is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 7, 30-07-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ieder 100, Russische 60, Spaansche 87,50 en Zweedsche 22,45. Het aantal werklieden, tijdens de controle aan boord bevonden, bedroeg 26 583.

Op 9 van de 49 bezochte Nederlandsche binnenschepen (18,37 pCt.) moesten 13 aanmerkingen, het schip betreffende, worden gemaakt en op 3 van de 12 Belgische schepen (25 pCt.) 11. Op het bezochte Duitsche schip werd geen aanmerking gemaakt. 45 schepen werden door de bemanning gelost en geladen. Het aantal werklieden, tijdens de controle op de overige 17 binnenschepen aangetroffen, bedroeg 213.

Gedurende de maand Juni werden 220 aangiften (incl. 1 te Dordrecht) van ongevallen (waaronder 2 van ernstigen aard) ontvangen. De ongevallen werden veroorzaakt door: val van last, gedeelte van last of gereedschap 101, val van personen gelijkvloers in ruim, op dek of aan wal 24, afstorten van personen in schip, lichter of van steiger 5, klemmen, stooten, snijden, enz. 82, klemmen en verwonden door stoomlieren en -kranen 1, uit leng, strop, tang of haak schieten van lasten 5 en bijzondere oorzaken (komen van vuil in 't oog) 2.

Langdurige werktijden kwamen voor bij 18 schepen, waarvan 3 geladen met steenkolen, 4 met steenkolen en stukgoed, 6 met stukgoed, 1 met ijzer, 1 met jenever en 3 met erts. Met inbegrip van rustpoozen werd 18 tot 36 uur gewerkt. Werktijden van 36 uur kwamen meermalen voor op graan-elevators.

Dordrecht. — Juni 1911. Gedurende deze maand werden 1 Duitsch, 1 Engelsch,

1 Nederlandsch en 2 Deensche zeeschepen bezocht. Op 1 Deensch schip moesten

2 aanmerkingen, het schip betreffende, worden gemaakt en op het Engelsche 1 aanmerking betreffende het stuwadoorsmateriaal. Het aantal werklieden, tijdens de controle aan boord bevonden, bedroeg 109.

Nationaliteitsbewijzen. Gedurende de maand Juni 1911 werden door de Commissarissen der Koningin in het geheel uitgereikt 2 556 nationaliteitsbewijzen, d. i. 200 minder dan in de voorafgaande maand en 633 meer dan in dezelfde maand van het vorige jaar.

Door de Commissarissen der Koningin in de provinciën Gelderland, NoordHolland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Groningen en Limburg werd alleen van het getal der afgegeven nationaliteitsbewijzen mededeeling gedaan. De cijfers bedroegen voor deze provinciën resp. 405, 271, 53, 55, 140, 257 en 252, tegen resp. 412, 212, 22, 55, 148, 150 en 232 in dezelfde maand van het vorige jaar.

Omtrent de vermoedelijke oorzaken van daling of stijging van het aantal uitgereikte bewijzen in de overige provinciën (zie afl. 2, 1909, blz. 178) kan het volgende worden bericht.

Uit de mededeelingen van den Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant blijkt, dat in Juni j.1. werden uitgereikt 201 bewijzen van Nederlanderschap, d. i. 39 meer dan in Juni 1910. Van deze 201 afgegeven bewijzen werden er 89 uitgereikt aan personen, voor wie de hier bestaande werkloosheid de reden was, zich naar het buitenland te begeven; 35 bewijzen werden uitgereikt aan personen, die als oorzaak van vertrek opgaven de hoogere loonen in het buitenland en 23 aan personen, die verbetering van positie zochten. De overige 54 betroffen personen, die om andere redenen dan de hiervoren genoemde een bewijs hebben verzocht. Ongeveer alle bewijzen werden uitgereikt aan personen, die zich naar Duitschland wenschten te begeven.

Door den Commissaris der Koningin in Zuid-Holland werden in Juni j.1. 11 bewijzen meer afgegeven dan in de overeenkomstige maand van het vorige jaar. Van de 228 in Juni 1911 uitgereikte bewijzen werden er 20 verstrekt ter vervanging van reeds vroeger afgegevene. 34 personen, die hier te lande geen werk hadden, vertrokken naar Duitschland zonder de zekerheid te hebben aldaar werk te kunnen krijgen. Hieronder waren 3 grondwerkers en 12 losse werklieden. Van degenen, die in het buitenland een werkkring vonden, waren 68 hier te lande werkloos. Het getal nationaliteitsbewijzen voor de Rijnvaart afgegeven bedroeg 17. Bij publieke werken vonden 44 personen werk. Verder vonden werk: als fabrieksarbeider (ijzerfabricage) 6, als dienstbode 9, als muzikant 4 en als schilder 5. De meeste personen vertrokken naar Duitschland.

Het totaal door den Commissaris der Koningin in Friesland afgegeven nationaliteitsbewijzen beliep in de maand Juni 1911 234, d. i. 103 meer dan in Juni 1910. De meeste burgemeesters gaven de oorzaken van daling of stijging van het aantal afgegeven nationaliteitsbewijzen niet op. Voor zoover dienaangaande mededeeling werd gedaan, was niet genoeg werk in de gemeente of waren de hooge