is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 23, 1942, no 2, 1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de stad als een eenheid werd beschouwd en het hoogtepunt van den geheelen aanleg vormde.

Ernst Hamm in zijn geciteerde, zeer recente stutf e over ide Duitsche stedestichtingen in de middeleeuwen, komt tot een geheel overeenkomstige conclusie, welke hij zeer algemeen en zeer positief aldus formuleert: ~Dem Mittelalter war die aesthetische Seite des Stadtebaues durchaus gelaufig. Um so mehr muszte eine planmaszige Anlage einer Stadt den mittelalterlichen Stadtbaumeister reizen, diese Gedanken schon in der Anlage der Stadt im flinnAriss auszudrücken.”!

Meurer keert zich, op grond van zijn studie van de plattegronden der Noord-Duitsche steden, tegen degenen die beweren, dat men in de middeleeuwen bewust onregelmatige of schilderachtige steden zou hebben willen scheppen. Indien zulk een principe had bestaan, vraagt hij, zou men dan ten tijde van den hoogsten bloei der toenmalige cultuur dat beginsel terzijde hebben gesteld om een strenge regelmatigheid in acht te nemen bij stedestichtingen, niet alleen in het kolonisatie-gebied, maar zelfs in het oorspronkelijk Duityhe gebied? __

Afb. 18. Elburg id den tegenwoordigen tijd. Luchtfoto van de K.L.M. De regelmatige middeleeuwsche plattegrond is volkomen bewaard gebleven.

En een bij uitstek deskundige als de bekende kunsthistoricus Prof. Dr. A. E. Brinckmann gaat zelfs zoover, dat hij zegt 2) : het principe der gothische stadsbouwmeesters is dat van de regelmatigheid, niet van de onregelmatigheid: men moet aannemen, dat de gothische architecten de onregelmatigheid als leelijk (unschön) aangevoeld hebben. En hij knoopt daaraan deze opmerking vast:

1) t.a.p. blz. 97.

J3r7 A. Brinckmann. Stadtbaukunst. Geschichtliche Querschnitte und neuzeitliche Ziele. Berlin, z. j.

„Die Unregelmassigkeit „wird nicht gesucht. Et„was anderes ist es, wie „man sich im Einzelfall „mit ihr abfindet. Die Re„gelmassigkeit ist kein „starrer Tod. Der Un,,terschied zu amerikani„schen Stadten liegt for,,mal darin, dasz nicht ein „und dasselbe Planbild ~den verschiedensten Bo..denformationen aufge,,pragt wird, sondern sich ~ihnen anpasst.”

Hoenig uit zich in zijn bovenaangehaald proefschrift 1) nog feller in dezelfde richting: Het is verkeerd, zegt hij, de gothische stedebouwkunst te zoeken in de hoekige steegjes en de geheel onregelmatige pleinen der oudste Duitsche steden, bij welker geleidelijk ontstaan het gebrek aan organisatie een hoofdrol heeft gespeeld; een fout is het aan deze scheppingen van het toeval geestrijke beschouwingen vast te knoopen en aan de bouwmeesters der gothiek de bedoeling in de schoenen te schuiven, dat zij schilderachtigf

Belangrijk zijn de opmerkingen, welke Chr. Klaiber in zijn proefschrift over de middeleeuwsche plattegronden, der Duitsche steden hierover maakt. Ik ben aan het werk gegaan, zegt hij, met de overtuiging, dat ~middeleeuwsch” en „schilderachtig” identieke begrippen zijn, maar jarenlange studie leidde mij tot de overtuiging, dat het schilderachtige een neven-verschijnsel is, dat het wezen van de zaak niet raakt. Het bewijs van bewustkunstzinnig in toepassing brengen van regelen, analoog aan die van de renaissance, kan niet worden geleverd. Er waren geen vaste regelen, maar alles kwam neer op persoonlijke begaafdheid en traditie. De teekenkunst was nog onontwikkeld, maar daartegenover stond een veel grooter voorstellingsvermogen, waardoor terreinmoeilijkheden konden worden overwonnen.

Lavedan is zelfs van oordeel, dat de ontwerpers van de plannen der gestichte steden geenerlei artistieke bedoelingen hebben gehad. Degenen, die het plan der gestichte middeleeuwsche steden traceerden, hebben, zegt hij, bijna nooit de pretentie gehad een kunstwerk te willen scheppen. Zij hebben eenvoudig een utihteitswerk willen maken en men moet voor hen niet meer willen oßeischen dan zij zelf hebben gedaan.

Prof. Heiligenthal 3) is van meening, dat de middel-

H t.a.»., blz. 34. I I

») UT. mg. onnsiopn Klaiber. Die GrundrlMbildung. oer aeuiscncn Stadt im Mittelalter unter besonderer Berücksichtigung der schwabischen Lande. Berlin, 1912._

T) ï>. Rom. Heiligenthai. lieutscher Stadtebau. Heidelberg, 1921.