is toegevoegd aan je favorieten.

De woningbouwvereniging, jrg 10, 1950, no 4, 1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verenigingen weten nu, dat hun niet alleen het ophalen van de huur zal worden opgedragen!

Het gonst in Nederland van bedrijvigheid in zake de huisvesting van bejaarden. Dus ook in Arnhem. Daar heeft na de bevrijding het gemeentebestuur zich de zorg aangetrokken voor de huisvesting van een bijzondere groep van ouderen van dagen. Deze voor het merendeel alleen staande en in sociaal opzicht hulpbehoevende ouden van dagen werden ondergebracht in een vrij oud en voor het beoogde doel eigenlijk ongeschikt pand. Nochtans is in de afgelopen jaren in dat pand heel mooi werk verricht. Nu dreigt aan deze arbeid een eind te komen, omdat het gebouw van eigenaar is verwisseld en de nieuw-optredende rechthebbende er een andere bestemming aan wenst te geven. Het gemeentebestuur van Arnhem heeft de Stichting ~Huis en Haard” bereid gevonden om het werk over te nemen. Het eerste probleem, waarvoor deze Stichting zich ziet geplaatst is: Hoe te voorzien in de dringende behoefte aan een geschikt gebouw. U begrijpt nu, waarom het Bestuur van deze Stichting zich om advies tot de Nationale Woningraad heeft gewend. Wij mochten in grote trekken voorlichting omtrent de mogelijkheden voor nieuwbouw geven en verder een ook voor ons leerzame bespreking op het Ministerie arrangeren. Er is een plan voor een doelmatig gebouw gereed: nadat het tot uitvoering is gekomen, zullen we er in ons Orgaan zeker nog aandacht aan besteden.

Omdat het in Nederland zo gonst van de bedrijvigheid op dit terrein, heeft de Nationale Woningraad zich tot de afdeling Voorlichting van bat Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting gewend met het voorstel om te 'komen tot de uitgave van een eenvoudige brochure, waarin, aan de hand van concrete voorbeelden, inlichtingen zijn te vinden aangaande de sociale, technische en financiële zijde van het vraagstuk van de huisvesting van bejaarden. De Nationale Woningraad is, onder bepaalde voorwaarden, bereid om zulk een uitgave te verzorgen, omdat er ongetwijfeld zeer grote behoefte bestaat aan een handleiding voor mensen, die het initiatief nemen voor deze ~doelmatige verzorging" van de woonbehoeften der oudere Nederlanders.

De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting heeft een adviescommissie voor de toelating ingevolge de Woningwet van woningbouwcorporaties ingesteld. Voorzitter van deze Commissie is Mr F. A. v. d. Drift, raadadviseur bij het Ministerie. Tot leden zijn benoemd de Heren A. In ’t Veld en W. Scheerens, resp. voorzitter en secretaris van de Nationale Woningraad, alsmede de Heer F. C. v. d. Gun, secretaris van het Rooms-Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting. Het weekblad ~Bouw” van 15 April j.l. bracht dit bericht ook, zij het met weglating vande secretaris van de Nationale Woningraad. Onze secretaris trekt zich dit persoonlijk in geen enkel opzicht aan; hij vermeldt dit alleen, omdat men anders ten onrechte zou menen, dat er bij de samenstelling van deze commissie geen rekening was gehouden met het duidelijke verschil in sterkte, dat er tussen de Woningraad en het Rooms-Katholiek Instituut bestaat.

Een grote Amsterdamse bouwvereniging vroeg de mening van ons secretariaat aangaande de volgende kwestie: Een aanemer had voor de verrekening van risicoposten de z.g. correctie-factor aanvaard. Op grond van de vastgestelde factor had de verrëkening plaatsgevonden. Nu kwam deze aannemer bovendien nog met een schade-declaratie wegens stagnatie in de uitvoering van het onderhavige werk. In het bestuur van de bouwvereniging en bij de gemeentelijke woningdienst waren de meningen over de rechtmatigheid van deze vordering verdeeld. Eén groep meende, dat de aannemer op grond van de bestekbepalingen aanspraak op vergoeding mocht maken; een andere groep was van oordeel, dat de aannemer, door eenmaal de correctie-factor als methode van verrekening

te accepteren, de aanspraken op iedere andere risico-verrekening had verspeeld. Ons secretariaat behoefde het bestuur niet lang in het onzekere te laten. In de officiële toelichting op de Risico-regeling-1948 valt te lezen, dat schade door stagnatie niet in de correctie-factor is begrepen en dat dus voor stagnatie afzonderlijke declaraties op de gebruikelijke wijze kunnen worden ingediend, mits in het bestek de Risico-regeling van toepassing is verklaard. Misschien kan men deze oplossing ook elders nog eens gebruiken.

Tenslotte mogen wij niet nalaten dankbaar te vermelden, dat de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting de voorzitter en de secretaris van de Nationale Woningraad op 6 April j.l. in een langdurige audiëntie heeft willen ontvangen. Mede waren enige vertegenwoordigers van de Bond van Nederlandse Architecten aanwezig. Wij kunnen niet mededelen, wat we allemaal met de Minister hebben besproken. Genoeg zij, dat het onderhoud zeer bevredigend is verlopen, dat wij veel begrip ontmoetten en dat ons ruime medewerking bij de verwezenlijking van de door ons ter tafel gebrachte plannen is toegezegd. Wij maken er geen geheim van, dat onze eenvoudige lunch ons na het onderhoud met de Minister bijzonder lekker smaakte! Het lijdt geen twijfel, dat wij t.z.t., als we in bredere kring meer bijzonderheden bekend kunnen maken, van dit onderhoud zullen zeggen: Het was de eerste hindernis, die wij met succes hebben genomen! W. S.

Berichten

BESTEKSBEPALINGEN TEN AANZIEN VAN FABRIEKSMERKEN

Aan de Gemeentebesturen.

Het is U bekend, dat de Centrale Directie van de Wederopbouw en de Volkshuisvesting streeft naar verlaging van de kosten van de woningbouw.

Deze verlaging tracht ik te bereiken langs allerlei wegen en vele op zichzelf wellicht onbelangrijke middelen moeten te zamen voeren tot het doel. Ik meen daarom Uw aandacht te moeten vestigen op het volgende.

Verschillende bouwonderdelen als bijv. deuren, kasten, keukeninrichtingen en zitbaden worden door de industrie in massa vervaardigd. Daarbij zijn fabrikaten, die een zekere algemene bekendheid genieten en nu doet zich het verschijnsel voor, dat in bouwkundige bestekken bepaalde fabrikaten worden omschreven, zonder dat men er zich voldoende rekenschap van geeft, dat er op het gebied dat men op het oog heeft ook andere fabrikaten in de handel zijn.

Ik acht dit in het algemeen onjuist, omdat de toepassing van even goede en goedkopere fabrikaten daardoor bij voorbaat wordt uitgesloten.

In dergelijke gevallen dient de desbetreffende besteksbepaling te luiden, dat fabrieksdeuren (-kasten, keukens, enz. enz.) moeten worden geleverd van een door de opdrachtgever of de directie goed te keuren kwaliteit en model. Gaarne zou ik dus zien dat U, wanneer Uw gemeente op-

CONGRES 1950 Nationale Woningraad 30 Juni cn 1 Juli op de Nationale Tentoonstelling „Mijlpaal – 1950” te Arnhem, HET TREFPUNT voor allen, die bij woningbouw en volkshuisvesting zijn betrokken!