is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 7, 31-08-1911 [Bijlage]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f 13,80. De arbeidsduur was ongeveer dezelfde als in den zomer van 1903; in het tweede kwartaal van 1904 werd echter 1 uur later begonnen en 1 uur vroeger opgehouden '). In den winter dezer jaren was het uurloon gewoonlijk 20 ets. en het weekloon gewoonlijk f 11,40; in het le kwartaal van 1904 werd echter f 13,20 per week verdiend. In de wintermaanden werd gewerkt van 7 uur v.m. tot 6 uur n.m. eveneens met l'/2 uur rust- en schafttijd.

Het uurloon bedroeg van 1906 af 23 ets.; gemiddeld werd 10 uur per dag gewerkt. In 1909 en 1910 was het gemiddeld weekloon f 13,80 bij een arbeidsduur van 6 uur v.m. tot 7 uur n.m. in den zomer en van 8 uur v.m. tot 6 uur n.m. in den winter. De duur der rust- en schafttijden was resp. 2 en l'/2 uur per dag. Sedert 1906 werd des Zaterdags om 4 uur n.m. met den arbeid geëindigd. In 1906 werd overwerk met 25 pCt. extra betaald. Vóór dien tijd en in 1907 en 1908 bestond voor de extra betaling hiervan geen bepaalde regeling. In 1909 en 1910 werd voor overwerk (van 7 uur n.m. tot 12 uur 's nachts), nacht- en Zondagsarbeid resp. 25, 50 en 100 pCt. loonsverhooging toegekend.

Jeugdige gezellen van 16 a 18 jaar verdienden in het vierde kwartaal van Gemeente- 1904 en in het derde van 1905 resp. f 2,85 en f 4,14.

bestekken. Het minimum-uurloon werd 20 Januari 1899 voor stucadoors op 17 ets. bepaald; bij de wijziging van 5 December 1901 werd het op 19 ets. en bij die van 28 Mei 1907 op 23 ets. gebracht. Overigens waren de bepalingen omtrent loon en arbeidsduur, op te nemen in de gemeentebestekken van openbaar aanbestede werken, voor deze werklieden dezelfde als voor timmerlieden. (Zie afl. 4, 1909, Particuliere bijvoegsel, blz. 38.)

werken. Door de witters wordt tegen uurloon gewerkt. Toeslagen (premies, winst-

aandeelen enz.) worden niet genoten. Overwerk komt voor; nacht- en Zondagsarbeid niet. De kosten der gereedschappen en van kunstlicht komen niet ten laste der gezellen. Des Zaterdags wordt vroeger met den arbeid geëindigd.

Het standaard-uurloon bedroeg van 1906 tot 1910 18 ets. De arbeidsduur bedroeg gemiddeld 10 uur per dag. Overwerk (vóór 12 uur 's nachts), nacht- en Gemeente- Zondagsarbeid werden met resp. 25, 50 en 100 pCt. extra betaald.

bestekken. Het minimum-uurloon werd voor witters van 21 jaar of ouder den 28en Mei 1907 op 18 ets. bepaald. De overige bepalingen, welke sedert dezen datum in de gemeentebestekken van openbaar aanbestede werken werden opgenomen, waren voor deze werklieden dezelfde als voor timmerlieden. (Zie afl. 4, 1909, bijvoegsel, blz. 38.)

FRIESLAND.

Leeuwarden.

Particuliere Door de stucadoors wordt tegen uurloon gewerkt. Toeslagen (premies, winstwerken. aandeelen, enz.) worden niet genoten. Nacht- en Zondagsarbeid komen slechts hoogst zelden voor. Eene bepaalde regeling voor de extra betaling daarvan bestaat niet, doch er wordt wel een verhoogd loon voor betaald. De kosten van de aanschaffing der gereedschappen bedragen ongeveer f 10,—, die van het jaarlijksch onderhoud zijn zeer gering. De werklieden moeten zelf voor kunstlicht zorgen; de kosten daarvan worden op 1 cent per uur geschat. In den zomer wordt des Zaterdags vroeger met den arbeid geëindigd.

Het uurloon bedroeg in 1902 gewoonlijk 20 ets.; enkelen verdienden 21 ets. per uur. De weekverdiensten bedroegen in den zomer van dat jaar f 14,20 bij een arbeidsduur van 5 uur v.m. tot 7 uur n.m. (des Zaterdags tot 6 uur n.m.) met 2 uur rust- en schafttijd. In den winter van 1902 —'03 werd f 10,80 per week verdiend; de arbeidsdag begon om 8 uur v.m. en eindigde tusschen 4 en 7 uur, doch gewoonlijk om 7 uur n.m. (des Zaterdags werd gewerkt tot donker). De duur van den rust- en schafttijd was 2 uur per dag. Het uurloon steeg in 1903 tot 21 ets. (voor enkelen tot 22 ets.). Het weekloon steeg daardoor in den zomer tot f 14,91 en in den winter tot f 11,34. In den arbeidsduur kwam geen verandering. Daar de arbeidsdag in den zomer van 1904 1 uur later begon, daalden de weekverdiensten tot f 13,65 of f 14,30; verscheidene werklieden ontvingen n.1. 22 ets. per uur. Loon en arbeidsduur ondergingen in den winter van 1904—'05 weinig verandering; daar echter steeds meer gezellen 22 ets. per uur verdienden, was

In dit kwartaal werd toch eenzelfde weekloon verdiend als in het volgende omdat aangenomen werk werd verricht.