is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 7, 30-07-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

losgerei komt. Voor Dordrecht bedroeg dit percentage 56,3 en voor de te Rotterdam

gecontroleerde binnenschepen 68,1.

Van vaak grooter belang voor de veiligheid in het los- en laadbednjf dan de toestand van het tot het vaartuig behoorend materiaal is die van de inrichtingen, welke door de stuwadoors voor de manipulatie der goederen beschikbaar worden gesteld. Een in het rapport gemaakte splitsing van de te Rotterdam op het stuwadoorsmateriaal gemaakte aanmerkingen naar heur aard toont duidelijk aan, hoe dikwijls er gevaren voortvloeien uit onoordeelkundig werken; het toezicht houdend personeel is er dan ook van overtuigd, dat zonder macht tot ingrijpen er geen sprake van kan zijn, dat er afdoende verbetering is te verwachten. Het voortdurend waarschuwen der ambtenaren, zonder dat deze eenige kracht aan hun vertoogen kunnen bijzetten, heeft op den duur op tal van werkgevers zoo goed als geen invloed. De minder gewenschte wijze, waarop de manipulatie der te lossen goederen plaats had, bleef bestaan. Er wordt op gewezen, dat een getal van 16 dooden, zooals in 1910 in de haven van Rotterdam voorkwam, buitengewoon hoog is, waaruit blijkt, dat in dit opzicht het thans vigeerende toezicht geen verbetering kan aanbrengen.

Slechts een hoogst enkele maal bestond er voor de controleurs aanleiding om proces-verbaal op te maken wegens overtreding der Arbeidswet.

Het derde hoofdstuk is gewijd aan het haventoezicht te Amsterdam, Zaandam, Velsen en Westzaan. Het percentage van het aantal bezochte schepen ten opzichte van het aantal ingeklaarde schepen was in de jaren 1907 t/m. 1910 te Amsterdam 90 5, 87,9, 78,2 en 80, te Zaandam 64, 106'), 112,4') en 143,3'), te Velsen in de jaren 1908, 1909 en 1910 resp. 100, 94,5 en 75,2, en in dezelfde jaren te Westzaan

resp. 100, 100 en 87,4.

Het percentage van het aantal schepen, waaromtrent bemerkingen zijn gemaakt, bedroeg ten opzichte van het aantal bezochte schepen in de jaren 1907—1910 te Amsterdam resp. 61,9, 62,3, 54,8 en 62,4, te Zaandam, Velsen en Westzaan

resp. 47,3, 58, 70,5 en 74,9. . .

Ook in 1910 werd de binnenvaart zooveel mogelijk in het toezicht betrokken. Te Amsterdam werden 178 dezer vaartuigen bezocht; op 112 moesten aanmerkingen worden gemaakt. 50,9 pCt. van het totaal aantal bemerkingen had betrekking op het los- en laadgerei (in 1909 : 40,5 pCt.). .... , , , ,

De commissie wijdde ook dit jaar o. m. haar bijzondere aandacht aan het verbeteren van de reddingsmiddelen, het verleenen van de eerste hulp bij ongelukken aan de verlichting, het drinkwater enz. Aan de houtkaden werd een schaft-, wacht- en afrekenlokaal opgericht. De vlottersbazen betalen echter het loon nog steeds uit in koffiehuizen enz.

Het vierde hoofdstuk handelt over de ongevallen in de havens van Rotterdam en Amsterdam. Per 1000 registertonnen der ingeklaarde schepen kwamen te Rotterdam in de jaren 1906 t/m. 1910 resp. 0,41, 0,41, 0,37, 0,27 en 0,24 ongevallen voor. Zonder twijfel is de belangrijke daling in 1909 tegenover 1908 te danken aan de met eerstgenoemd jaar ingetreden wijziging in de premieberekening volgens de Ongevallenwet, waardoor de meeste werkgevers zelf belang kregen bij een vermindering der ongevallen. Het verschil tusschen de relatieve cijfers van 1910 en 1909 is zóó gering, dat men daaruit niet de conclusie kan trekken dat er een blijvende vermindering ingetreden is. Uit de verdeeling van de ongevallen over de verschillende dagen der week blijkt, dat een hoogere ongevallenfrequentie voor den Maandag niet meer, zooals in vroegere jaren, valt waar te

nemen. ,

Te Amsterdam kwamen per 1 000 registertonnen der ingeklaarde schepen in de jaren 1908 t/m. 1910 resp. 0,19, 0,16 en 0,21 ongevallen voor.

Als geheele indruk van de beschouwing der ongevallen over 1910 kan worden geconstateerd, dat deze in de beide havens niet onbelangrijk in aantal zijn

toegenomen. . . , ,

Hoofdstuk V bespreekt den werktijd. De werktijden, in het vorige verslag medegedeeld, ondergingen in het algemeen geen verandering. Te Rotterdam werd ook in 1910 zooveel mogelijk aangeteekend, wanneer de werktijd van één ploeg langer dan 23 uur geduurd had. De volgende staat geeft een beeld van de lange werktijden gedurende de laatste 4 jaren.

i) Dezelfde schepen werden meermalen bezocht.