond geen deur. Toen ging hij terug naar huis; maar het gezang liet hem niet los en elke dag ging hij opnieuw naar het bos en luisterde hij naar het zingen van Rapunzel.

Toen hij weer eens onder één der bomen stond te luisteren, zag hij dat een tovenares naderde, die SDrak:

„Rapunzel, Rapunzel,