is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 15, 1934, no 4, 1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te wenden met het verzoek het opnieuw instellen van Huurcommissies bij Wet te bevorderen.

Bij de behandeling werd erop aangedrongen dat deze commissies niet alleen de bevoegdheid zouden moeten bezitten invloed op de huren uit te oefenen, maar ook de hypotheekrente, waar deze overmatig hoog is, te verlagen.

OPHEFFING DER WONINGBEURS TE UTRECHT

De gemeenteraad van Utrecht besloot in zijn vergadering van 8 Maart op Voordracht van B. en W. tot opheffing der woningbeurs.

HUURMOEILIJKHEDEN

De volgende mededeelingen omtrent de huren van vereenigingsen gemeentewoningen zijn ontleend aan dagbladberichten. B. en W. van Amersfoort hebben den gemeenteraad voorgesteld hen te machtigen om met de Regeering in overleg te treden over een huurverlaging voor de vereenigingswoningen ter plaatse. Met deze huurverlaging zal een bedrag gemoeid zijn van rond ƒ 23.000.- per jaar.

De gemeenteraad van Beek besloot op voorstel van B. en W. medewerkirig te verleenen aan een verlaging van de maandhuren. van vereenigingswoningen ter plaatse. De huidige prijzen van ƒ 19.50 tot ƒ 25.50 zullen worden teruggebracht tot resp. ƒ 17.50 en ƒ 23.-.

De gemeenteraad van Enschede heeft op voorstel van B. en W. besloten tot een verlaging van de huren Van door de bouwvereenigingen gestichte middenstandswoningen en winkels. In het meerendeel der gevallen zal deze verlaging 10 % bedragen. De gemeenteraad van Nuth heeft besloten de huren van een aantal middenstandswoningen te verlagen. De gemeenteraad van Schagen besloot op voorstel van B. en W. te voldoeri aan het verzoek der Woningbouwvereeniging „Schagen” om haar in staat te stellen per i Mei de huren harer woningen te verlagen. De verminderde huuropbrengst zal ƒ 2249.- per jaar bedragen.

De gemeenteraad van Schoonhoven besloot den huurprijs van alle gemeentewoningen met 10 pet. te verlagen, uitgezonderd de woningen met een huur van ƒ 4.- en de winkelhuizen. Tachtig van de ruim negentig huurders der Bouwvereeniging „Heerenveen-Schoterland” hadden per 12 Mei a.s. de huur opgezegd, orndat de huur h.i. te hoog was. Thans is van den Minister bericht ingekomen dat de huur met 10 pet. kan worden verlaagd. De huurders nemen hiermede genoegen.

BEBOUWINGSVOORSCHRIFTEN, VOORSCHRIFTEN OP GROND VAN ART. 43 DER WONINGWET EN EXPLOITATIEVOORSCHRIFTEN

In ons vorig nummer drukten wij een verordening, inhöudende bebouwingsvoorschriften, en twee ontwerp-verordeningen op grond van art. 43 der Woningwet, alle uit de gemeente Rotterdam, af. Jn dit nummer worden in de Rubriek Wetten, Koninklijke Besluiten, enz. twee ontwerp-verordeningen der gemeente Utrecht afgedrukt, De eene houdt in bebouwingsvoorschriften, behoorend bi) een iiitbreidingsplan. De verordening, op grond van art. 43 der Woningwet, dient ter veivanging van een bestaande privaatrechtelijke regeling.

In dezelfde rubriek is tevens afgedrukt de bij de vaststelling van eeii uitbreidingsplan van Utrecht aan B. en W. toegekende machtiging om ten aanzien van bepaalde punten van dat uitbreidingsplan af te wijken. Naar men weet, bestaat er verschil van meening ten aanzien van de vraag hoever deze machtiging mag gaan.

STREEKPLANNEN IN LIMBURG

In de buitengewone zitting van Provinciale Staten van Limburg, welke gehouden is op 13 Maart j.1., werd besloten een crediet van ƒ 5.000.- ter beschikking te stellen voor het in het leven roepen van streekplancommissies. Het ligt in de bedoeling een drietal cotnmissies voor deze provincie samen te stellen, n.l. één voor het Zuiden, één voor het Noorden en één voor Midden-Limburg. Alhoewel een streekplan voor het zuiden het meest urgent is te achten, hebben meerdere omstandigheden ertoe geleid met dat voor het noorden te beginnen. Het streekplan voor het zuiden zal trouwens onmiddellijk aan de orde kunnen worden gesteld, zoodra dat voor het noorden op gang is.

In 1929 stelden Provinciale Staten van Limburg reeds een bedrag

ter beschikking voor het opmaken van een ontwerp-ontginningsplan voor de Peel, hetwelk zich zou uitstrekken over gedeelten der beide provincies Noord Brabant en Limburg. Aan de Nederlandsche Heidemaatschappij werd daartoe opdracht verstrekt. Haar ontwerp maakte een onderwerp van bespreking uit op een vergadering, welke in October 1933 te Venray werd gehouden en welke door een 13-tal autoriteiten werd bijgewoond.De Commissaris der Koningin in Limburg zat de vergadering voor; van de zijde van Noord Brabant waren aanwezig de Commissaris der Koningin, de Inspecteur van de Volksgezondheid, de Secretaris van de Stichting „Het Noord-Brabantsch Landschap”, en het Hoofd van den technischen dienst van het streekplan „de Meyery". In de Provincie Noord Brabant zijn reeds eenige streekplannen opgemaakt, waardoor op dit gebied meerdere ervaring en duidelijker inzicht is verkregen. In die vergadering kwam men tot de overtuiging, dat de ontginning van woeste peelgronden, die in 1929 nog het hoofdmotief voor het op te maken peelplan vormde, thans niet zoo zeer meer op den voorgrond treedt, maar dat de andere behoeften der streek, zooals de verkeerswegen, de mogelijkheid van industrie-vestiging, de verbetering van den waterafvoer, de bevaarbaarmaking van de Maas en de daarmede samenhangende aanleg van haven- en kadewerken, de volkshuisvesting met de daarmede samenhangende voorzieningen en het behoud van natijurschoon het inderdaad gewenscht maken een grooter gebied in één streekplan onder te brengen, zoodat de verschillende belangen, welke bij de verdere ontwikkeling der streek in het geding komen, gelijkelijk in acht kunnen worden genomen. Met een beperkt ontginningsplan kan in al die behoeften niet worden voorzien. Ofschoon ten slotte werd besloten dat de streekplannen voor oostelijk Noord Brabant en voor Noord-Limburg niet zullen worden gecombineerd, blijft samenwerking met de provincie Noord Brabant een dringende eisch.

Waar geen der gemeentebesturen in Limburg het initiatief heeft genomen om in samenwerking met de naburige gemeenten voor een bepaalde streek een streekplan in het leven te roepen, is bij den Commissaris der Koningin het plan gerijpt, om op het voetspoor van wat in de naburige provincie Noord Brabant geschiedt, al de gemeenten eener streek zonder uitzondering tot samenwerking te brengen, teneinde voor het gebied van de geheele provincie de drie aan elkaar aansluitende streekplannen te doen opmaken. Daardoor is van den aanvang af het noodzakelijk verband tusschen de verschillende streekplannen aanwezig en is de eenheid van opvatting over de geheele lijn verzekerd. Daarenboven zal de centralisatie van het streekplanwerk leiden tot kostenbeperking, terwijl het gemakkelijker zal zijn medewerking en voorlichting te verkrijgen van de verschillende Rijksdiensten, instellingen en organisaties en samenwerking met de streekplancommissies in de naburige provincies.

De dienst van het streekplan zal worden ondergebracht bij de provincie als onderdeel van den Provincialen Waterstaatsdienst. Deze zal huisvesting en personeel ter beschikking stellen in het gebouw van den Provincialen Waterstaat, terwijl de dienst van het streekplan omgekeerd weer van belang zal zijn voor de provincie bij het vaststellen van bebouwde kommen, leggers van wegen en dergelijke.

In het stadium, waarin de voorbereiding van het streekplan voor Noord-Limburg verkeert, waarbij verschillende gemeenteraden in Noord-Limburg reeds een besluit hebben genomen tot het aangaan eener gemeenschappelijke regeling, meenden Gedeputeerde Staten de vergadering van Provinciale Staten in de gelegenheid te moeten stellen een beslissing te nemen omtrent de van provinciewege te verleenen medewerking; nu tot die medewerking van de provincie is besloten, zullen ook de besprekingen met Zuiden Midden-Limburg kunnen worden geopend.

UIT DEN KRING DER BOUWVEREENIGINGEN

BELEGGING VAN KASGELDEN

Het was in 1924 dat de Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid een circulaire richtte tot de Gedeputeerde Staten der Provinciën, waarin hun aandacht werd gevestigd op de wenschelijkheid, dat woningbouwvereenigingen haar overtollige kasgelden zouden