is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 15, 1934, no 9, 1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom 4 m voor den N.-Z. weg en 3 m voor den dwarsweg, met verscheiden verbreedingen voor uitwijken en keeren.

Langs alle wegen zijn hoog ópschietende wilgen geplant, terwijl de voortuinen (3.50 m) van den weg zijn afgescheiden door een ligustrumhaag (groenblijvend).

HET WONINGTYPE

Voordat aan dit complex begonnen werd, waren in Aalsmeer al een 70 boerenplaatsjes gebouwd, aanvankelijk in twee typen van de architecten Maarse en Berghoef; later zijn door mij een twaalftal typen ontworpen, die de een na den ander ontstonden, opgebouwd uit de ervaringen met voorgaande typen.

In het bizonder wordt contact gezocht met de landarbeidersvrouwen.

In dit verband wilde ik opmerken dat het wel zeer verleidelijk is alle traditie te verwerpen en totaal nieuwe wegen te zoeken. De architect vergete echter niet dat hij slechts bouwmeester is en geen moralist, die in zijn studeerkamer een nieuw menschentype uitdenkt en daarvoor maar vast woningen gaat ontwerpen, in de hoop dat dit nieuw gedachte menschsoort inderdaad zich volgens zijn meditatie ontwikkelt. Vooral op het platteland blijve men bij den grond. Beter en juister is het m.i., indien de architect, in plaats van zich in fantasieën te verliezen, een zeer intensief contact zoekt met de plattelandsbevolking. Men zal verbaasd staan hoe zegenrijk en verrassend de resultaten van dit contact kunnen zijn. Men bedenke dat deze soort landarbeiders al geselecteerd is en uit den aard der zaak juist die typen naar voren komen, die een groote mate van onafhankelijkheidszin hebben en die zich dan ook uit de massa loonarbeiders opgewerkt hebben tot vrije mannen en vrouwen.

De mannen toonden bizondere belangstelling voor de schuur en de situatie op het land en natuurlijk voor den grond zelve. De vrouwen hadden meer belangstelling voor het huisje.

Er waren vrouwen, die alle winteravonden met den blauwdruk vóór zich zaten te studeeren en trouwe

gasten waren op het spreekuur van Gemeentewerken. Zoodoende is door onderlinge samenwerking een plattegrond ontstaan, die ondanks de beperkte middelen zooveel mogelijk tegemoet komt aan alle wenschen. Het hokkerige van kleine woningen is zooveel mogelijk vermeden. Natuurlijk zijn de slaapkamers klein, doch voor vrijstaande huisjes op het platteland met onbeperkte ventilatie-mogelijkheden is dit niet zoo'n bezwaar.

Er is stM& vastgehouden aan drie slaapkamers, één 'voor de meisjes, één voor de jongens en één voor de ouders. Deze laatste moest onherroepelijk beneden zijn met het oog op tijden vóór, gedurende en na de bevallingen en voor de babyverzorging, waarbij de vrouw toch onafgebroken het huishouden zonder hulp moet kunnen : bestieren. |

De woonkamers zijn ruim i 6 gelukkig worden deze, althans des avonds en Zondags, ook werkelijk gebruikt. Als men de mannen met hun werkkleeren ziet thuiskomen, is het heel begrijpelijk dat zij de maaltijden (om 12 uur) in de keuken gebruiken. Deze keukens zijn dan ook zoo ruim mogelijk gemaakt en steeds in aansluiting met de schuur, omdat het gewoonte is dat de vrouwen een spoelbak en een z.g. waschfornuisje met stookplaats in de schuur hebben. , •

Een enkele vrouw vroeg een z.g. kookkast, die zeer praktisch bleek. Het eten wordt nu in een glazen kast, aansluitend op het wasemkanaal, achter schuiframen, gekookt. In deze kast is een lichtpunt en een granito onderblad aangebracht. Er komt dan geen etenslucht in de keuken-(eetkamer). |

. I De schuur van een boerenhuisje moet m.i. steeds als een integreerend onderdeel van het geheel gebouwd worden. |

Een ruime gemetselde spoelbak en een stookplaats voor een gebruikelijk 0.35 m hoog cylindrisch fornuisje zijn bestemd voor de wasch. De spoelbak met waterleiding is zoo gemaakt, dat zij zonder bezwaar kan worden ingericht tot douche-gelegenheid en kinderkuipbad. __j

Boven deze schuurtjes is een zolder voor gereedschappen>

Sommige mannen vroegen een afgescheiden deel van de schuur voor zich alleen, doch meestal werd volstaan met het aanbrengen van een werkbank of een tafel langs den wand. Nabij de schuurdeur is op verzoek van alle vrouwen een regenwaterbak gemetseld vanwege het „zachte’' waschwater.

Een kolenkist, van boven gesloten en van onderen met een steenen (stofvrije) schepgelegenheid, is meestal ingebouwd.

De W.C. is in de schuur, op algemeen verlangen. Buiten is een beerput, zonder afvoer, omdat de faecaliën gebruikt worden voor bemesting. Merkwaardig was dat allen gevraagd hebben om groote ramen, maar ook om een flink muurvlak voor de woonruimte. Zekere moderne opvattingen worden dus wel gehuldigd, doch men kent begrenzing op het platteland.

De aanneemsom per woning bedroeg ƒ 2500 a ƒ 2600.

DE GROOTTE VAN HET TERREIN

Proefondervindelijk was uitgemaakt dat een stuk grond van 100 Rijnlandsche roeden (1400 een mooi