is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 20, 1925, no 1, 28-02-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lenging van den arbeidsduur lokte tegenstand uit, welke in liet bijzonder de politiek gold door de Regeering gevolgd ten aanzien van liet verleenen van overwerkvergunningen door de Arbeidsinspectie. In arbeiderskringen werd in de mate waarin die vergunningen werden verleend, een bedenkelijke inbreuk gezien op het beginsel van den 8-urendag; het N.V.Y. kondigde zelfs verzet aan, indien eenigiszins mogelijk, in den vorm van werkstaking. Uitvloeisel van dit standpunt was de staking, op 24 October 1923, in de af deeling weverij van de fabriek Kremersmaten te Enschede, welk geschil g-evolgd werd door de groote uitsluiting in de textielindustrie.

De omvang van de in de onderscheidene jaren uitgebroken conflicten blijkt uit de volgende cijfers:

Aantal arbeidsdagen verloren t * xt Aantal stakingen " " ~

JAELN" en uitsluitingen. als ÖS 06 binnen de grenzen

begonnen geschillen. van het kalenderjaar.

X 1000 X 1000

Gem. per jaar 1901/'13 184 411,-

„ „ 1914/'18 317 416,- 420,4

1919 649 1 094,7 1 056,8

1920 481 2 333,9 2 354,9

1921 299 1 383,7 1 281,7

1922 325 1108,3 1 223,9

1923 289 3 986,5 1 216,4 1923 287 851,7 836,-

(zonder textielconflict.)

In 1923 daalde, in vergelijking met 1922, het aantal geschillen in de groote gemeenten, in verhouding tot die in het Rijk, van 56 tot 50 pCt., en steeg het aantal conflicten in de overige gemeenten van 44 op 50 pCt. De daling komt vooral voor rekening van Amsterdam, in welke gemeente in 1922 29 pCt., in 1923 echter niet meer dan 20 pCt. van liet totaal aantal geschillen in het Rijk voorkwam. Amsterdam stond ook in 1923 met het grootste aantal geschillen U9) bovenaan.

Gelijk in alle vorige jaren (1920 uitgezonderd) werden ook in de periode, welke begrensd wordt door begin en einde van de in 1923 uitgebroken conlicten, de nijverheidsbedrijven liet zwaarst getroffen. Er gingen n.1. 3 831790 arbeidsdagen verloren, een aantal, dat grooter is dan in eenig voorgaand tijdvak. Op de nijverheid volgden het verkeerswezen met een verlies van 120 700 uagen, het landbouwbedrijf met 28 470 dagen, de handel met 4 470, de visscherij niet 930 en de vrije beroepen met 160 dagen. In totaal gingen buiten de nijverheid slechts rond 154 700 arbeidsdagen verloren. Van de nijverheidsbedrijven zlJn het de textielindustrie, de groepen „aardewerk, glas, kalk en steenen", "Scheepsbouw", „vervaardiging van rijtuigen", „bouwbedrijven" en „hout-, 11.r | 611 sti'oobewerking", die de grootste verliezen aan arbeidsdagen hebben geleden, n.1. resp. 3 317 480, 115'890, 105 390, 95 590 en 70 860 dagen. Vervolgens de groep „voedings- en genotmiddelen" (vnl. aardappelmeelfabrieken) e . 49 310, de drukkersbedrijven met 29 240, de groep „papier, enz." met 18 600 , e «i'oep „oer, steenkolen, turf" met 16 800 verloren arbeidsdagen. De overige

01 oepsgroepen leden tezamen slechts een verlies van rond 12 600 dagen. te„| 'r!. belangrijkheid, wat omvang betreft, volgen op de staking en uitsluiting in do arhp-H !i Strio in Twenthe en iden Gelderschen Achterhoek, met 3134 850 verloren (130 onn ^gen' een staking en uitsluiting in hetzelfde bedrijf te Almelo en Wierden (107'jiim gen)> een staking en solidariteitsstaking van chauffeurs te Amsterdam stak'i ' oen staking van arbeiders bij den scheepsbouw te Amsterdam (104 400), een van ï^i ^'kluiting in de steen industrie in diverse plaaitsen (97 000), een staking (G0 80m aker® in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en andere gemeenten

Plaats» ('/7l sta]iing van arbeiders in de aardappelmeelfabricage in verschillende Rotterr/- €en staking van bouwvakarbeiders in Zutplhen (29 250) en eeno in

tapiitii <ïl} Haag en andere gemeenten (28 500), een staking en uitsluiting dn de

fabriek (USV^ 'n Hilversum (23 400), een staking van arbeiders aan een stroocartonin ver- vii ^^ervank (18 600), van veenarbeiders te Onst,wedde (16 000), van typografen Zuid Hnli de plaatsen (14 000), van landarbeiders in verschillende gemeenten van Dinxnei"! (12 50°)» «en uitsluiting in de tapijtindustrie te Amersfoort, Deventer en Koog-^t een staking van arbeiders aan een grafische kunstinrichting te

Zukl tt n ^ ^1") en een uitsluiting van tuinarbeiders in diverse plaatsen van

Holland (7 400).

beirki ('2 pCt. van alle gestelde eischen betrekking op loon en ar-

lusauur, tegen 68 pCt. in 1922 en 63 pCt. in 1921. Evenals in 1921 en 1922 zagen