is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 30, 1949, no 3, 1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Technisch Bouwblad, No. 1, Octoher 1948

Een nieuwe Bijlage bij het Katholiek Bouwblad.

IWoningcongres 1948 vin het ISlederlandschTÉÏtïtüut voor Volkshuisvestmgj en Stedebouw. Enkele uit grae-adviejen debat.^;

Een Zweeds ontwerp voor een standaardfc«ofcen..M>eeldingen met korte toelichting.

No. 5, 11 December 1948

\Voningdifferentiatie en woonnorm I, door Drs. L, j. S. de jonge. Schr. tracht uit de resultaten van de woningtelling een beeld 'af te leiden van de mate waarin de gezinnen van diverse grootte al dan ntet typerend gehuisvest zijn, beoordeeld naar het aantal vertrekken. Met een grafiek. Wordt vervolgd.

V No. 6, 25 December 1948

en woonnorm, 11, door Drs, L. J. S. de Jonge. Voortzetting van dezelfde beschouwing. Schr. leidt hieruit af dat het bouwen in overeenstemming met een theoretische woningbehoefte slechts zin heeft, wanneer men een overmaat van maatregelen treft om te bewerken dat ieder de passende woning huurt. Dit zou echter te veel ingrijpen. Getracht moet worden iedere groep binnen het kader van zijn inkomen een menswaardig bestaan te verzekeren. Met een grafiek.

•, No, 10, 19 Februari 1949

Het woningtekort volgens het C. 8.5., door Drs, L, J. S, de Jonge. tische bespreking van de hierop betrekking hebbende publicatie. Schr. voelt weinig voor cijfers, die de woningnood in zijn volle omvang uitdrukken en wil liever het probleem in perioden zien.

Tijdschrift voor Kadaster en Landmeetkunde, No. 6, 1 December 1948

Plus-minus onteigeningen, door Mr, J. M. C, Witvliet. Schr. bespreekt een praktische moeilijkheid bij de uitvoering van wederopbouwonteigeningen. Met afb.

Tijdschrift voor Maatschappelijk Werk, No. 22, 20 November 1948

De ontwikkeling van de provinciale opbouworganen, door R. Hornstra. Een uiteenzetting over de inrichting en betekenis van deze organisaties, die ook aan de volkshuisvesting aandacht schenken.

No. 24, 15 December 1948

Een speciaal nummer gewijd aan het onmaatschappelijke gezin.

Tijdschrift der Nederlandse Heidemaatschappij, No. 1, Januari 1949

De Rijksdienst voor het Nationale Plan en de natuurbescherming, door Ir. J. W. Hudig. Schr. doet enkele mededelingen over de maatregelen, waarmee de land- en bosbouw te maken heeft in het belang van het natuurschoon. Hij keurt af dat de gemeentelijke uitbreidingsplannen bestemmingen tot bos vastleggen en de veiling of kapping afhankelijk stellen van goedkeuring van het gemeentebestuur, evenals het vastleggen van andere agrarische bestemmingen, die z.i. te veel ingrijpen in het steeds wisselende landbouwbeleid.

Tijdschrift voor Overheidsadministratie. No. 192, 25 November 1949 , 1

Stedebouw en'Volkshuisvesting, door Prof. Dr. Ir. H. G. van Beusekom. Schr. ontwikkelt naar aanleiding van de nieuwe druk van de bekende commentaar van Bakker Schut ]r, bij de regeling van nationaal plan en streekplan enige denkbeelden. Er is een onverbrekelijk verband tussen stedebouw en volkshuisvesting. De Hoofdingenieurs-Directeur zijn de aangewezen adviseurs over planologische aangelegenheden. De beoordeling van uitbreidingsplannen behoort te geschieden door een Rijksinstantie, die ook het Rijksbelang tot uiting weet te brengen. Dat de provinciale planologische diensten zich geheel of grotendeels bezig houden met het on%* werpen van uitbreidingsplannen (? Red.) is een wantoestand.

V No. 193, 2 December 1948

De financiering van de particuliere woningbouw, door Prof. Dr. Ir. H. G. van Beusekom. Een beschouwing naar aanleiding van de nieuwe Binancieringsregeling.

No. 196, 23 December 1948

Het ontwerp-Wederopbouwwet I, door Mr. J. R. Stellinga, Critische bespreking van het wetsontwerp.

V No. 197, 30 December 1948

Het ontwerp-Wederopbouwwet 11, door Mr. J. R. Stellinga. Vervolg van de critische bespreking.

, No. 200, 20 Januari 1949

Het ontwerp-Wederopbouwwet 111, door Mr. ], R. Stellinga. Schr, vervolgt zijn critische bespreking van het wetsontwerp.

■, No. 201, 27 Januari 1949

De Landarbeiderswet, door L. P. van Hamele. Schr. pleit vodr wijziging van'de in deze wet vastgelegde vooroorlogse bedragen, waardoor ze thans geen toepassing kan vinden.

No. 205, 24 Februari 1949

Bebouwingsvoorschriften en splitsing van huizen in verschillende woningen, door van Beekum. Schr. laakt de poging, vervat in de circulaire inzake de premieregehng voor woningsplitsing, om verordeningen ex art. 43 Woningwet opzij te zetten.

Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde, No. 24, 10 December 1948 I ■

Het nummer bevat de handelingen van het Nederlands Congres voor Openbare GezondheijßWeling 1948. waar de scholenbouw is behandeld.

Volkshuisvesting, No. 2, 15 Februari 1949

Dit blad is het nieuwe orgaan van het Katholieke Instituut voor Volkshuisvesting, de Nstionale Centrale van Katholieke woningbouwverenigingen, instelling van de K.A.B.

Montagebouw, door Ir. J. Timmermans. Schr. bespreekt het systeem-Bredero. Met afbb.

België

De Gemeente, No. 20, November-December 1948

Urbanisatie van Pernez, landelijk centrum, door J. Clement. Pernez (Perwijs) is een groot dorp, eertijds centrum van een uitgestrekte plattelandsstreek, nu sterk achteruitgegaan. Het stedebouwkundige plan beoogt het dorp weer tot een centrum te maken. Het omvat een saneringsplan, de verbetering van de rivier de Grote-Gethe ter voorkoming van de periodieke overstromingen, de aanleg van een riolering met zuiveringsinrichting, een verbeterde verkaveling, het samentrekken van de door de oorlog getroffen kooplieden rond de openbare markten, wederopbouw van scholen en Godshuizen op geschikter terrein, de bouw van verschillende openbare gebouwen vóór de markten, de verbetering van twee Rijkswegen. Een en ander wordt met schetstekeningen toegelicht, In een slotwoord legt de schr. er de nadruk op dat het door het gemeentebestuur nagestreefde herstel alleen resultaat kan hebben, als een nationale politiek van reorgtanisatie van de plattelandscentra wordt aanvaard.

, No. 21, Januari 1949

Beschouwingen over practische stiedebouwkunde, door A. Puissant. Schr. is voorzitter vail de Technische Raad voor de Stedebouw en geeft in dit artikel kennelijk met propagandistische bedoeling een overzicht over alles wat bij het stedebouwkundig werk in de gemeenten te pas komt.

Huisvesting, No. 4, December 1948

De financiering van de woningbouw in Europa, door Paul Trekels. De maatregelen in enige landen , Nederland, Frankrijk, Engeland, Zwitserland, Zweden .—■ worden in het kort behandeld, waarbij vooral naar voren gebracht wordt, wat in het belang van de particuliere woningbouw wordt gedaan Opmerkelijk is dat schr. de Nederlandse woningpolitiek bestempelt als „beheerst door de strekking de private woningbouw te bevor-

De woningcrisis in Congo, Leopoldstad, door Jean Bara, Deze stad bad 25 jaar geleden 25.000 inwoners, nu 120.000, terwijl men verwacht dat binnen 15 jaar het cijfer zal zijn opgelopen tot 200.000. Schr, oppert de mogelijkheid van de aanleg van sa.tellietwijken voor de inlandse arbeiders langs een te electrificeren spoorlijn. De achterstand en de snelle Qtoei maken de aanbouw van 200 a 300 woningen per maand nodig. Schr. denkt aan gestandaardiseerde woningen en aan financiële bijdragen van de werkgevers. t

, No. 1, Februari 1949

De woningbouw in Engeland, door Franz Liekens, Schr. geeft, gebruik makend van officiële gegevens en rapporten, een overzicht van de woningbouw in Engeland en tracht daaruit enkele voor België nuttige conclusies laf te leiden. Hij acht de „dirigistische” inslag en de onvoldoende productiviteit de remmen die verbetering van de woningproductie in Engeland tegenhouden, In het officiële Girdwood-rapport wordt trouwens erkend dat de woningbouw in de particuliere sector heel wat efficiënter en sneller verloopt dan in de publieke. De Belgische regering gaat er te recht van uit dat overheid en particulier beide een bijdrage moeten leveren.

Canada

Review Institute of Professional Town Planners, No. 3, November 1948

The Myth of Neighbourhood Planning,' Redactioneel artikel, waarin gewezen wordt op de grote verschillen in aard en grootte van de woonwjjk welke men in de literatuur en in de practijk tegenkomt. De wijkgedachte dreigt een toverformule te worden, met demagogische strekking.