is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 2, 28-02-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(—) 1910. (Voorloopige gegevens.) ') Het aantal arbeidsgeschillen, in 191Ö voorgekomen, bedroeg 708. Omtrent 154 daarvan werden vóór het einde van 1910 geen nadere inlichtingen ontvangen, zoodat het volgend overzicht slechts betrekking heeft op 554 geschillen, t. w. 541 stakingen en 13 uitsluitingen.

Bij deze 541 stakingen waren 2 185 ondernemingen betrokken; in 4 gevallen bleef het aantal betrokken ondernemingen onbekend. Het aantal stakers bedroeg 47 166, d. i. 49,1 pCt. van alle werklieden (96 160), in de ondernemingen waar de geschillen plaats hadden werkzaam.

212 stakingen begonnen in het voorjaar (Maart-Mei), 166 in den zomer (Juni—Augustus), 91 in den herfst (September—November) en 72 in den winter (December—Februari); van één staking werd niet bekend in welke maand zij uitbrak.

42,9 pCt. van alle stakingen duurde korter dan 6 dagen, 18,7 pCt. van 6 tot 10 dagen, 9,6 pCt. van 11 tot 15 dagen, 4,4 pCt. van 16 tot 20 dagen, 5,7 pCt. van 21 tot 30 dagen, 5,5 pCt. van 31 tot 40 dagen, 3,5 pCt. van 41 tot 50 dagen, 7,6 pCt. van 51 tot 100 dagen en 1,3 pCt. langer dan 100 dagen. Van 0,8 pCt. was de duur niet te bepalen.

Als in andere jaren braken ook in 1910 de meeste stakingen uit wegens ontevredenheid met de loonen; daarnaast kwam ook ontevredenheid met den arbeidsduur zeer dikwijls als oorzaak voor. Ontevredenheid met de loonen was oorzaak van 64,7 pCt. der stakingen, met den arbeidsduur van 15 pCt., ontslag van werklieden van 12,4 pCt., ontevredenheid met de arbeidsvoorwaarden van 7,9 pCt., loonsverlaging van 2,4 pCt. en ontevredenheid over leidend personeel eveneens van 2,4 pCt.

Deelt men de eischen der stakers in 4 hoofdgroepen in: lo. die, welke de hoogte van het loon, 2o. die, welke den arbeidsduur, 3o. die, welke de organisatie, en 4o. die, welke andere punten betroffen, dan komen voor rekening der eerste groep 425 gevallen met 39 199 stakers, der tweede groep 160 gevallen met 14 170 stakers, der derde groep 182 gevallen met 15 188 stakers en der vierde groep 147 gevallen met 16 225 stakers (in 1 geval was het aantal stakers onbekend).

18,1 pCt. der stakingen (met 10,5 pCt. der stakers) eindigden geheel, 48,6 pCt. (met 64,7 pCt. der stakers) gedeeltelijk in het voordeel der werklieden en 32,7 pCt. (met 24,7 pCt. der stakers) liep te hunnen nadeele af. Van 0,6 pCt. der stakingen (met 0,1 pCt. der stakers) bleef de uitslag onbekend.

Van de 541 stakingen waren 386 of 71,4 pCt. van offensieven, 104 of 19,2 pCt. van defensieven aard, terwijl op 51 of 9,4 pCt. deze verdeeling niet toegepast kon worden.

37 stakingen kwamen voor in den mijnbouw, 58 in de steenbewerking enz., 53 bij de metaalbewerking, 40 in de machinenindustrie enz., 62 in de houtbewerking enz., 17 in de lederindustrie enz., 69 in de textielnijverheid, 2 in het behangersbedrijf, 48 in de kleedingindustrie, 10 in de papierindustrie, 25 bij de bereiding van voedings- en genotmiddelen, 6 in het logement- en koffiehuishoudersbedrijf, 3 in de chemische nijverheid, 77 in de bouwvakken, 5 in de grafische vakken, 4 in centralen voor levering van kracht, verwarming en verlichting, 10 in den handel, 9 in het verkeerswezen en 6 in andere bedrijven.

Bij de 13 uitsluitingen waren 121 ondernemingen betrokken. Het aantal uitgeslotenen bedroeg 16 962; dat der arbeiders, werkzaam in de ondernemingen waar de uitsluitingen plaats hadden, 17 602. In 3 gevallen waren stakingen oorzaak der uitsluiting, in 2 gevallen loongeschillen en in 2 gevallen het eigenmachtig verlaten van het werk, terwijl 6 uitsluitingen andere oorzaken hadden. Twee uitsluitingen duurden 1 dag, 8 resp. 2, 8, 14, 35, 37, 49, 91 en 118 dagen. In 3 gevallen was de duur onbekend.

Rusland. (Russie.) 1910. 2) In 1910 kwamen in Rusland 269 werkstakingen voor (w.o. 157 in de textielindustrie, 24 in de metaal- en machinenindustrie en 14 in de lederindustrie), waarbij ongeveer 38000 werklieden betrokken waren en meer dan 190 000 arbeidsdagen verloren gingen (in 4 gevallen bleef de duur onbekend). Bij de stakingen in de textielnijverheid alleen waren 22 224 werklieden betrokken en gingen 107 064 arbeidsdagen verloren. In 1908 werden 892 stakingen met 176 101 stakers geteld, in 1909 340 stakingen met 69 166 stakers. Vergelijkt men de in 1910 voorgekomen stakingen met de economische stakingen van het voorafgaande jaar (in 1910 kwam geen enkele politieke staking voor), dan blijkt,

1) Soziale Rundschau van Januari 1911. , „ , ,

2) St. Petersburger Herold van 15-28 Januari 1911, aan het Bureau toegezonden door den Gezant te St. Petersburg.