is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 20, 1925, no 6, 30-07-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gelijkheid van behandeling van' arbeiders van eigen en vreemde nationaliteit ten opzichte van de ongevallenverzekering, inzake den wekelijkschen rustdag in glasblazerijen met wanovens en den nachtarbeid in bakkerijen. In' verband hiermede wees de heer Arthur Fontaine in zijn openingsrede er op, dat deze tweede lezing niet zoozeer bedoeld was om hen, die tegen de beginselen, neergelegd in deze voor-ontwerp-verdragen, gekant waren en in eerste lezing dan ook tegenstemden, te overtuigen, maar veelmeer om de Staten, die den eenmaal aangenomen beginselen gunstig gezind waren, doch vreesden bij de ratificatie moeilijkheden te ondervinden, in staat te stellen amendementen in te dienen.

Ook het verslag van den Directeur van het Internationaal Arbeidsbureau maakte een onderwerp van algemeene beraadslaging uit, vooral waar dit den vooruitgang op het gebied der internationale wetgeving betrof. Evenals vorige jaren kwam daarbij de ratificatie van het ontwerp-verdrag van Washington inzake den arbeidsduur ter sprake. Uit het debat bleek, dat de Kegeeringen over het algemeen' de ratificatie daarvan verlangden; de meeste echter, en wel voornamelijk de groote industrie-landen van Europa, waren niet geneigd, afzonderlijk daartoe over te gaan. De meeste sprekers erkenden, dat verschillende moeilijkheden een onmiddellijke ratificatie door één bepaald land, los van de andere, in den weg stonden. Tevens bleek, dat geen overwegend bezwaar bestond tegen; het hervatten van besprekingen, zooals deze verleden jaar te Bern plaats vonden 1), om gezamenlijk een' uitweg uit deze moeilijkheden te vinden en de ratificatie te vergemakkelijken.

De verdere zittingen waren gewijd aan de tweede lezing van de reeds eerder genoemde voor-ontwerp-verdragen en ontwerp-aanbeveling en aan het vraagstuk der ongevallenverzekering en de algemeene problemen der sociale verzekering. Elk dezer onderwerpen was te voren onderzocht door een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers der drie groepen, ter Conferentie aanwezig; blijkens de rapporten dezer Commissies bestond ten aanzien van enkele van deze onderwerpen belangrijk verschil van meening. Dit was ook het geval tijdens de discussies in de voltallige vergadering der Conferentie over het voor-o ntwerp-verdrag inzake den wekelijkschen rustdag in glasblazerijen en over een voor-ontwerp-verdrag inzake ongevallenverzekering; de geopperde bezwaren betroffen niet zoo zeer de beginselen als wel de wijze van toepassing.

Tenslotte worden hieronder weergegeven de uitslagen der verschillende stemmingen.

Oütwerp-verdragen en aanbeveling, in 1924 voorloopig aangenomen e n1 thans in eindstemming gebr a cli t betreffende:

1. Gelijkheid van behandeling van arbeiders van eigen en van vreemde nationaliteit met betrekking tot de ongevallenverzekering:

Ontwerp-verdrag aangenomen met algemeene stemmen. (Proefstemming in 1924 : 85 voor; 1 tegen).

Aanbeveling eveneens aangenomen met algemeene stemmen. (Proefstemming in 1924: 85 Voor; 1 tegen).

2. Wekelijkschen rustdag in glasblazerijen met wanovens. Dit ontwerpverdrag is niet aangenomen, wijl de vereischte 2/3 meerderheid niet bereikt kon worden.

3. Nachtarbeid in bakkerijen: ontwerp-verdrag werd aangenomen met 81 tegen 26 stemmen (1924 resp. 73 en 15).

Overige ontweïp-verdragen en aanbevelingen:

4. Ongevallenverzekering: zoowel het ontwerp-verdrag als de beide voorgestelde aanbevelingen werden met belangrijke meerderheid i 11 eindstemming aangenomen; hetzelfde geschiedde met het ontwerp-verdrag en de aanbeveling inzake schadeloosstelling bij beroepsziekte.

Voorts werden nog eenige resoluties aangenomen: inzake de schadeloosstelling bij beroepsziekte en over algemeene problemen, welke met de sociale verzekering verband hielden en waarin de richtlijnen voor de toekomst waren uitgestippeld, alsmede over enkele punten, welke formeel niet op de agenda geplaatst waren (o.a. de arbeidsvoorwaarden van mijnwerkers; leerlingwezen en opvoeding; arbeidsvoorwaarden in den landbouw).

1) Zie afl. 9, 1924, blz. 1129.