is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 20, 1925, no 5, 30-06-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer uiteenloopen. De voorstellers achten in het algemeen middelgroote kassen het meest gewenscht.

Dragers der ziekteverzekering zullen volgens het ontwerp zijn kassen welke voor een bepaald gebied, voor een bepaald bedrijf oi* door de organisaties zijn opgericht, waarbij naar eerstgenoemde kassen als type wordt verwezen. Bedrijfsziekenkassen zullen volgens het ontwerp in het algemeen slechts bij groote ondernemingen worden toegelaten.

De wijzigingen in het ontwerp voorgesteld moeten later door de in werking treding van de wet op de algemeene arbeidersverzekering en die op de sociale verzekering van het spoorwegpersoneel aangevuld worden.

Verwacht wordt, dat bij de nieuwe regeling het aantal kassen zal worden teruggebracht tot op 2/3 van het thans bestaande.

Voortbrenging en verbruik.

fProduction el consommation.)

België.

(Bélgique.)

Nationale Commissie voor industrieele productie (Instelling- J) van een —).

(Commission nationale pour la production industrielle (Fondation d'une —).)

Bij K. B. van 1 December 1924 is een Nationale Commissie voor industrieele productie ingesteld. Zij is belast met het onderzoek van methoden, welke de industrieele productie kunnen bevorderen en verbeteren. De commissie zal bestaan uit afgevaardigden der voornaamste bedrijven, van de arbeidersorganisaties en uit de financieele wereld. Ook de 'betrokken regeeringsdepartementen en de Kamers van het Parlement zijn vertegenwoordigd. De commissieleden genieten geen bezoldiging doch zullen hun reiskosten vergoed krijgen. De commissie kan deskundigen, wier advies zij wil inwinnen, tot haar vergaderingen toelaten.

Grondvraagstuk.

(Problèmes fonciers.)

Roemenië.

(Roumanie.)

Agrarische hervormingen. 2)

(Réformes agraires.)

Ter aanvulling van hetgeen in aflevering 5, 1924, blz. 635 e.v. werd medegedeeld over de onteigening van gronden voor landbouwdoeleinden moge nog het volgende dienen.

Op 15 November 1924 was in het geheele Rijk onteigend een oppervlakte van ruim 5,8 millioen H.A. grond van de ruim 6,6 millioen H.A., welke voor onteigening was aangewezen. In het oude Koninkrijk was op dien datum ± 2,7 millioen H.A. verdeeld; in Bessarabië, waar de hervorming vrijwel beëindigd is, ± 1,5 millioen H.A.; in Bukowina ruim 73 000 H.A. (hier werd eerst sinds korten tijd een aanvang gemaakt met de onteigening); in het overige deel van liet Rijk ± 1,6 millioen H.A.

In het oude Koninkrijk waren op dien datum + 600 000 rechthebbenden in het bezit van grond gekomen, ± 415 000 van hen waren definitief eigenaar van de nipuwe bezitting geworden; in Bessarabië was aan ruim 357 000 personen grond toebedeeld; in Bukowina, waar ± 37 000 personen recht op toewijzing van grond konden doen gelden, waren op dien datum ruim 19 000 definitief eigenaar van een nieuwe onderneming geworden, terwijl in het overige deel van het Rijk, waar ruim 530 000 personen voor toekenning van grond in aanmerking kwamen, + 46 000 definitief in het bezit van een boerenbedrijf waren gekomen, terwijl aan ± 290 000 personen voorloopig stukken grond waren toebedeeld. In verschillende deelen van het land waren bovendien weidegronden voor gemeenschappelijk gebruik aangewezen.

Ondanks de verdeeling der gronden onder hen, die daarvoor in aanmerking komen, blijven nog bebouwbare deelen over, welke voor kolonisatie zullen dienen voor gega-

1) De Belgische Vakbeweging van 14 Maart 1925.

2) Correspondance économique roumaine, janvier—février 1925, blz. 12.

21*