is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 23, 1942, no 12, 1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar eene verduidelijking niet misplaatst geweest, uit het renvooi in voldoende mate kan worden afgeleid, waar en hoe mag worden gebouwd; „Overwegende ten aanzien van de plannen in onderdeelen Markelosche Broek en Kerspel-Goor:

~dat het eerstgenoemde plan beoogt ter plaatse de vestiging van eenige winkels en kleine bedrijven mogelijk te maken ten behoeve van de gewestelijke buurtschappen, die zich op vrij grooten afstand van de kom van Markelo bevinden; ~dat daartegen geen overwegend bezwaar bestaat;

~dat weliswaar de Commissaris de vorming van een bouwkern langs een verkeersweg niet gewenscht acht, doch dat, daargelaten dat hier van een geprojecteerde lintbebouwing in de eigenlijke beteekenis van het woord bezwaarlijk kan worden gesproken, niet aannemelijk is, dat het verkeer over den betrekkelijk stillen weg van Markelo naar Laren door de toekomstige bebouwing noemenswaard zal worden gehinderd; „dat de aard van dezen weg en de geringe bebouwingsmogelijkheid den aanleg van een parallelweg ook niet wettigen;

~dat hetzelfde niet geldt met betrekking tot het plan „Kerspel-Coor”, vermits het hier betreft een aanmerkelijk uitgestrekter bebouwing aan twee zijden van den weg in de onmiddellijke nabijheid van het dorp Coor, zoodat de noodzakelijkheid tot het vormen van een centrum ter plaatse niet kan worden ingezien;

„Overwegende ten aanzien van het plan „Dorp Markelo”, dat daaraan door den Commissaris goedkeuring is onthouden voorzoover betreft het perceel sectie H no. 2865;

„dat echter blijkens de ingewonnen ambtsberichten dit nummer op een abuis berust, daar bedoeld is het perceel sectie H no. 2968, zoodat het bestreden besluit in dit opzicht verbetering behoeft; „Overwegende ten aanzien van het beroep tegen de niet-goedkeuring van de artikelen 11, 14 en 16 der bebouwingsvoorschriften; i)

„dat het bestreden besluit niet inhoudt eene weigering van goedkeuring van de hier bedoelde artikelen, doch dat daarbij deze bepalingen, als niet zijnde bebouwingsvoorschriften, als bedoeld in artikel 39, Ie lid der Woningwet en mitsdien niet aan goedkeuring ingevolge het 2e lid van dit artikel m verband met artikel 37 der genoemde wet onderworpen, buiten de goedkeuring zijn gelaten:

„dat, daargelaten of zulks terecht is geschied, nu artikel 38 der Woningwet aan den raad (thans den Burgemeester, de taak van den gemeenteraad waarnemende) slechts tegen weigering van goedkeuring recht van beroep de appellant in dit deel van zijn beroep niet kan worden ontvangen .

Op grond hiervan besloot de Secretaris-Generaal: „le. met vernietiging in zooverre van het besluit van den Commissaris der provincie Overijssel van 5 Maart 1942, No. 423/1937, 4e afdeeling alsnog goedkeuring te verkenen aan het bij besluit van den raad der gemeente Markelo van 23 Januari 1941 vastgestelde plan in hoofdzaak voor onderdeelen „Markelosche

„2e. in het besluit, vermeld onder II c „no. 2865” te wijzigen in: 2968; beroep, voorzoover dit de niet-goedkeuring van de artikelen H. 14 en 16 der bebouwingsvoorschriften betreft, niet-ontvankelijk te verklaren;

~4e. het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.”

1) De inhoud van deze bepalingen blijkt slechts in zooverre duidelijk, dat ZIJ o.a. verbieden de in het plan begrepen gronden enz. te doen verkeeren in een toestand in strijd met de bebouwingsvoorschriften. Red.

Inhoud

Bladzijde

Officieele mededeelingen 173 Rijksdienst voor het Nationale Plan 173

De wederopbouw van stad en land 173

Het Bste woningcomplex van de Arbeidersbouwvereeniging „Hilversum” aan de Boschdrift en de J. P. Coenstraat te Hilversum, door J. van Laren 173

Ue verzorging van den woningbouw uit een oogpunt van gehoorigheid en warmteregeling, door B. Merkelbach . 175

btedebouwkundige behandeling van een Cultuur-technisch Plan, door Ir. P. K. van Meurs . ] 70 1 1 . . _

ten merkwaardige toepassing van de Octrooiwet, door Dr. J. P. Fockema Andreae . . , isi D: l__ 1

■Dinnenland, . 182 Overzicht van tijdschriften ! 184

Nieuwe aanwinsten van de bibliotheek 186

Rechtspraak 186

Abonnementsprijs fB Losse nummers f I.

De leden van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (lidmaatschap voor physieke leden ƒ 7.50) en de leden van den Nationalen Woningraad ontvangen het blad kosteloos.

Energie-controleurs in de bedrijven

Bezuiniging op het verbruik van gas en electriciteit

energie-controleur of controleurs, indien verschillende afdeehngen zijn, ontbreken. Wat is eigenlijk een-enerq ntroleur en wat is zijn taak en waarom schenken wij op deze plaats a hem bijzondere aandacht? De energie-controleur is geroepen om er vd te zorgen, dat niet gedachteloos energie in den vorm van gas en elect citeit wordt verspild. In iedere afdeeling van elke onderneLng, vl . bedrijf en op elk kantoor behoort iemand te worden aangewezen om er mL'r-t’'''"' ‘u kescnikking staande energie zoo doelma mogehjk wordt omgegaan. Het spreekt vanzelf, dat hiervoor diegene I ihSe®ta'-k weet te betrachten. Naast zi% dac taak zal hij er voor moeten waken, dat licht niet onnoodig bram machines met onnoodig ingeschakeld blijven en elk ander materiaal apparatuur met onder stroom blijft staan of met gas wordt voorzien, wa °P dergelijke oogenbli ken toch met worden gebruikt.

De energie-controleur heeft een zeer belangrijke taak!

Het leven van den modernen mensch is niet zonder kolen te denken H zijn met alleen de wintermaanden, die den Nederlander van deze waa int vankomt; gas en electriciteit immers maken de mt van het geheele complex van gemakken, die als vanzelfsprekend wo den aanvaard. Leven en arbeid worden door deze beide vormen v° honXrH beïnvloed, en wel zóó belangrijk, dat in nog gei honderd jaar de grondslag ervan een volkomen wijziging heeft onderaaa Nauwelijks twee generaties terug was het grootendeeL de spierSt® vi barTnmndsfff' ckm arbeid bepaalde. Thans zijn het vaste en vloe bare grondstoffen en de daaruit voortkomende stoom, het gas en de ele. riciteit, ciie een grondigen ommekeer hebben teweeg gebracht. In de ii dustrie staat den scheppenden mensch tegenwoordig alleen al aan electr kina twintigvoudige van zijn spierkracht ter beschil king Met haar hulp kan hij zijn arbeidsvermogen verbeteren en tot ee schitterende prestatie opvoeren.

technische en economische leven wordt gevorm door de kolen. De wetenschap en de techniek zijn er Vooral in de laatst wintig jaar in belangrijke ontdekkingen te doen en aan de ban daarvan doeltreffende practische toepassingen tot stand te brengen. Daai oor IS echter ook de behoefte aan kolen abnormaal gestegen Zij zal bc vend.en nog steeds grooter worden. Men denke slechts aan de vervaard brandstoffen en rubber. De steenkool staat, tengi hoéveeTr-H f "*"t in zoodanig hoeveelheid ter beschikking, als ter bevrediging van alle levens- en arbeid® behoeften noodig is. Het is daarom, dat juist in oorlogstijd een bijzonde zorgvuldig economisch gebruik ervan wordt nagestreefd. In nauw verban daarmee staat begrijpelijkerwijs een even economisch en zorgvuldig ge bruik van electriciteit en gas. «vuiuig ge

Het is de taak van den energie-controleur daarvoor te zorgen !

Ingeschreven als Persbericht No. 1795 H.N. en

Persdienst van de Departementen van Han-

del, Nijverheid en Scheepvaart en van Landbouw en Visscherij, 23 November 1942

Gedachtelooze energieverspilling

Kolen en de daaruit gewonnen energie voorzien evenals de voeding in di belangrijkste levensbehoeften. Het moest dan ook eigenlijk geen nader be toog behoeven, dat uit elke ton kolen, elk kilowattuur en eiken kubieker meter gas het grootst mogelijke rendement dient te worden gehaald. Dii geldt zoowel voor de huishouding, als voor het verkeer en het bedrijfs-

De grootste vijand van een nuttige toepassing van gasi en electriciteit is het gedachtelooze verbruik, dat afbreuk doet aan ieder economisch belang, Dit „gedachtelooze verbruik" doet zich overal voor, zoowel zichtbaar als onzichtbaar en zelfs nauwgezette menschen worden er het slachtoffer van. Men is dikwijls zóó in zijn werk verdiept, dat men nauwelijks op het energie-verbruik let, machines onbelast laat loopen of licht onnoouig laat branden. Overal en altijd zullen er oogenblikken zijn, waarop onnoodig energie wordt verbruikt. Al moge het gedachtelooze energie-verbruik op zichzelf gering schijnen, in totaal komt het neer op getallen waarvan men zich nauwelijks een voorstelling kan maken. Men bedenke welke hoeveelheden energie men zelfs in een klein arbeidsgebied kan besparen, door slechts het „gedachtelooze verbruik" uit te bannen. Deze hoeveelheden, berekend over het geheele Nederlandsche bedrijfsleven, tezamen met het onnoodige verbruik in de huishouding, toonen aan, welk een energie er ook thans nog in het algemeen wordt verspild. Wat op een kantoor of in een fabriek overdag overbodig door den meter vliegt, is zelfs zóó groot, dat een normaal gezin er voldoende aan heeft om er een maandlang genot van te hebben.

Strijdt daarom tegen de energieverspilling: het is Uw, eigen belang 1

Ingeschreven als Persbericht No. 1826 H.N. en S.

Persdienst van de Departementen van Handel, Nijverheid en Scheepvaart en van Landbouw en Visscherij, 30 November 1942