is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 6, 30-06-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verspreiding enz., omtrent het beschikbaar stellen van schaftlokalen en privaten, het verstrekken van goed drinkwater, werd ter sprake gebracht het amendementHelsdingen om bij een nieuw in te voegen artikel te verbieden het bewerken en het invoeren van de bij algemeenen maatregel van bestuur nader aan te wijzen voor de gezondheid der steenhouwers meest gevaarlijke steensoorten (voornamelijk zandsteen). Door den heer Passtoors c. s. was een soortgelijk amendement op art. 6 ingediend, hetwelk echter bedoelde aan de Regeering de bevoegdheid te geven om een dergelijk verbod uit te vaardigen, zoodra de noodzakelijkheid blijkt. Beide amendementen werden verworpen.

Een tweede amendement-Helsdingen, waarbij werd voorgesteld in de wet uitdrukkelijk voor te schrijven dat de algemeene maatregel van bestuur een verbod van voor de gezondheid bijzonder schadelijk gereedschap zou inhouden, werd ingetrokken. Een amendement-de Klerk om ook omtrent de verwarming der werkplaatsen bij algemeenen maatregel van bestuur voorschriften te geven, vond evenmin eene meerderheid.

Op aandrang van den heer van Nispen tot Sevenaer (Nijmegen) werd door de Regeering alsnog een nieuw lid ingevoegd, bepalende dat de bovenbedoelde voorschriften kunnen verschillen in verband met den aard van de steen die bewerkt wordt. Hierdoor wordt de mogelijkheid geopend om voor werkplaatsen waar minder gevaarlijke steensoorten worden bearbeid, ook minder strenge bepalingen te maken.

Naar aanleiding van de door sommige leden uitgesproken meening dat in den aanhef van art. 6 aan de arbeidsinspectie een te groote macht werd toegekend („de werkgever zorgt met inachtneming van de nadere schriftelijke voorschriften welke hem door het districtshoofd der arbeidsinspectie zijn gegeven") voegde de Regeering aan het artikel een nieuw lid toe, bepalende dat de genoemde nadere voorschriften worden gegeven krachtens den ingevolge het artikel uitgevaardigden algemeenen maatregel van bestuur.

Voor een amendement-de Savornin Lohman om den geheelen aanhef te laten vervallen behalve de woorden: „de werkgever zorgt", bleek geen meerderheid te bestaan.

Door de Regeering werd, naar aanleiding van een door den heer Tydeman geopperd bezwaar, aan het nieuw voorgestelde vierde lid eene zinsnede toegevoegd, waaruit blijkt dat de voorschriften der arbeidsinspectie alleen een nadere verklaring geven van de wijze van uitvoering van het bij algemeenen maatregel van bestuur bepaalde.

Op art. 9, dat eene regeling van den arbeidsduur inhoudt, was een viertal amendementen ingediend; twee van den heer Helsdingen c.s. en twee van den heer Snoeck Henkemans c.s. Het eerste amendement-Helsdingen bedoelde in het vierde jaar na het in werking treden der wet voor de arbeiders van 17 jaar en ouder den achturigen arbeidsdag in te voeren. Volgens het ontwerp zou de maximum-arbeidsduur in het derde en in de volgende jaren 9 uur zijn. Het tweede had de strekking om voor werklieden beneden den 17-jarigen leeftijd na twee jaren waarin de maximum-arbeidsduur 8 uur, en één jaar waarin deze 7 uur per dag zou zijn, den zesurigen arbeidsdag in te voeren. Volgens het ontwerp was de arbeidsduur in de eerste 2 jaren 8'/2 uur en daarna 7'/2 uur. Bij het eerste amendement-Snoeck Henkemans was voorgesteld den dagelijkschen arbeidsduur voor arbeiders van 17 jaar en ouder op 10 uur te stellen. Het tweede had ten doel, van de bepaling dat geen arbeid verricht mag worden: a. vóór een kwartier vóór zonsopgang, en na één kwartier na zonsondergang; en b: vóór des voormiddags 6 uur en na des middags 7 uur, het sub a genoemde te laten vervallen.

Al deze vier amendementen werden verworpen.

Een amendement-de Vlugt om een nieuw artikel in te voegen waardoor een der leden door de bestuurders eener coöperatieve vereeniging — of bijaldien deze in gebreke blijven door den burgemeester — als werkgever wordt aangewezen, werd door de Regeering overgenomen.

Een amendement-Helsdingen om te bepalen dat de Minister de vrijstellingen krachtens de wet niet voor onbepaalden termijn, doch voor hoogstens twee jaar kan verleenen, werd door den voorsteller ingetrokken.

Ten slotte werd door de Regeering overgenomen een amendement-van Hamel waardoor tegen eenige misbruiken met steenhouwerskaarten gevangenisstraf of geldboete bedreigd wordt in plaats van gevangenisstraf of hechtenis.

Het geheele ontwerp werd in de vergadering van 21 Juni 1911 aangenomen met 69 tegen 9 stemmen.