is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 4, 30-04-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frankrijk. (France.) Februari 1911. ') Behalve in Hérault, waar de sterke regenval in sommige centra de werkzaamheden belemmerde, hield de bedrijvigheid bij den wijnbouw in het zuiden over het algemeen aan. Het vellen van boomen begint ten einde te loopen en bij den landbouw zijn nog geen werkkrachten noodig, zoodat voor de houthakkers de arbeidsgelegenheid verminderd is. Bij den tuinbouw in den omtrek van Parijs is meer werk en de toestand bevredigend. In de textielnijverheid is het over het algemeen iets slapper geworden; in sommige centra in het noorden heerscht groote werkloosheid, eveneens onder de wevers in Loire en Haute-Loire. De hooge prijs van de grondstoffen, vooral van katoen, heeft de bestellingen vrij aanzienlijk doen verminderen. In de metaalindustrie blijft het over het algemeen druk, behalve onder de vischblikkenmakers aan de kust van Bretagne, waarvan nog steeds velen werkloos zijn De toestand van de drukkersbedrijven geeft reden tot tevredenheid In de bouwvakken is de bedrijvigheid voor den tijd van het jaar eveneens bevredigend en de werkloosheid minder groot dan vorige jaren om dezen tijd. Bij de leder- en huidenbewerking was de toestand ongunstiger dan in de voorgaande maand.

1 273 vakorganisaties met 316 451 leden hebben voor Februari de vragenlijsten omtrent den stand der arbeidsmarkt en de werkloosheid beantwoord. Van deze organisaties gaven 1 007, met 253 882 leden, het aantal harer werkloozen op, n.1. 15 172 of gemiddeld 6 pCt. — de mijnwerkers in het departement Pas-de-Calais medegerekend — en 6,6 pCt. wanneer dezen niet medegeteld worden. Dit laatste percentage bedroeg de voorgaande maand 7,7 pCt en in Februari 1910 14 pCt. Door 20 pCt. der werkliedenorganisaties, met 17 pCt. der leden, werd geoordeeld dat er in Februari, vergeleken met de vorige maand, meer werk was, door 55 pCt. der organisaties, met 64 pCt. der leden, dat er evenveel, en door 25 pCt., met 19 pCt. der leden, dat er minder werk was. De vraag: „Acht gij den stand der arbeidsmarkt voor den tijd van het jaar bevredigend ?" beantwoordden 692 vakorganisaties met 106 086 leden bevestigend, 366 met 105 993 leden daarentegen ontkennend.

Groot-Britannië en Ierland. (Grande Bretagne et Irlande.) Maart 1911. 2) Over het algemeen is de stand der arbeidsmarkt in Maart nog gunstiger geworden en hij was veel beter dan in dezelfde maand van 1910. Bij den kolen- en ijzermijnbouw, de machinenindustrie, den scheepsbouw en de katoen- en de wolindustrie was flink werk, terwijl in de ijzer- en staalindustrie wel eenige verslapping viel waar te nemen, maar de toestand toch nog bevredigend bleef. In de bouwvakken, de steenbakkerijen, de meubelindustrie en de houtbewerking ging niet veel oni, doch is in verband met den tijd van het jaar verlevendiging ingetreden. Vergeleken met verleden jaar was vooral bij de blik- en de machinenindustrie, bij den scheepsbouw, in de katoen-, de glas- en de meubelindustrie en de houtbewerking de toestand beter. Bij den kolenmijnbouw viel weinig verschil te constateeren en in de jute-, de linnen- en de kantindustrie was het slapper. Bij de loonsveranderingen, die in Maart plaats hadden, waren 145 400 werklieden betrokken. Van 15 400 werd het loon verhoogd, van 130 000 verlaagd. Het gevolg van alle veranderingen was een daling met bijna £ 2 500 per week. De 395 trade-unions, die opgaven verstrekten, telden einde Maart op een ledental van 759 605 personen 23 035 werkloozen, d.i. 3 pCt., tegen 3,3 pCt. einde Februari 1911 en 5,2 pCt. einde Maart 1910.

Italië. {Italië) December 1910—Februari 1911. 3) Over het algemeen was in het gebied van Venetië de toestand normaal. Ofschoon de regen de werkzaamheden belemmerde, was de werkloosheid niet groot. In verband met het ongunstige seizoen en den terugkeer der emigranten overtrof echter in een gedeelte van de provincies Udine en Venetië het aanbod van werkkrachten de vraag. In Romagna heerschte daarentegen groote werkloosheid. Dit verschijnsel, dat jaarlijks van midden October tot de hervatting van den landarbeid is waar te nemen, wordt geweten aan de toeneming der bevolking, aan de invoering van nieuwe uitvindingen bij den landbouw, welke minder handenarbeid noodig maken, aan den strijd tusschen de organisaties der werklieden en der grondeigenaars, welke laatsten het aantal arbeiders zooveel mogelijk trachten te beperken, en ten slotte aan het meer en meer in toepassing komende stelsel van verhuring of verpachting

^ Bulletin de 1'Office du Travail van Maart 1911.

2) Labour Gazette van April 1911.

3) Verslag van den Consul-Generaal te Venetië d.d. 26 Maart 1911.