is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Nederlandsch-Indische vereeniging voor vrouwenbelangen en gelijk staatsburgerschap, jrg 11, 1939, no 5, 01-05-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw Nelissen:

Naar aanleiding van al het gezegde hier in verband met het actief vrouwenkiesrecht, zou ik de dames, die nog geen lid zijn van onze Vereeniging, willen aanraden tot onze Vereeniging toe te treden.

(Vervolg Lezingenochtend in ons volgend nummer - Red.)

UIT DE AFDEELINGEN.

BATAVIA.

De Contactclubs.

Ochtend-Club. In de maand Mei zal de ochtend-Contact-Club bijeenkomen op DINSDAG 16 MEI, des morgens half 10 bij Mevr. Ingelse - Grofstein, Rijswijk 9.

Voortgezet zal worden door Mevr. Kluit haar lezing over „VROUWENARBEID (3) (Beperking van Vrouwenarbeid. Voorstel Minister Romme in Nederland). Belangstellenden zijn welkom.

Avond-Club. De bijeenkomst van de avondclub is vastgesteld op WOENSDAG 17 MEI, des avonds half negen. TandjongL 23. Door Mevr. Kluit zal dan de tweede bespreking gehouden worden over „VROUWENARBEID" (Arbeid voor de gehuwde Vrouw", en „Is vrouwenarbeid de of één van de oorzaken van het verminderen der huwelijken ?" Leden, brengt belangstellenden medel

GEESTELIJKE EN MOREELE HERBEWAPENING EN DE VROUW.

Ter gelegenheid van de week voor Geestelijke en Moreele Herbewapening, die door de Commissie voor Geestelijke en Moreele Herbewapening hier te Batavia uitgeschreven werd, en die gehouden zal worden van 18 tot 25 Mei a.s., wordt door de Afd. Batavia een bijeenkomst gehouden op 25 Mei. Gesproken zal worden over : DE GEESTELIJKE EN MOREELE HERBEWAPENING EN DE VROUW.

Plaats en uur zullen nog nader bekend gemaakt worden.

DE STATUS DER VROUW OP DE WESTKUST VAN SUMATRA.

Lezing (verkort) van Mevr. N. AuliaSalim, gehouden voor onze ochtendcontactclub op 18 April j.1., ten huize van Mevr. C. Sorgdrager - v. Braam Morris.

Over adat en adatrecht, vooral dat van het Minangkabausche Land, is heel veel geschreven en heel vaak zijn de heeren het niet met elkaar eens. Ook onder de Minangkabauers zelf, onder de penghoeloes en adathoofden heerscht voortdurend verschil van meening over deze gewichtige zaken. Prof. Snouck Hurgronje zegt in zijn „Verspreide geschriften" hierover het volgende :

„Het eigenaardige van ieder Inlandsch adat- of gewoonterecht, waaruit zich zoowel zijn deugden als zijn gebreken grootendeels verklaren, ligt m.i. in zijn vlottend karakter, in de gemakkelijkheid, waarmede het zich voor de maatschappelijke toestanden, waar deze zich wijzigen, weder pasklaar laat maken.

De Inlandsche maatschappij moge zich, aan zichzelve overgelaten, uiterst langzaam ontwikkelen, zij staat evenwel zoo min als eenig ander stil, en haar recht maakt die beweging mede. Die beweging heeft plaats, niet, gelijk in een staat met geschreven wetboeken, bij grootere of kleinere sprongen, maar door zachte, nauw merkbaren overgang van het oude in het nieuwe".

Dit wil dus zeggen, dat de adat in dit land, ook de Minangkabausche, meestal geen aanspraak kan maken op iets strengs en blijvends, stars en bijna onveranderlijks, wat geschreven wetten dikwijls hebben. Wel beweren de gezaghebbenden in de nagari gewoonlijk dat dit toch inderdaad het geval is, n.1. dat de adats van hun nagari onveranderlijk zijn, omdat er niet aan getornd mag worden, maar aan den anderen kant klagen zij telkens zelf weer over het verworden van die aloude adats door de ontaardheid van de jongeren.

Op alle punten zou hetgeen ik over de adat zou kunnen vertellen, weer kunnen worden tegengesproken, vooral op het gebied van de uitlegging. Het proces van veranderen en verdwijnen van den adat wordt versneld door de