is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 16, 1935, no 11, 1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich er vooral voor hoeden het getal van het surplus of deficit van een streek te vereenzelvigen met het vestigings- of vertrekoverschot; immers de groei door geboorte-overschot is in de onderscheidene streken niet gelijk.

Tabel II

Vergelijking van den groei per streek met den groei van de Rijksbevolking (in duizendtallen)

De cijfers geven een zeer belangwekkend overzicht van de heerschende tendenzen. De trek is geweest naar de landelijke industriestreken: Zuid-Limburg, Noord-Brabant, Twente (streek II) en naar de belangrijkste woongebieden: de forensenstreken (V) (het Gooi en Oostelijk Utrecht, de Duinstreek) en Den Haag en omgeving (VII). De zuiver landelijke streken (I) hebben het grootste deel van hun natuurlijken aanwas afgestaan. Veel grootere opnamecapaciteit vertonnen de streken 111 (invloeden van ontginning, vreemdelingenverkeer en de aantrekkelijkheid als woongebied) en IV (nabijheid der groote bevolkingscentra). Verhoudingsgewijze geringen groei vertonnen echter ook de beide groote handelssteden en Utrecht. Hier zal zich vooral de invloed van de forensenstreken hebben doen gevoelen. Van de economische opnamecapaciteit dezer steden geven de cijfers dus zeker een te gering denkbeeld.

De berekening van de toekomstige bevolking verloopt nu, op den grondslag van het in tabel II berekende surplus en van de verhoudingsgetallen uit tabel I, als volgt (voorbeeld: streek VII).

ü ÖO ö Verschil met groei overeenkomstig Bevol•S“ 0 0 Werkelijke behet Rijk Streek kmg volking 1920 Bevolkir evenre gegroeic 1920 1930 meer minder Ia 980 1.133 1.029 lO4 b 231 267 243 24 c 416 481 424 + 24 57 Ila 271 314 338 b 604 699 762 c 259 299 345 46 lila 137 158 158 . 6 b 542 627 633 c 211 244 239 5 d 22 25 24 I e 167 194 187 7 IVa 52 60 56 – 4 b 243 281 268 1 13 Va 276 319 360 41 b 190 1 220 255 i ■ 35 VI 785 908 878 ■ 44 30 VII 371 i 429 473 , VIII 149 172 171 IX 957 1.106 1.093 1 13 Het Rijk 6.865 7.936 7.936 ' 259 : 259

Tabel 111. Bevolking per streek op het eind van elk decennium Absolute cijfers (in duizendtallen)

Afb. 2. De bevolking pei streek in absolute cijfers

Streek 31 Dec. 1920 1930 1940 [950 1960 1970 0 00 1990 2000 Ia 980 1.029, 1.038; 1.057 1.068 1.071 1.071 S 1.068 1.063 b 231, 243’ 245' 250 252 253! 253 2531 251 360 677 1.581 812 c Ila b 416^ 271 604 424; 3381 762 416’ 390 i 8871 411 449, 1.0291 403 504 1.163, 393 554 1.283 383 598 1.390 371 639 1.489 345 4i6| 496' 572; 640 702 759 lila 137 158 174^ 192' 208' 222 235 246 1.008 257 b 542 633 698 774| 844 905 959 1.05'^ c 211 239 2571 278; 297, 313 328 340 352 d e IVa 22 167 52 24 187 56 25: 199: 58, 27; 213; 60 28 226; 621 29 237 64 30 246 65 31 254 66 31 262 67 360 809 608 b Va b 243 276 190 268^ 360 255 i 283' 428 309 301 505' 369 317, 578 426 331 644 478 342 703 525 352 758 568 VI VII VIII IX 785 371 149 957 878' 473 171 1.093 936 554; iB6| 1.185 1.007: 645' 204 1.294 1.069 732 220 1.392; 1.122 810 234 1.477 1.167 879 246 ' 1.551 1.207 943 257 1.618 1.003 267 1.679 Het Rijk 6.865 7-936 1 8.685 9.561 10.36241.060 j 11.67312.226 12.734

1930 11940 472.823 I.OQ44OO) (43.480 X 0.837500) 517.457 36.415^ 553.872 11950 X 1.100865) +(43.480 X 0.818351) 609.738 35.582 645.320 731.916 809.655 879.350 943.465 1.003.349 11960 1970 11980 (645.320x1.083775) (731.916 1.067435) (809.655 X 1.055361) (43.480 0.748251) (43.480 0.652771) , (43.480 0.572032) 699.382 781.273 854.478 32.534 28.382 24.872 1i990 booo (879.350 1.047370) (943.465x1.041584) (43.480 0.516558) ■ (43.480x0.474949) 921.005-1-22.400 982.698 H-20.651