is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 19, 1938, no 10, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In drie gevallen werd tweeërlei gemiddelde huur opgegeven voor verschillende categorieën van arbeiders, die naast elkaar in één gemeente voorkomen.

Een groepeering van de gegevens naar de onderscheidene gebieden is moeilijk uit te voeren, omdat de aanwezigheid van industrieën en de nabijheid van een stedelijke agglomeratie in de meeste gebieden groote verschillen tusschen de plattelandsgemeenten hebben doen ontstaan.

10. Is er voldoende bouwterrein beschikbaar? Zoo niet, waardoor niet?

In de groote meerderheid van de gemeenten bleek naar het oordeel van het gemeentebestuur voldoende bouwterrein beschikbaar te zijn. Slechts 15 hebben de vraag ontkennend beantwoord. Bovendien hebben 3 een onduidelijk of twijfelachtig antwoord gegeven en 7 andere een niet onverdeeld bevestigend antwoord. Als toelichting bij de ontkennende antwoorden wordt in de meeste gevallen opgegeven het ontbreken van een goedgekeurd uitbreidingsplan, al blijkt dit meermalen in vergevorderden staat van voorbereiding te zijn. Ook wordt wel genoemd de geringe lengte van het wegennet, wat op hetzelfde neerkomt. In één geval wordt het ontbreken van bouwterrein toegeschreven aan de geringe oppervlakte van de gemeente, terwijl ook enkele malen op de geringe geneigdheid van de particuliere grondeigenaren om te verkoopen en op de hooge grondprijzen in verband met den tuinbouw gewezen wordt.

11. Wat is de prijs van een bouwterrein, geschikt voor den bouw van een arbeiderswoning?

De antwoorden op deze vraag vertoonen een zeer groote verscheidenheid, wat ook wel te verwachten was, omdat de vraag naar bouwterreinen in de plattelandsgemeenten zeer sterk uiteenloopt. Zoo zal in een gemeente waar aanbouw uitzondering is, de grond allicht te krijgen zijn tegen een prijs, die niet afwijkt van den agrarischen grondprijs, terwijl in een naburige gemeente, waar door eenige oorzaak sterk gebouwd wordt, vrij hooge grondprijzen bedongen worden. Ook loopen de prijzen blijkbaar van geval tot geval dikwijls sterk uiteen.

De enquête vertoont dan ook voorbeelden van markante verschillen in grondprijzen in gemeenten, die tot één economisch-geografisch gebied behooren en oogenschijnlijk veel gemeen hebben, ja zelfs binnen één gemeente. Zoo geeft een gemeente in Noord-Limburg den zeer lagen prijs van f 2. tot f 10.— per are op, terwijl een andere gemeente in het zelfde gebied mededeelt dat de grondprijs voor arbeiderswoningbouw varieert van f 0.75 tot f 1.50 per Over het algemeen treft men de laagste prijzen, die waarschijnlijk beantwoorden aan de prijzen van woesten grond, alleen in het Oosten des lands aan.

Hieronder volgt een overzicht van de opgegeven prijzen, gesplitst in prijzen per m 2 en voor een totaal terrein, aangezien de antwoorden in dit opzicht uiteenloopen. Bij de laatstbedoelde prijzen valt nog op te merken dat hierop mede van invloed zijn de plaatselijke gebruiken omtrent de grootte van de tuinen bij arbeiderswoningen.

Prijzen per m^ beneden f 0.25 7 f 0.25 tot f 0.50 6

f 0.50 tot f 1.00 12 f 1.00 tot f 1.50 15

f 1.50 tot f 2.00 5 f 2.00 tot f 3.00 12 boven f 3.00 3 60

Verder zijn er enkele gevallen van uiteenloopende prijzen binnen één gemeente, namelijk één van f 0.50 tot f 1.50, één van f 0.40 tot f 1.10, drie van f 1.00 tot f 2.00, één van f 1.00 tot f 3.00, één van f 0.75 tot f 1.50 per m 2.

Prijzen in totaal opgegeven

f 100.—tot f 200. 2 f 200. tot f 300. 5 f 300. tot f 400. 7

f 400. tot f 500. 7 f 500. tot f 600. 8 boven f 600.^ 8

37

Verder de volgende zeer uiteenloopende opgaven: één van f 300. tot f 600.—, één van f 400. tot f 800. , één van f 400. tot f 700. , resp. van f 700. tot f 1000. , twee van f 500. tot f 700. .

12. Geven de ervaringen in Uw gemeente aanleiding tot bizondere opmerkingen met betrekking tot het woningtype ?

Zooals te verwachten viel, is deze vraag in verreweg de meeste gevallen in ontkennenden zin beantwoord. De enkele opmerkingen, die naar aanleiding van de vraag zijn gemaakt, leenen zich niet voor samenvatting.

13. Door wien wordt het bouwtoezicht uitgeoefend? (Als bijbetrekking, door een uitsluitend in gemeentedienst staanden ambtenaar of ingevolge een gemeenschappelijke regeling met andere gemeenten)

De vraag is door alle 115 gemeenten beantwoord. De uitkomsten zijn als volgt.

Bouwtoezicht, uitgeoefend door uitsluitend in gemeentedienst staanden ambtenaar 34 krachtens gemeenschappelijke regeling met andere gemeenten

door den dienst van een naburige groote gemeente zonder gemeenschappelijke regeling 1 door een techn. ambtenaar in dienst van een commissie als voortzetting van de opgeheven gezondheidscommissie j

door het bouw-, woning- en welstandstoezicht in Noord-Brabant 7 (daarvan in twee gevallen tevens door gem. opzichter, resp. gem.-dienst; in het laatstbedoelde geval kennelijk in hoofdzaak door dien dienst) als bijbetrekking 33 (hiervan is de ambtenaar in 7 gevallen tevens in