is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 20, 1925, no 2, 28-03-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z a c h t e zeep en zeeppoeder in den regel voldoende of vrij voldoende werk, al kwamen ook wel berichten van slapte in. In de fabricage van narde zeep liep de toestand meestal meer uiteen: naast rapporten van voldoende werk gewoonlijk ook andere van slapte (klachten over buitenlandsche concurrentie; enkele gevallen van inkrimping van personeel), maar verder eveneens van flink werk of drukte (soms uitbreiding van personeel). De lueifersfabricage kon met moeite in gang worden gehouden, vaak slechts ten koste van financieele offers (groote buitenlandsche concurrentie). In de asphaltindustrie kon een onderneming voor asphaltbestrating haar personeel geregeld wat uitbreiden. In het laatste kwartaal volgde echter in verband met het seizoen weder inkrimping, doch het aantal arbeiders bleef °ch nog vrij wat boven dat van eind 1923. Yoor de fabricage van asphaltpapier en het leggen van dakbedekkingen enz., waar aanvankelijk deels niet genoeg te doen was, kwam geleidelijk meer geregeld werk. Daarentegen onderging de toestand der fabricage van koolteerproducten geregeld eenigen achteruitgang wegens vermindering der vraag en het terugloopen uer prijzen op de wereldmarkt; op het eind van het jaar trad echter eenige verbetering in. Een der ondernemingen (ook asphaltfabricage) kwam in Juli door brand tot stilstand (de kern van het personeel werd aangehouden). De rapporteerende fabrieken van pharmaceutische producten hadden, behoudens een tijdelijke uitzondering in één onderneming in het midden van het jaar, steeds voldoende of flink werk, zoowel voor buiten- als binnenland. Omtrent de fabricage van looistoffen kwamen meerent.eels geregeld berichten van verbetering in.

Wat voorts een 9-tal fabrieken van diverse chemische producten betreft, hadden drie voortdurend met meer of minder slapte te kampen, terwijl in twee de slapte, waarmede 1924 inzette, in het tweede halfjaar ophield. De vier overige hadden geregeld normaal of vrij gewoon werk, al deden zich gedeeltelijk ook ongunstige factoren voor, zooals moeilijkheden met den export of scherpe buitenlandsche concurrentie en te lage prijzen. Uit de van vijf dezer fabrieken 'beschikbare personeelcijfers blijkt, dat af en toe wel arbeiders aangenomen of ontslagen werden, maar dat het aantal werkkrachten in totaal niet veel varieerde.

Houtbewerking. De werkzaamheden in de voornaamste bedrijfstakken der houtbewerking hadden het gewone verloop van andere jaren: in het voorjaar opleving, welke in den zomer haar hoogste punt bereikte, daarna in verband met het seizoen weder achteruitgang. Hoewel nog vaak ongunstige toestanden werden geconstateerd (lage prijzen, onvoldoende orders), hadden vooral in het midden van het jaar een aantal ondernemingen meer werk dan m 1923. Zoo waren toen nopens de houtzagerijen en de timmerfabrieken de berichten van voldoende of zelfs flinke bedrijvigheid ver in de meerderheid. In de houtzagerijen aan de Zaan viel de drukkere tijd door laten aanvoer van hout voor een belangrijk deel in de laatste maanden van het •laar; in den zomer was er geruimen tijd min of meer gebrek aan werk. De 'v 11 i P e r ij e n en kistenmakerijen profiteerden uitteraard van den grooteren export. Toen in het laatste kwartaal achteruitgang intrad, bleven loch nog vele verslag'en, vooral over kuiperijen, van voldoende werk melding niaken, hoewel gedeeltelijk slechts orders verkregen konden worden tegen feiteliik te lage prijzen. Van een 3-tal si garen kisten fabrieken ondervond één stationnaire slapte. In de beide andere werd het aantal werkkrachten

den loop van het jaar uitgebreid. De meubelindustrie wist zich nog slechts zeer gedeeltelijk uit haar gedrukte positie op te heffen.

a de opleving in het voorjaar vertoonden zich weder spoedig teekenen van achteruitgang en toen deze doorzette ontstond in sommige plaatsen belangrijke werkloosheid. Vooral de fabricage van betere meubelen werd door slapte geroffen; in de fabricage van massa-artikelen was meer geregeld werk en de toestand bij het eind van het jaar beter dan een jaar geleden. Evenals 1923 was °ok 1924 voor de spiegel- en lij stenindustrie een slecht jaar (veelal sterk ingekrompen bedrijven), al kwamen af en toe (o.a. tegen St. Nicolaas) Perioden van gedeeltelijke opleving voor. Voor de fabricage van rieten ',,u te en en meubelen te Noordwolde, welke voor haar afzet goeddeels op rankrijk is aangewezen, valt de drukste tijd in de maanden Februari— augustus. Bij het ten einde loopen van het seizoen werden werkkrachten ontjagen, maar in het laatst van December werden zoo goed als alle weder aan-