is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 3, 1932-1933, no 7, 15-12-1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

biljet niet als doel, slechts als middel hadden begeerd, als middel om rechtstreekschen invloed te kunnen uitoefenen op de Regeering van Gemeente, Gewest en Staat. —Een invloed, die zij wenschten en noodig achtten ter behartiging van algemeene belangen, maar ook van die, welke meer in 't bizonder de Vrouw raakten en die tot dan toe niet voldoende onder de oogen waren gezien.

Aan de meeste vrouwen werd 't kiesrecht evenwel ongevraagd in den schoot geworpen. Ze hadden het niet verlangd, althans er geen moeite voor over gehad. Geen wonder derhalve, dat de resultaten van het Vrouwenkiesrecht teleurstelling moesten brengen; voor haar, die er meer dan 20 jaar voor gestreden hadden en ook voor de buitenstaanders. Na de eerste stemming, waaraan ook door de vrouwen werd deelgenomen, bleef eigenlijk alles bij het oude. De enkele stem van haar, die in de Kamer werd gehoord, was natuurlijk niet bij machte merkbare verbeteringen aan te brengen, hoe lofwaardig en nauwgezet die vrouw ook haar taak vervulde; evenmin als naar buiten de invloed merkbaar was der Vrouwelijke Staten- of Gemeenteraadsleden. Daarvoor was haar aantal te gering, daarvoor is na meer dan 12 jaren Vrouwenkiesrecht het nog van niet voldoende beteekenis. Maar dat stelt des te dringender de vraag: Wat is hiervan de oorzaak? Hoe moet (kan) daarin verbetering komen ?

Wat vraag 1 betreft, moeten we constateeren, dat de vrouw in 't algemeen afkeerig is van de politiek; men kan 't laken of prijzen, een feit is 't. De huisvrouw lijdt — mijns inziens — al te vaak aan „Gezins-egoïsme". Wat buiten de grenzen van haar gezin valt, heeft hare belangstelling weinig of in 't geheel niet. We achten dat egoïsme vergeeflijk, a'.s de gezins{orgen al haar tijd en krachten in beslag nemen. Gewoonlijk is dit evenwel van tijdelijken aard en wettigen zij algeheele en voortdurende onverschilligheid ten opzichte van 's lands zaken niet. Echter ook bij de zoogenaamde „werkende vrouwen" is van warme belangstelling ten dezen opzichte weinig te bespeuren. Wat kan bij beide groepen als oorzaak daarvan worden beschouwd? Gebrek aan inzicht eensdeels; gemakzucht anderzijds, onzes inziens.

Gebrek aan inzicht! Wij meenen, dat het verband tusschen de maatschappij in haar geheel en het kleine gebied waarop de enkele vrouw zich beweegt niet voldoende tot haar doordringt. Doch zooals fabriek, zaak, inrichting en huis moeten bestuurd worden, zoo ook eischt land, gewest en gemeente zijne regeerders. Zooals daar het beste resultaat zal bereikt worden, waar de leiding aan de bekwaamsten is toevertrouwd, zoo zal ook in het groote geheel: „the right man in the right place" gebracht moeten worden. Aan de wetten en verordeningen ten bate van het geheel ontworpen en voorgeschreven, heeft elke persoon, 't zij man of vrouw, zich te onderwerpen. Van beveiligende en beschermende maatregelen door de Overheid getroffen, profiteert de vrouw zoo goed als de man.

Gemakzucht! Tot voor luttele jaren was het de man die tot leiden en regeeren in gemeente, provincie en land geroepen was. En de vrouw liet het graag aan hem over, laat dat als regel nog. — We kunnen begrijpen, dat dit werk dikwijls weinig aanlokkelijks voor haar heeft. Gezien de

wijze, waarop de vertegenwoordigers van verschillende partijen elkander in raadszaal, gewest of parlement bestrijden, moet er voor menige vrouw wat overwonnen worden, aleer zij zich tot dit werk aangetrokken gevoelt. Toch, mag ook dit geen reden voor haar zijn, zich aan haar plicht te onttrekken. Die plicht eischt verantwoordelijkheidsbesef; verantwoordelijkheid ook voor wat buiten eigen kleinen kring plaats grijpt; besef van mede te moeten arbeiden aan een sociale taak. En zeker geldt dit voor de vrouw, die als gelijkwaardige van den man zich voelt en als gelijkberechtigde met hem wil behandeld worden. Misschien is er zelfs een bizonder goed werk voor haar te doen in de vergaderzaal, om door hare aanwezigheid dien goeden toon te doen treffen en behouden, die, ondanks verschil van inlicht, waardeering voor elkanders meening niet uitsluit.

Als iniicht gewekt en gemakzucht overwonnen is, dan volge de aansluiting bij de politieke partij harer keuze. Of die moeilijk te vinden is? Neen, niet in alle opzichten zal het program eener politieke partij haar kunnen voldoen zeer waarschijnlijk, maar bij benadering is ze stellig te vinden, onzes inziens. En bij welke vereeniging en op welk jebied men zich ook voegen wil, het zal steeds een compromis zijn: tusschen wat wij wenschen en wat geboden wordt. Maar daar in de politieke partij, zal de vrouw de gelegenheid vinden haar invloed aan te wenden om de geschikte vrouw die plaats op de candidatenlijst voor de verkiezingen van gemeente, gewest of staat te verzekeren, die haar een redelijke kans om verkozen te worden, waarborgt. In de vergaderingen harer politieke partij kan zij bovendien eigen inzicht toetsen aan de meening van meer geschoolden in de politiek, kan zij wenschen en voorstellen kenbaar maken, die ter gelegener tijd in de Raadszaal, ter Gewestelijke bijeenkomst of in 't Parlement door de vertegenwoordigers harer Partij te berde gebracht kunnen worden; kan en moet zij vooral op de bres staan, waar speciale vrouwenbelangen in de knel zouden dreigen te komen. Het komt ons voor, dat er voor de vrouw geen andere weg is dan deze — aansluiting bij de politieke partij harer keilde — om meer invloed dan tot heden uit te oefenen op het regeerbeleid van „Stad en Lande". — En onmiddellijk daarnaast zien wij als tweede stap, dat de vrouw hare zusteren opwekt hare stem bij de verkiezingen uit te brengen op de Vrouwelijke candidate. — Waar de meerderheid van ons volk uit vrouwen bestaat, is 't zeker gerechtvaardigd, dat meerderen harer dan tot heden het geval is, een leidende taak bij het Regeeringsbeleid vervullen. Noodwendig lijkt het ons ook, dat naar buiten meer blijkt, dat de vrouw bewust wil: vrouweninzicht, naast mannelijk overleg, spontaan gevoel en vrouwelijke intuïtie naast nuchter begrip en zakelijk verstand.

Voor zoover de „aangeslotenen" goede feministen zijn, zal de aansporing: „Vrouwen stemt op Vrouwen overbodig zijn, doch voor haar, die onbewust, uit sleur of onnadenkendheid, heur stem tot heden op den man uitbrachten, zal een kleine aanwijzing van onzen kant misschien reeds voldoende zijn, om haar tot ander inzicht te brengen en haar stem aan de vrouw harer keuze te schenken, inplaats van aan den man.