is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 7, 31-08-1911 [Bijlage]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEELAND.

Goes.

Het minimum-uurloon werd 18 December 1902 voor stucadoors op 30 ets en Gemeentevoor witters op 14 ets. vastgesteld. Voor arbeid buiten den door de besteders bestekken, vastgestelden tijd werd resp. 4 en 3 ets. extra betaald. Deze loonen werden 12 December 1905 op resp. 25 en 15 ets. gebracht. Voor arbeid aan net bas ot de gebouwen bij het Sas was na de wijziging van 1905 het minimum-uurloon voor witters 17 ets. Overigens waren de bepalingen omtrent het loon (de loonen voor arbeid aan de spits van den kerktoren, aan het Sas enz. uitgezonderd), op te nemen in de bestekken voor het gewoon onderhoud der gemeentewerken, voor deze werklieden dezelfde als voor timmerlieden. (Zie afl. 4,1909, bijvoegsel, blz. 44.)

UTRECHT.

Baarn.

Het minimum-uurloon bedroeg voor stucadoors boven 23 jaar 25 ets. en voor Gemeentewitters boven dezen leeftijd 20 ets. Overigens waren de bepalingen omtrent loon bestekken, en arbeidsduur, op te nemen in de gemeentebestekken, voor deze werklieden dezelfde als voor timmerlieden. (Zie afl. 4, 1909, bijvoegsel, blz. 44.)

FRIESLAND.

Het Bildt.

De bepalingen omtrent loon en arbeidsduur, op te nemen in de gemeente- Gemeentebestekken, waren voor stucadoors dezelfde als voor timmerlieden. (Zie afl. 4, bestekken. 1909, bijvoegsel, blz. 45.)

GRONINGEN.

Sappemeer.

Het minimum-uurloon bedroeg voor bekwame stucadoors 20 ets. (voor even- Gemeentetueel aan te besteden werk 22 ets.). Overigens waren de bepalingen omtrent loon, bestekken, op te nemen in de gemeentebestekken voor bouwwerken, voor deze werklieden dezelfde als voor timmerlieden. (Zie afl. 4, 1909, bijvoegsel, blz. 45 en 46.)

DRENTHE.

Vries.

Het minimum-uurloon bedroeg voor stucadoors van 23 jaar of ouder 12 ets. GemeenteOverigens waren de bepalingen omtrent loon en arbeidsduur, opgenomen in een bestekken, viertal gemeentebestekken, in 1909 voor deze werklieden dezelfde als voor metselaars.

(Zie afl. 7, 1910, bijvoegsel, blz. 37.)