is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 22, 1941, no 11, 1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

le. de uitbouwen maken het hoofdvertrek somber; 2e. de trap en derhalve alle slaapkamers zijn uit dit hoofdvertrek toegankelijk;

3e. de moeilijk begaanbare spiltrap met twee kwarten is geen gewenschte toegang tot de verdieping:

4e. een privaat (zonder portaal) in de keuken is niet toelaatbaar;

se. fietsenberging in de keuken is evenmin toelaatbaar.

Redactie

Ëenige opmerkingen over geldelijken steun van rijkswege bij Woningwetbouw

door Ir. Chr. G. van Buuren

Betreffende de exploitatie van nieuw te bouwen normale arbeiderswoningen zijn bijdragen in uitzicht gesteld, groot onderscheidenlijk ƒ en ƒ 15. (geval A), en voor het overeenkomstig geval, doch gecombineerd met krotopruiming, van in totaal ƒ 100.— en ƒ 150.^ per jaar (gevalß).

Van elk tweetal cijfers is het hooge bedrag bedoeld voor woningen bestemd voor groote gezinnen.

Voor geval B was een totale bijdrage ad ƒ 50.^— tot heden normaal.

Groote gezinnen zijn slechts dun gezaaid. Het gemiddeld bewoningsgezin is in de steden reeds onder het cijfer 4 gedaald en nadert de evenwichtsgrootte ad 3.55. Het kleine en zeer kleine gezin is dus regel, het groote dus hooge uitzondering.

Hieruit volgt, dat de hoogste bedragen slechts beperkte beteekenis zullen hebben, zoodat wij goed doen uitsluitend de beteekenis van een (extra) bijdrage ad ƒ 50. per jaar te beschouwen, en die ten opzichte van de gevolgen van het duurder bouwen. Hiertoe is het niet voldoende om den index der kosten der bouwmaterialen in Mei 1940 te vergelijken met dien van heden, daarbij lettend op het percentage, noodig voor de arbeidsloonen. Deze cijfers worden trouwens momenteel niet gepubliceerd.

De werkelijke stijging is grooter, doordat b.v. de aannemer zich zal dekken tegen risico’s, duurder transport en moeilijker uitvoering, terwijl bovendien de eindrekening beslissend is.

ledere exploitatie-opzet vertoont een aantal cijfers, die onafhankelijk zijn van de bouwkosten, en daarnaast een bedrag voor renten en annuïteit, dat daarmede vrijwel recht evenredig is. Het gaat immers bij deze berekening niet om het meerdere bedrag der bouwkosten, doch om dat der stichtingskosten.

Aangezien groote nauwkeurigheid in verband met de sterk wisselende plaatselijke en landelijke omstandigheden geen rol speelt, nemen wij eenvoudig aan, dat de stichtingskosten in genoemde periode gestegen zijn met ƒ 2500.—.

Gelet op het feit, dat de bestedingskosten van arbeiderswoningen, op staal gefundeerd, varieeren van ƒ 18.^— tot ƒ 20. per welk cijfer voor heifundeering nog ongeveer ƒ 2. hooger ligt, schijnt dit bedrag, dat klopt

voor een woning ad 250 zeer gemakkelijk te verdedigen. |

Bij financiering van gemeentewege zullen wij moeten rekenen met een rentevoet ad d’/g %, wat met een annuïteit naar 50 jaar, neerkomt op tezamen 4.755 %. ,Dit belast de exploitatie-rekening dus met globaal ƒ 119.^ per jaar, of het 2,4-voudige van den in uitzicht gestelden normalen steun. Tegen dezen rentevoet zullen solide gemeenten momenteel haar leeningen op de vrije markt kunnen plaatsen. Om in geen geval te overdrijven reken ik echter met het bekende percentage ad 4, wat met een annuïteit naar 50 jaar neerkomt op 4.656 %. Dit beteekent een extra belasting ad ƒ 116.40 ten aanzien van het vorige cijfer, een verschil dat geen naam mag hebben. De huren'van de op deze wijze gebouwde woningen worden dus per jaar ƒ 66.40, of per week, het jaar gere- op 50 weken, ƒ 1.33 hooger. |

■ I Een dergelijke extra uitgaaf zal de bewoner wel moeten! betalen, afgezien van de vraag of hij daartoe, gelet op| de hoogte van een normaal arbeidersweekloon, in staat! is, en of de huuruitgaaf niet een te belangrijk deel derj inkomsten absorbeert. Vroeger beschouwde men i/e a 1/7 normaal, langzamerhand zijn wij gewoon geraakt aan 3 Het wil mij voorkomen, dat zwaarder druk, gelet op de gelijktijdige stijging van de kosten der eerste levensbehoeften, feitelijk ontoelaatbaar is. Bovendien brengt de praktijk nog mede, dat de personeele belasting zich o.m. regelt naar de nieuwe, toevallig zeer hooge huur. De nieuwe regeling, hoe goed ook bedoeld, is dus in geenen deele afdoende. Dat zou trouwens voor elke regeling gelden, die de materiaalschaarschte onaangetast 'laat. Wat hiervoor is behandeld, is inderdaad van directe en| reèidk betedceßis.

Ditzelfde kunnen wij niet beweren ten aanzien van de bijdrage, te verbinden aan de verbetering van woningen resp. ƒ 40.^— en ƒ 50.^— —en de hypotheekregeling. Beide regelingen hebben naar onze meening weinig waarde.

De eenige bouw immers, die momenteel nog eenige kans van slagen heeft, is die in de klassen O tot en met Ic, plus nog klasse S. Al het andere is volkomen illusoir. Dit maakt verdere beschouwing practisch overbodig. Tegen een bijdrage, te verbinden aan de verbetering van woningen, zal trouwens in de gegeven omstandigheden wel niemand principieel bezwaar maken.

Binnenland

Goedkeuring bouwwerken

De Algemeen Gemachtigde voor den 'Wederopbouw en de Bouwnijverheid heeft onder de aandacht van belanghebbenden gebracht, dat in alle provincies, benevens in de gemeenten Amsterdam en Rotterdam, thans Bureaux Goedkeuring Werken van zijn Dienst zijn ingesteld, waar voortaan de aanvragen ter verkrijging van goedkeuring voor de uitvoering van bouwwerken moeten worden ingediend, in plaats van zooals vroeger te ’s Gravenhage. Alle correspondentie ter zake moet ook tot deze bureaux worden gericht, terwijl inlichtingen betreffende in behandeling zijnde aanvragen eveneens aan die adressen te verkrijgen zijn.