is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 21, 1940, no 2, 1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Internationaal

Revue Internationale de la Propriété Batie, No. 5j6, September—December 1939

L’assurance contre les pertes de loyer, door Max Montchal. Het zeer groote aantal leegstaande woningen in de Zwitsersche steden (Genève 13%) geeft schr. aanleiding voorstellen te ontwikkelen, naar het voorbeeld van een sinds 1905 te Oslo bestaande organisatie, tot verzekering tegen huurverlies. Hij denkt zich een systeem, waarbij de verhuurde woningen in de verzekering worden opgenomen, die, als ze leeg komen, 50 tot 75 % van de gederfde bruto-opbrengst zou uitkeeren. Eventueele overschotten zouden mede kunnen dienen voor schadeloosstellingen voor die woningen, die van den aanvang af hebben leeg gestaan.

Urbanisme et circulation a Rome, door Paolo Tuccimei. Tekst van een door schr. op het Internationaal Congres te Stockholm uitgebrachte mededeeling.

Duitschland

Bauen Siedeln Wohnen, No. 2, 16 Januari 1940

Rheinische Landschaft, door Prof. Dr. Walther Schoenichen. Beschrijving van het landschap van het Rijndal met aanwijzingen voor de landschappelijke verzorging. Met twee afbb. Siedlungskundliche Zusammenhange aus dem Landkreis Aachen, door Dr. Ing. van Kann. Schr. geeft een overzicht van den inhoud van zijn geschrift ~Das Bauernhaus in Bruchstein und Fachwerk aus der Umgebung Aachens”. Met afbb.

Neue Wohnungen in der Altstadt. Die Rheinviertelgesundung in Köln, door Dr. Ing. Hans Vogts. Een deel van de oude stad van Keulen was sinds tientallen jaren prijsgegeven aan toenemend verval. De economische ellende van de wijk veroorzaakte lage grondprijzen en maakte het daardoor mogelijk hier opnieuw woongelegenheid te scheppen. De inpandige bebouwing werd opgeruimd. De afmetingen van de bouwperceelen leidden vanzelf tot een bebouwing, die bij de historische omgeving past. De aanwezige oude woonhuizen dateerden grootendeels uit de 16e eeuw. Typeerend was het eengezinshuis, dat gelijkvloers is ingericht voor het bedrijf van den bewoner. In enkele gevallen zijn deze woningen bij de saneering aldus behouden, maar dikwijls was het noodig twee oude huizen inwendig te verbinden, waardoor etagewoningen met grooter oppervlak ontstonden. De scheiding van bedrijfsruimte en woning maakte het noodig den woningen een afzonderlijken toegang te geven, soms op zijde door een steeg, of van een nieuw gevormde binnenplaats. Met kaartje en foto’s.

Baugilde, No. 1, 10 Januari 1940

Wo stehen wir im Wohnungsbau? door Dr. Theodor Steimle. Schr. geeft eenige cijfers over den woningbouw in Duitschland in de laatste jaren en legt er den klemtoon op dat alles moet worden gedaan om te voorkomen dat het bestaande tekort van l}/2 millioen woningen tijdens den oorlog toeneemt.

■, No. 2(3. 25 Januari 1940

Das Enteignungsrecht nach dem Gesetz über die Neugestaltung deutscher Stadte. Opmerkingen over deze speciale onteigening, meer in het bizonder over het begrip ~passende schadeloosstelling". Amerikanische Einfamilienhauser. Eenige plattegronden met toelichting van ontwerpen, die bekroond zijn op een Amerikaansche prijsvraag.

Deutsche Bauzeitung. No. 2, 10 Januari 1940

Lehrsiedlung Braunschweig-Mascherode, door Trost. Beschrijving met afbeeldingen van een kolonie, die ten slotte 1300 gezinnen zal huisvesten. j

Monatshefte füt Baukunst und Stadtebau, No. L /a-nuari 1940

Fragen an den Stadtebau, door Friedrich Paulsen. Schr. vraagt zich af wat de zeer uiteenloopende onderwerpen, waarmee de stedebouw zich bezig houdt, tot een eenheid maakt. Hij ziet de verbindende

kracht in de doelstelling, die echter verschillend is, naar gelang van den tijd en het land. In het huidige Duitschland ziet schr. als doeleinden van den stedebouw: het verkeer, de gezonde huisvesting van het volk en de bevrediging van cultureele behoeften, met name wat betreft de schoonheid van de omgeving. Het verkeer leidt in de zeer groote steden tot groote verspilling van tijd en energie. Wordt vervolgd.

Die Wohnung, No. 1, Januari 1940

Das Problem der Wohnungsgrösse, door Prof. Siegfried Sitte. Terwijl een menschwaardige woning ten minste 70 oppervlak zou moeten hebben, hebben de hooge kosten ertoe gedwongen voor het bestaansminimum met veel minder genoegen te nemen, tot zelfs 35 Aanzienlijke daling van de rente zou een groote daling van deze kosten beteekenen. Neemt een dergelijke maatregel echter een eenigszins algemeen karakter aan, dan ontstaan economische gevolgen, die het gunstige effect beperken. De meening dat men door wijziging van bepaalde bestanddeelen van den huurprijs de huren in het algemeen en blijvend zou kunnen verlagen, is steeds onjuist gebleken. Verder moet men bedenken dat een daling van de kosten alleen invloed op de huur kan hebben, waar de kosten inderdaad bepalend zijn voor de huur; waar dus geen grondrente in de huur begrepen is. Overal waar wel grondrente optreedt, leidt vermindering van de bouwkosten slechts tot verhooging van de grondrente. De conclusie, waartoe schr. komt is: een belasting op de grondwaarde ter vervanging van de bestaande belastingen, die de bouw-' kosten verhoogen. Aldus zou de nieuwe belasting tot verlaging van het huurpeil leiden.

Das Bad in der Kleinwohnung, door P. Rottmann. Schr. stelt voor een kuipbad in te richten in de woonkeuken van kleine woningen. De verwarming van het water is daar gemakkelijk. Als de kuip niet gebruikt wordt, kan ze dienst doen als tafel (met een houten deksel) of als spoelbak. Met afbb.

Frankrijk

La Vie Urbaine, No. 52. Juli—Augustus 1939

Notes sur l'embellissement de la ville d’Ottawa, door J. Gréber. Ottawa met 140.000 inwoners heeft een oppervlakte van niet minder dan een derde van die van Parijs. De geheele agglomeratie met 200.000 inwoners gaat een groote toekomst tegemoet. Er is een streven om het geheele gebied tot een soortgelijk federaal district te maken als het gebied van Washington in de Vereenigde Staten. Uit het werk van een in 1913 ingestelde Federal Plan Commission is in 1927 de instelling voortgekomen van een Federal District Commission, die reeds belangrijke werken tot stand gebracht heeft: parken en parkwegen. Schr. heeft ter uitvoering van de opdracht om een plan op te stellen voor de terreinen van de federale regeering, vooraf een algemeen plan moeten ontwerpen voor het geheele stadsgebied. Het artikel geeft bizonderheden over het eerstbedoelde plan. Het parkeervraagstuk denkt schr. zich opgelost door een aantal garages nabij de Ministerie-gebouwen, overdekt door beplante terrassen. Met kaartjes en foto’s.

Boekbespreking

Dr. Ir. W. B. Kloos, Het Nationaal Plan

N. Samsom N.'V., Alphen aan den Rijn

De dissertatie, waarvan de titel hierboven vermeld is, is de eerste meer uitvoerige en de uitgebreide stof volledig omvattende studie over dit zoo bij uitstek belangrijke en actueele onderwerp, hier te lande verschenen. Over de belangrijkheid zal men het spoedig eens zijn en de actualiteit kan bij de snelle ontwikkeling van toestanden eri feiten heden ten dage evenmin in twijfel worden getrokken. Gelukkig, dat ook aan de zijde der Regeering de urgentie van het treffen van maatregelen in grooter, in nationaal verband wordt ingezien. Nadat de Minister van Binnenlandsche Zaken zich op dit punt het vorige jaar nog in vrij vage termen had uitgelaten, konden we nu in de Memorie van Antwoord lezen van een „nationaal plan