is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 22, 1941, no 2, 1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op deze wijze zullen van de 544 eengezinshuizen er 245 of 45 %| van een garage kunnen_ worden voorzien. |

Ten aanzien van de bebouwing in vier en zes verdiepingen is in de bebouwingsvoorschriften voorgeschreven, dat deze gebouwen van onderhuizen moeten worden voorzien, welke onderhuizen op de daarvoor in het uitbreidingsplan aangewezen plaatsen en dit betreft bijna alle voor deze bebouwingen bestemde bouwstrooken zoodanig moeten worden ingericht, dat deze, behalve de vereischte bergruimten, ook garages zullen kunnen bevatten. Op deze wijze zal in totaal ongeveer ''®/s van het aantal woningen in deze wijk garageruimte in of vlak bij de woning kunnen verkrijgen. Blijkens een recent onderzoek bedroeg het aantal particuliere personenauto's, toebehoorend aan bewoners van de beter gesitueerde buurten in Zuid bewesten de Boerenwetering: Apollobuurt, Museumbuurt, Willemsparkkwartier, Diepenbrockbuurt, tusschen 36 en 13 per 100 woningen in de desbetreffende buurt. Het gemiddelde over de geheele wijk bedroeg 19 autojs per 100 woningen.]

Van deze auto's werd "‘/s a niet in garages gestald, doch op straat geparkeerd. In het bestaande deel van Zuid, hierboven bedoeld, wordt slechts 8% van de auto's in een eigen garage in het perceel gestald, daarentegen 78 % in de stallinggarages. Zelfs in de buurten met veel moderne eengezinshuizen staat slechts een betrekkelijk klein deel der auto's in eigen garage: in de Diepenbrockbuurt ongeveer i/;i van de daar thuisbehoorende auto's, in de buurt beoosten de Beethovenstraat ’/i, n.l. resp. 13 en 9 auto’s per 100 woninjen.

Het onderstaande staatje geeft een overzicht van de in het plan opgenomen aantallen woningen van verschillende soorten en van het aantal auto’s, dat gestald kan worden in de garageruimten, welke bij deze woningen, overeenkomstig de bebouwingsvoorschriften zullen kunnen worden gebouwd.

Vergelijkt men deze cijfers met die, welke ten aanzien van de bestaande wijken zijn vermeld, dan blijkt, dat de garageruimte waarop in het plan is gerekend, veel grooter is dan in de aangrenzende buurten, waardoor, naar verwacht mag worden, het zoo hinderlijke stallen op straat in de nieuwe wijk zooveel mogelijk zal kunnen worden beperkt.

Tevens blijkt uit de cijfers, dat bij de ontworpen voorziening in ruime mate rekening is gehouden met de gestadige toeneming van het aantal auto’s. Het is dus waarschijnlijk, dat in den beginne niet alle garageruimte noodig zal zijn. Daarom is in de bebouwingsvoorschriften de mogelijkheid geopend, de ruimten in de onderhuizen der hooge bebouwingen aanvankelijk geheel als bergplaatsen aan te wenden; met de mogelijkheid van verbouwing tot garage moet dan echter reeds bij den bouw rekening worden gehouden.

In art. 4 der bebouwingsvoorschriften is een aantal bepalingen ten aanzien van de garages opgenomen, waarbij vooral die, welke betrekking hebben op de in de onderhuizen der hooge bebouwing op te nemen gareer-ruimte, zijn gebaseerd op tevoren opgemaakte schetsen voor doelmatige indeelingen dezer onderhuizen. Uit deze schetsen bleek, dat een goede combinatie van de benoodigde, onderling gescheiden, bergruimten voor de bovengelegen woningen met garageruimte met behoorlijken inen uitrit kan worden verkregen, indien het onderhuis buiten de opgaande gevels wordt uitgebouwd. De mate van uitbouw hangt af van het aantal woonlagen en varieert volgens de bebouwingsvoorschriften van 2 tot 5 m. De bovenkanten der uitbouwen moeten als terras voor de daaraan gelegen z.g. „beletages" worden ingericht (zie profielen VI en XVII).

Ook voor het onderbrengen van garages in de eengezins-rijenhuizen zijn verschillende schetsen opgezet, waarbij twee types in het bizonder aandacht vragen, n.1.: a. met gelijkvloers ingebouwde garage en b. met garage in een onderhuis.

Type Min.- gevelbreedte Aantal woningen Aantal auto’s, waarvoor garageruimte beschikbaar is Van elke soort Van elke soort Abs. In% Abs. Per 100 woningen Eengezins-A 6.00 262 15.1 87 33.1 huizen B 6.50 228 13.1 104 45.6 C 7.00 26 1.5 26 100 D 7.50 28 1.6 28 100 Totaal . 544 31.3 245 45 3 woonlagen E 9.50 177 10.2 17 9.6 4 F 9.50 208 12 52 25 4 Fi 10.00 80 4.6 30 37.5 4 G 11.00 520 29.9 198 38.1 6 H 168 9.7 84 50 6 Hl omgere-40 2.3 24 60 kend tot beb. F Totaal . 1193 1 68.7 1 405 34 Tot.-generaal 1 1737 ; 100 650 1 37.4

Voordeel van het gelijkvloersche type is juist het feit, dat de woonverdieping niet als bij type b. zóóveel boven het niveau van de straat, en dus ook van den tuin, moet worden aangelegd, dat de auto kan in- en uitrijden. Daarentegen heeft het gelijkvloersche type het financieele nadeel, dat een breeder perceel en dus ook een breeder bouwterrein noodig is dan bij het onderhuis-type, waar de garage geen meerdere breedte, doch wel meerdere bouwhoogte vereischt, In het plan is, behoudens enkele gevallen waar een hoogteverschil vanzelf aanleiding geeft tot toepassing van het onderhuistype, den bouwers de keuze tusschen beide types gelaten, zij het dan ook dat in een straatgedeelte slechts éénzelfde type mag worden gebouwd.

Afb. 12. Verdeeling van de garages