is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 8, 31-08-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Groningen (B). Schildersbedrijf. Na een staking, welke op 1 Juli 1912 eindigde, werd de volgende collectieve arbeidsovereenkomst gesloten.

Öndergeteekenden, Bestuurders der Schilderspatroonsvereeniging „Lucas" alhier, afdeeiing Groningen van den bond van Nederlandsche Schilderspatroons ter eener zijde, en van de Schildersgezellenvereeniging „Door Eendracht Sterk" Afdeeiing Groningen van den Nederlandschen Schildersgezellenbond ter andere zijde:

Verklaren, namens hunne vereenigingen zich te verbinden tot de hieronder vermelde Loon- en Arbeidsregeling gedurende de eerst volgende jaren, loopende van 1 Juli 1912 toten met 31 December 1916, behoudens wettelijke bepalingen die op een der partijen beduidende invloed mochten uitoefenen.

lo. De arbeidsdag is bepaald op 10 uur. De werkgever regelt het beginnen en het eindigen van den arbeidsdag naar het jaargetijde. De schafttijden worden niet betaald.

2o. Het standaardloon, van een volslagen Schildersgezel, (leeftijd 23 jaar) is bepaald op 21 cent per uur, zulks voor den tijd van zes maanden, tot en met 31 December 1912. Door den patroon kan op eigen werkplaats welwillend den bekwamen werkman de toegezegde verhooging, verbonden aan de akte van bekwaamheid worden verleend.

3o. Met ingang van 1 Januari 1913 het loon te brengen op 23 cent per uur, zulks tot en met 31 December 1914.

4o. Met ingang van 1 Januari 1915 het loon te bepalen op 24 cent per uur, tot en met 31 December 1916.

5o. Voor aankomelingen regelt het loon zich naar bekwaamheid.

6o. \oor nachtwerk ('s avonds 10 tot 's morgens 5 uur) wordt het loon met 50 pCt., voor Zondagswerk met 100 pOt. verhoogd.

7o. Bij aldien door den Nederlandschen Schilderspatroonsbond of afdeeiing Groningen een verlicht examen wordt ingesteld, wordt aan hen die daaraan voldoen, eene verhooging van een cent per uur toegestaan. De deelname aan dit examen is vrijwillig.

— Rotterdam. Bierbrouwersbedrijf. Door twee groote bierbrouwerijen eenerzijds is met drie vakvereenigingen van bierbrouwersgezellen en één van kuipers (allen rechtspersoonlijkheid bezittend) anderzijds het volgende contract gesloten:

Artikel 1. De contractanten eenerzijds staan er onderling en ieder voor zich tegenover elk der contractanten anderzijds voor in, dat zij in hare bedrijven te Rotterdam geen werklieden in dienst zullen hebben onder voorwaarden, die strijdig zijn met de navolgende bepalingen, alsmede met de door elk harer voor haar bedrijf op 1 Februari 1912 vastgestelde reglementen, waarvan een exemplaar ter griffie respectievelijk van de kantongerechten Nos. 2 en 3 is gedeponeerd mot deze uitzondering echter, dat de voor de werkliedenin gunstigen zin afwijkende arbeidsvoorwaarden, die thans voor sommige in dienst zijnde werklieden gelden, voor deze werklieden ook in de toekomst gehandhaafd zullen blijven.

Art. 2. Onder werklieden worden voor de toepasselijkheid van deze overeenkomst verstaan allen, die in dienst der contractanten eenerzijds zijn in hare brouwerijen en bijkantoren te Rotterdam met uitzondering van de brouwmeesters, ingenieurs, chemici, kantoorpersoneel, reizigers, bazen, controleurs en portiers.

De werklieden worden onderscheiden in brouwerij-arbeiders en vakarbeiders, onder welke laatsten te verstaan zijn: machinisten, smedeu, draaiers, bankwerkers, loodgieters, koperslagers, electrieiens, stokers, kuipers, timmerlieden, metselaars, schilders, wagenmakers en laboratoriumbedienden.

De arbeiders zullen niet gedwongen kunnen worden, arbeid voor andere werkgevers te verrichten. Vakarbeiders zullen niet dau bij uitzondering arbeid buiten hun vak hebben te verrichten.

Art. 3. Contractanten eenerzijds verbinden zich om aan allo valide brouwerij-arbeiders, die den leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, een minimumloon uit te betalen van f 13,50 per week, met halfjaarlijksche verboogingen van f 0,50, totdat eeu loon van f 15,50 is bereikt, aan alle valide vakarbeiders, die den leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, het voor hun vak in de resp. brouwerijen geldende minimumloon, en aan allen, die thans reeds een hooger loon ontvangen of zullen ontvangen, dit te zullen blijven betalen, zoolang deze valide zijn.

De premiën, enz., welke thans reeds aan enkelen zijn toegekend, blijven onder de thans geldende bepalingen gehandhaafd.

Art. 4. De gewone werktijd wordt bepaald op 10 uren per dag in het zomerhalfjaar (1 April tot 30 September) en 9 uren per dag in het winterhalfjaar (1 October tot 31 Maart) gedurende de 6 werkdagen der week; de werktijd van hen, die geregeld dag- en nachtwerk verrichten, wordt bepaald op 57 uren per week in het zomerhalfjaar en 54 uren per week in het winterhalfjaar, behalve voor hen, wier werktijd in het reglement anders is geregeld.

Overwerk en werk op Zon- en feestdagen worden zooveel mogelijk beperkt, maar zijn, iudien de Directie deze noodig oordeelt, voor ieder verplichtend.

Zondagswerk, buiten de in het reglement vastgestelde werktijden vallende, wordt betaald volgens het uurloon (gerekend tegen 1/60 van het weekloon) met 50 pCt. verhooging. Indien op feestdagen gewerkt moet worden, worden deze arbeidsuren extra betaald en wel: op 2den Paasch-, Pinkster- en Kerstdag en op Goeden Vrijdag na 12'/j uur u.m. met gewoon uurloon, op Nieuwjaars-, Hemelvaarts-, lsten Paasch-, Pinkster- en Kerstdag met 50 pCt. verhoogd uurloon. De betaling van liet overwerk wordt in het betreffende in art. 1 bedoelde reglement geregeld.

Art. 5. Aan allen die minstens oen jaar onafgebroken in dienst der contractanten eenerzijds