is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 5, 1910, no 12, 30-12-1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zoover zij een dagloon hadden van meer dan f 1, dit dagloon voor de berekening hunner schadeloosstellingen zagen teruggebracht tot f 1.

Door de gezamenlijke postkantoren werden te hunner décharge over het jaar 1909 aan de Bank toegezonden 127 901- comptabele bescheiden wegens ontvangen gelden en 561 173 stuks wegens gedane uitgaven (over 1908 waren deze aantallen 104 908 en 539 482).

Aangaande de Plaatselijke Commissies zij opgemerkt, dat door 25 dezer te zamen 73 beroepen werden ingesteld. Van deze beroepen werd één beroep vóór de behandeling ter terechtzitting ingetrokken. Van de 72 twistgedingen werden door de Raden van Beroep afgedaan, zonder hooger beroep, 28, de overige 44 werden aan het oordeel van den Centralen Raad van Beroep onderworpen.

Het aantal klaagschriften, in 1909 bij afschrift aan het bestuur der R. V. toegezonden, bedroeg 2 777 (2 015 in 1908); hiervan betroffen er 127 verzekeringsplicht; 924 gevarenklasse en -cijfer (208 in 1908)'), 89 premievaststelling, 398 recht op schadeloosstelling van getroffenen (bovendien 59 van de nagelaten betrekkingen), 1 173 het bedrag en den duur der schadeloosstellingen van getroffenen (bovendien 6 van de nagelaten betrekkingen) en 1 andere onderwerpen.

Van deze 2 777 klaagschriften over 1909 en de 344, welke bij den aanvang van 1909 nog bij de Raden van Beroep in behandeling waren, te zamen 3121, werden in 1909 door de Raden berecht 2 504, terwijl 34 klaagschriften vóór den aanvang der terechtzitting werden ingetrokken, zoodat op 31 December 1909 nog 583 in behandeling waren. Van deze 2 504 zaken werden er 1 438 door de Raden van Beroep bevestigd, 913 gewijzigd of vernietigd en 153 niet ontvankelijk verklaard.

In 1 520 van de bovenvermelde 2 504 gevallen werd in de uitspraak van den Raad van Beroep berust, n.1. in 165 door het bestuur, in 1 191 door klager en in 164 door beiden.

De Centrale Raad gaf in 1909 in 837 der aan zijn oordeel onderworpen zaken uitspraak. Van deze 837 werden er 431 bevestigd, 379 gewijzigd of vernietigd en 27 niet ontvankelijk verklaard.

Op 31 December 1909 waren nog 242 gedingen bij den Centralen Raad in behandeling.

Blijkens eene statistiek van de uitspraken van den beroepsrechter is de schadeloosstelling, door het bestuur der Rijksverzekeringsbank toegekend, 177 maal verhoogd, 69 maal verlaagd en 601 maal gehandhaafd, terwijl de schadeloosstellingen, die door het Bestuur geweigerd waren in 502 gevallen, eveneens geweigerd werden, terwijl in 181 gevallen in beroep een schadeloosstelling werd toegekend en in 65 gevallen de klager niet-ontvankelijk werd verklaard.

Met de vermelding van de principieele beslissingen van het bestuur der Rijksverzekeringsbank en de jurisprudentie eindigt het verslag.

De Rijkspostspaarbank 1909.

(La caisse d'épargne postale en 1909.)

Aan het „Verslag aan de Koningin betrekkelijk den dienst der Rijkspostspaarbank over 1909" is het volgende ontleend:

Het aantal in omloop zijnde boekjes bedroeg op uit0 December 1909 1 462615 tegen 1 401 670 een jaar te voren. Uitgegeven werden 130 553 nieuwe boekjes, afbetaald 69 608 boekjes, derhalve eene vermeerdering van 60 945 stuks of met 4,35 pCt. ^

In verhouding tot de bevolking steeg het aantal boekjes van 240,5 per 1000 zielen einde 1908 tot 249,9 einde 1909. Sedert het-einde van 1881, toen dat~verhoudingscijfer 5,7 per 1000 zielen bedroeg, valt er eene vermeerdering met 244,2 boekjes per 1000 zielen te constateeren; voor de jaren 1908—1909 bedraagt de vermeerdering 9,4. Het grootste aantal boekjes, in verhouding tot de bevolking, komt voor (evenals ten vorige jare) in Noord-Holland, nl. 359,9 per 1000 zielen, het kleinste wederom in Groningen (104).

Het tegoed, door de gezamenlijke inleggers van de Rijkspostspaarbank te vorderen, klom in 1909 van f 151 638 334,74 tot f 160 423 090,545. Aan rente werd

>) De belangrijke stijging vindt haar oorzaak in de omstandigheid, dat aan de werkgevers, die op 1 Juli 1909 bij de R. V. waren aangesloten, mededeelingen van, voor beroep vatbare, beslissingen werden toegezonden, waarbij hunne ondernemingen werden gereclassificeerd.