is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 7, 1936-1937, no 1, 01-01-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landen mede door vrouwen vertegenwoordigd. Wat de economische positie betreft: die is in werkelijkheid lang niet zooals ze wettelijk kan zijn. Spr. ziet het als de taak der jongeren, naar deze reeële economische positie een onderzoek in te stellen.

Komend tot de vrouw en den vrede zeide Mrs. Corbett Ashby o.m. dat de eerste beginselen van vrede zijn: verdraagzaamheid, vriendschap en solidariteit. Het helpt niets, of wij al zeggen „wij willen vrede, hoe mooi is toch vrede", wij moeten ook de moeilijkheden kennen, die aan dien vrede in den weg staan en de middelen om ze op te lossen. Als een goede bijdrage tot vrede ziet spr. daarom het onderzoeken van de mogelijkheden van ontwapening, zooals het Int. Vrouwen OntwapeningsComité doet. In het fascisme ziet spr. een groot gevaar voor den vrede, evengoed als voor het feminisme. Het feminisme heeft tot doel: erkenning der persoonlijkheid. Daarom behooren democratie en feminisme volgens spr. bij elkaar. Alleen door eenheid kunnen wij vrouwen vechten voor vrede. Een gezamenlijke actie is moeilijk, maar ze is noodig.

Mej. Mr. E. Adriaanse heeft als tweede spreekster de nationale en internationale organisatie der vrouwenbeweging uiteengezet. Van de oprichting der Vrije VrouwenVereeniging in 1889 af tot het congres te Istanboel in 1935 toe, memoreerde zij de verbindingen en splitsingen, die de vrouwenbeweging in ons land, en in groote trekken ook daarbuiten, heeft ondergaan. Uit haar rede bleek duidelijk, dat men den invloed der vrouwenbeweging niet moet onderschatten, zelfs al is oogenschijnlijk geen enkel succes bereikt. Het congres in den Haag in 1915 had geen enkel tastbaar resultaat, maar het feit, dat midden in den oorlog vrouwen van 14 landen tezamen kwamen om over vrede te praten en dat dit een van de weinige internationale congressen in de oorlogsjaren was x) heeft toch grooten indirecten invloed gehad. Mej. Adriaanse sprak echter ook over tijden van succes, toen duizenden en nog eens duizenden meevochten voor gelijkgerechtigdheid van vrouwen en mannen.

Mevr. Mr. C. Bakker-van Bosse, sprekend over de saamhoorigheid der vrouwen, achtte den wensch van velen naar een aparte vrouwenpartij begrijpelijk. Deze wensch heeft tot achtergrond de algeheele ontevredenheid over de partijpolitiek. Zoolang hij echter gegrond blijft op kritiek, is een wensch niet vruchtbaar. Politieke solidariteit is in ons land niet mogelijk gebleken. Internationaal kan zij niet bestaan, omdat in verschillende landen de politieke vragen voor de vrouw nog niet op den voorgrond staan. Maar internationaal is wel een andere solidariteit mogelijk: die welke gegrond is op het gezinsleven. Met het kind als basis kan de samenwerking zich uitstrekken tot armenzorg, onderwijs, gezondheidszorg e.d. Maar dan moet de zorg voor het eigen gezin gepaard gaan met burgerschapszin en politieke verantwoordelijkheid. Onder het motto „voor het algemeen belang" grijpt de staat steeds meer in het gezinsleven in. Wij vrouwen willen echter ons woord meespreken over vragen van algemeen belang. Zeker geldt dit bij vragen van oorlog of vrede. Spr. herinnerde aan een liedje uit de oorlogsjaren, waarin een moeder klaagt dat haar kind moet zijn „the murderer of an other mothers' darling". Omdat het menschelijke, het persoonlijke, meer de aandacht vraagt van de vrouw dan het maatschappelijke, daarom is voor de vrouwen een groote taak weggelegd op vredesgebied. In de Alliance zag spr. een goed voorbeeld van internationale organisatie en eendracht. „Vereenigt U, laat de beste en krachtigste vrouwen onder U naar voren komen en steunt deze. Wacht niet, tot de oorlog is uitgebroken, want dan is het te laat". Een krachtig applaus bewees dat deze opwekking weerklank vond.

Zondagmorgen heeft Mej. Da. C. Elink Schuurman gesproken over „Bezinnen en handelen". Zij getuigde dat wij veel illusies moeten verliezen, als wij tot den grond van de bezinning willen geraken. Dagelijks moeten wij de richtlijnen en vormen kiezen, die we noodig hebben, zoowel voor onzen innerlijken groei als buiten onszelf voor onze houding ten opzichte van maatschappelijke en politieke vragen. Steeds

1) Ook in Stockholm had in 1917 een congres van neutralen plaats.