is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 11, 30-12-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er moet tenminste één uur schafttijd gegeven worden, waarvan een half uur vóór tien uur en een half uur tusschen één uur en half drie moet vallen. Behalve voor hen, die werkzaam zijn in ververijen en wier arbeid geen onderbreking toelaat, moeten de schafttijden voor allen tegelijk plaats hebben, terwijl niemand intusschen in de fabriek of werkplaats werkzaamheden mag verrichten of blijven in een lokaal, waarin met het verrichten van machinale of handenarbeid wordt voortgegaan.

Degene, die nachtarbeid verricht, mag niet arbeiden gedurende de twaalf daaraan voorafgaande of daarop volgende uren.

Geen arbeid mag verricht worden tusschen Zaterdagavond negen uur en den daarop volgenden Maandagmorgen zes uur, uitgezonderd het aanmaken en aanhouden der vuren van de stoomketels en het herstellen van gebouwen en machines die tot de fabriek behooren.

Als werkzaamheden, die gedurende de bovenvermelde uren wel geoorloofd zijn, noemt het ontwerp ten aanzien van 1° de textielfabrieken, behalve de ververijen en bleekerijen, het herstellen van, aan den gang houden van, onderhouden van en toezien op de daartoe behoorende gebouwen en machines; de werkzaamheden, ten einde de noodige stoom of andere beweegkracht en voldoende licht en warmte te hebben om op Maandagmorgen zes uur weer aan het werk te gaan of om schade aan machines, materiaal of stoffen, die verwerkt worden, te voorkomen; 2°. de ververijen, het in goeden staat houden der verfstoffen en machines; 3Ü de papierfabrieken, de werkzaamheden der werklieden die de pap en de verf klaar maken en de werklieden aan de machines alsmede hulpen. Is de ondernemer Israeliet, dan kan hij, zoo hij zijne fabriek des Zaterdags tot zonsondergang gesloten houdt, daarin door Israëlieten doen arbeiden, Zaterdagsavonds van zonsondergang tot 9 uur of op Zondag, mits dan de fabriek of werkplaats den geheelen Zaterdag is gesloten en op Zondag geen handel in of vervoer van de goederen plaats heeft.

Wetsontwerp tot verbod van loonaftrek en oplegging van boeten. ')

<Projet de loi interdisant la retenue de salaire et l'application d'amendes.)

Bij het Lagerhuis is een wetsontwerp tot wijziging der Truck Acts, 1831—1896, ingediend, waarin o.m. de volgende bepalingen voorkomen.

Een werkgever mag niets van het loon zijner werklieden of van hetgeen hij aan hen als premie of uit anderen hoofde verschuldigd is — op welke wijze en om welke reden ook — inhouden noch bij contract bedingen, dat zoodanige korting mag plaats hebben. Evenmin zal het hem geoorloofd zijn hun boeten op te leggen of met hen arbeidsovereenkomsten aan te gaan, waarbij hem dat recht wordt toegekend. De in strijd met de wet gesloten contracten zijn nietig. Het inhouden van premies of gedeelten daarvan, zal, als de werkgever bij den arbeider op eenigerlei wijze de verwachting heeft gewekt, dat hij deze zal ontvangen, als oplegging van boete worden beschouwd, ook al bestaat geen contractueele of wettelijke verplichting voor de uitkeering der toeslagen. De wet zal eventueel niet alleen van toepassing zijn op de arbeiders voor wien de Truck Acts gelden, doch ook op de thuiswerkers, bestuurders en conducteurs van omnibussen en trams, wakers, winkelbedienden, personen die handenarbeid verrichten enz. alsmede op allen wier inkomen niet meer dan £ 160 per jaar bedraagt.

De werkgever, die een ongeoorloofd contract aangaat of daartoe pogingen in het werk stelt, loon inhoudt of tracht in te houden of in strijd met de wet gelden ontvangt, zal met boete strafbaar zijn. Ingehouden loon en andere door den werkgever in strijd met de wet van den arbeider verkregen gelden, kunnen door den laatste binnen 12 maanden worden teruggevorderd.

De werking van de wet op de verzekering tegen werkloosheid

in 1912—1913.

(Le fonctionnement de la loi sur l'assurance contre le chómage en 1912—1913.)

Volgens het eerste door den Board of Trade uitgebracht verslag2) nopens de werking van de wet op de werkloosheidverzekering3) werden van 1 Juni 1912

*) Een afdruk van dit wetsontwerp werd door den Consul-Generaal te Londen toegezonden.

2) First report on the proceedings of the Board of Trade under part. II of the National Insurance Act, 1911

3) Zie afl. 3, 1912, blz. 228.