is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 9, 1913, no 12, 29-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van verschaften niet de vereischte inlichtingen, 1 werkte niet, 13 hadden geen werkloozen, 3 keerden minder dan 30 fr. uit en 4 werden om andere redenen 'afgewezen. Op voorstel van de commissie ontvingen de overige 99 bijslag tot een bedrag van 20 690 fr.

Van de 137 fondsen, die voor het tweede halfjaar subsidie aangevraagd hadden, bleven 20 in gebreke de vereischte inlichtingen te verschaffen, 1 werd vereenigd met een ander fonds, 3 hebben in het geheel niet gewerkt, 11 behoefden geen uitkeeringen te doen, 2 keerden minder dan 30 fr. uit en 1 viel om andere redenen af. Overeenkomstig het voorstel der commissie ontvingen de 99 overige bijslag tot een bedrag van 26 852 fr.

Van de 99 kassen, die voor het eerste halfjaar steun ontvingen, komen er 15 niet voor bij de uitkeeringen van het tweede halfjaar en omgekeerd ontvingen 15 kassen alleen bijslag voor het laatstgenoemd tijdperk. 114 fondsen ontvingen dus bijslag öf voor het eerste èf voor het tweede halfjaar en 84 daarvan voor het geheele jaar. Onder deze 84 (met 46 497 leden) waren 5 bondskassen n.1. twee bonden van boekdrukkers, één van mecaniciens, één van steendrukkers en één yan metaalbewerkers met te zamen 18 541 leden. Door deze bondskassen werd aan 2 496 leden voor 36 295 dagen van werkloosheid 86 604 fr. schadeloosstelling uitgekeerd, terwijl de bijslag van den Staat 25 592 fr. bedroeg, d.i. meer dan de helft van hef totaal bedrag van den geheelen bijslag voor 1912 (47 542 fr.).

Aangaande het ledental der 84 fondsen, die voor het geheele jaar bijslag ontvingen, valt het volgende op te merken. Bijna de meerderheid vormen de kassen met 101 tot 500 leden, waarvan er 38 waren (tegen 40 in 1911), te zamen 13 657 leden tellende (tegen 8 445 in 1911); door haar werd aan 2 200 leden voor 29 680 dagen van werkloosheid een bedrag van 47 425 fr. uitgekeerd en 8 542 fr. bijslag ontvangen. Het aantal fondsen met meer dan 1 000 leden bedroeg 11 (tegen 10 in 1911), hun ledental 30 400; aan schadeloosstellingen werd aan 3 773 leden voor 48 377 dagen van werkloosheid 115 054 fr. uitbetaald, de bijslag was 31 026 fr., d. i. 63 pCt. van het totaal bedrag der bijslagen.

Verdeeld naar de beroepsgroepen staan de kassen van de polygrafische vakken met 15 300 leden vooraan; daarop volgen die van de textielindustrie met 10 187, die van de handelsbedienden met 7 555 en die van de metaalbewerking met 5 366 leden.

Het verleende crediet bedroeg 80 000 fr.; hiervan werd 47 542 fr., (50 726 fr. in 1911) aangewend. Het aantal fondsen, waaraan bijslag werd verstrekt, bedroeg, evenals in 1911, 114, dat der kassen, die het geheele jaar bijslag ontvingen, daalde van 87 tot 84.

Onderzoek naar de verkorting van den arbeidsduur op Zaterdag. ')

(Enquête sur la réduction de la durée du travail le samedi.)

Uit een in 1903 door de inspecteurs van den arbeid ingesteld onderzoek was gebleken, dat slechts in 451 industrieele ondernemingen, voor het meerendeel in het zuiden en westen van Frankrijk gelegen, de arbeidstijd op Zaterdag korter was dan op de overige dagen. Thans is een dergelijk onderzoek ingesteld door het Office du Travail, waaruit blijkt, dat in de laatste 10 jaar geen aanmerkelijke vooruitgang is waar te nemen. Dit onderzoek is ingesteld door middel van vragenlijsten, gericht aan de Kamers van koophandel, die van kunst en nijverheid, aan de plaatselijke vakvereenigingscentralen, de provinciale arbeidscommissies en de vakvereenigingen van werkgevers en werklieden, terwijl bovendien de inspecteurs van den arbeid inlichtingen verschaften.

Door 172 van de 1 005 lichamen, die daaromtrent inlichtingen verschaften, werd medegedeeld, dat in hun streek of beroep voor kinderen de Engelsche Zaterdag gold; door 881 van de 1288, dat deze werd toegepast voor vrouwen en door 190 van de 1 119 dat hij gold voor mannen. Hieronder zijn begrepen 96 gevallen, waarin de arbeidstijd dagelijks 8 a 9 uur bedraagt, maar 's Zaterdags niet korter is, t. w. de staatsbedrijven en de drukkerijen.

Aan de arbeidsinspectie waren 397 ondernemingen bekend, waar de Engelsche Zaterdag werd toegepast. In 104 van de 392 ondernemingen werd des Zaterdags 4-—4'/2 uur gewerkt, in 140 5—6 uur, in 24 6'/2—7'/2 uur en in 124 8 uur. In de

') Bulletin du Ministère du Travail et de la Prévoyance Sociale van October 1913.