is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 5, 29-05-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der vakvereenigingen voor het eerste kwartaal van 1911 verschillen niet veel van die voor hetzelfde tijdvak van het vorige jaar; zij bedroegen op het eind der maanden Januari, Februari en Maart 1911 resp. 2,6, 2,2 en 1,9 pCt., tegen resp. 2,6, 2,3 en 1,8 pCt. in dezelfde maanden van 1910. De cijfers der arbeidsbeurzen wijzen, in vergelijking zoowel tot die van de voorgaande maand als tot die voor Maart 1910 op verbetering van den stand der arbeidsmarkt Bij alle arbeidsbeurzen, die vergelijkbare opgaven inzonden, kwamen in Maart 1911 op-100 aanvragen door patroons om mannelijke arbeidskrachten 157, om vrouwelijke 76 aanbiedingen voor, tegen resp. 210 en 81 in Februari 1911 en resp. 182 en 84 in Maart 1910. De ontvangsten uit het goederenvervoer op de Duitsche spoorwegen bedroegen in Maart 1911 159 125466 M., d. i. 20 177 904 M. meer dan in Maart 1910, hetgeen overeenkomt met een vermeerdering met 352 M. of 13,05

pCt. per K.M. . , , ,

(—) April 1911. ') De in Maart ingetreden verbetering van den stand der arbeidsmarkt heeft in April aangehouden. Vooral in de bouwbedrijven, waar het in de voorgaande maand nog vrij slap was, is door het gunstige weder de bedrijvigheid bijna overal toegenomen. Bij den kolenmijnbouw in het Ruhrgebied viel eveneens verlevendiging te constateeren. De toestand der electrische en dei chemische industrie was goed. In de bruinkolenbekkens van Midden-Duitschland, in de ruw-ijzerindustrie en in de staalindustrie was de toestand bevredigend. De bedrijvigheid in de machinenindustrie gaf meerendeels eveneens reden tot tevredenheid ; de prijzen waren echter veelal gedrukt. De toestand der kali-industrie was normaal, doch minder gunstig dan in'de voorgaande maand. Bij den steenkolenmijnbouw in Silezië was de afzet onvoldoende. De berichten omtrent de textielnijverheid luiden zeer ongunstig; de toestand in de katoenspinnerijen en in de lakenindustrie wordt bijzonder slecht genoemd. In de glasindustrie en bij de meubelfabricage was niet genoeg werk.

Volgens de opgaven der ziekenkassen is de bedrijvigheid in April sterk toegenomen. Op 1 Mei 1911 waren in totaal 120 621 personen (102 494 mannen en 18 127 vrouwen) meer werkzaam dan op 1 April. Vergeleken met 1 Januari is het aantal werk hebbende mannen met 7 pCt., dat der werk hebbende vrouwen met 3 pCt. gestegen. Van de 1 283 736 leden van 21 vakbonden waren einde April 1911 1,8 pCt. werkloos, tegen 1,9 pCt. einde April 1910 en 2,1 pCt. einde Maart 1911. Zoowel in vergelijking tot de voorgaande maand als tot de maand April van het vorige jaar is dus verbetering te constateeren. Dit blijkt eveneens uit de cijfers der arbeidsbeurzen. Bij alle arbeidsbeurzen, die vergelijkbare opgaven inzonden, kwamen in April 1911 op 100 aanvragen door patroons om mannelijke arbeidskrachten 143, om vrouwelijke 79 aanbiedingen voor, tegen resp. 157 en 76 in Maart 1911 en resp. 166 en 86 in April 1910. De ontvangsten uit het goederenvervoer op de Duitsche spoorwegen bedroegen in April 1911 143688575 M., cl i 3 011 506 M. meer dan in April 1910, hetgeen overeenkomt met een vermeerdering met 21 M. of 0,77 pCt. per K.M. Hierbij moet in aanmerking genomen worden dat Paschen dit jaar in April, verleden jaar in Maart viel.

Frankrijk. (France.) Maart 1911.2) Door de gunstige weersgesteldheid is het voor de wijnbouwers in het zuiden over het algemeen iets drukker geworden. Het vellen van boomèn is grootendeels afgeloopen en bij den landbouw is nog met veel werk, zoodat de werkloosheid onder de houthakkers toenam. Bij den tuinbouw in den omtrek van Parijs gaat nog steeds zeer veel om. In de textielnijverheid is het over het algemeen iets drukker geworden, doch in sommige centra in het noorden heerscht nog vrij groote werkloosheid en de toestand in de weverijen in Loire en Haute-Loire is nog niet verbeterd. De toestand der metaalindustrie blijft over het algemeen even gunstig; van de yischblikkenmakers aan de kust van Bretagne zijn nog steeds zeer velen werkloos. In de drukkersbedrijven blijft de toestand bevredigend. De werkloosheid onder de bouwvakarbeiders is kleiner dan in dezelfde maand van vorige jaren. Bij de leder- en huidenbewerking is de werkloosheid daarentegen nog steeds vrij groot. In de glasindustrie is het

zeer druk. ,, , , ....

1 292 vakorganisaties met 336 872 leden hebben voor Maart de vragenlijsten omtrent den stand der arbeidsmarkt en de werkloosheid beantwoord. Van deze organisaties gaven 1 020, met 260 766 leden, het aantal harer werkloozen op, n.1

J) Reichs-Arbeitsblatt van Mei 1911.

2) Bulletin de 1'Office du Travail van April 1911.