is toegevoegd aan je favorieten.

De baanbreker; volksblad voor de provincie Utrecht, 1895, no 68, 16-03-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gr ,Vuil linnen schijnt tegenwoordig uit Engeland door stoomboot sn spoorwegmaatschappijen tegen zóo lage vracht naar ons land gezonden te worden, dat liet voor de Engelschen goedkooper uitkomt hun linnengoed in ons land te laten wasschen dan in hun eigen land. Bovendien schijnt de Engelsche waschvrouw niet onberispelijk te werken, terwijl de bleekerijmaatscliappijen met haar chemische en mechanische aanvallen op het goed het nog wat erger maken. De vraag zal nu zijn of onze waschvrouwen het beter doen.

„Het zou wel aardig zijn, wanneer wij hier de overhemden der Engelsche snobs te strijken kregen; in Frankrijk is het chic de se faire blanchir a Londres, maar als dan eens onze Gigeri's in het vervolg te Parijs hunne overhemdborsten blinkend laten maken.

Maar begrijpt dan die snuggere Thompson niet, dat dit het beste bewijs is, dat de Hollandsche arbeiders — in deze de bleekers slechter betaald worden, dus meer uitgezogen, dan de Engelsche ? Dat komt, doordat de arbeids tijd hier langer is, Maasbode!

BINNENLAND.

Sociaal Politiek Overzicht.

De Tweede Kamer heeft de gewerenwet aangenomen met 54 tegen 81 stemmen.

De belastingbetalers kunnen zich dus gereed

houden om te dokken.

* *

*

De Tweede Kamer. De motie-Gerritsen is verworpen met 38 tegen 36 stemmen. Hoewel men van de werking der motie, indien ze aangenomen ware, nog niet zoo bizonder veel had te verwachten, was de meerderheid der Kamer toch niet gezind haar aan te nemen.

De bedoeling er van was, dat in de Gemeenten waar het Rijk werken deed uitvoeren, en waar door de Gemeente bepalingen waren aangenomen inzake het regelen van loon en arbeidsduur bij werken voor of door haar uitgevoerd, het Rijk met dergelijke bepalingen rekening zou houden.

Meer bepaald sloeg dat op Amsterdam, waar voor het Rijk een nieuw Postkantoor moet worden gebouwd, en waar bepaald is, dat bij werken van Gemeentewege of voor hare rekening uitgevoerd, de metselaars of timmerlieden bij een elfurigen werkdag een loon van 23 cent per uur zullen ontvangen.

De motie wilde dus niet anders dan dat het Rijk hiermede rekening zou houden, schreef het dus niet eens gebiedend voor en toch was j het blijkbaar nog te v^Ji.

Wat een bsrg van bezwaren zijn te„' :i een zoo billijken en weinig omvattende maatregel niet in het midden gebracht.

Wij noemen de maatregel weinig omvattend daar hier niets van den wetgever gevraagd werd, niet dus als eisch is gesteld, dat de wetgever zou vaststellen dat als algemeene regel een minimum loon van 23 cent per uur en een maximum werktijd van 11 uur zou worden aangenomen, neen er werd hier alleen van het Rijk als werkgever gevraagd, dat het verklaren zou zich te willen regelen naar de billijke bepalingen die in sommige gemeenten te dien opzichte waren vastgesteld, waar door het Rijk werken werden uitgevoerd. En billijk omdat bijvoorbeeld in Amsterdam waar voor de werklieden in de bouwvakken het loon nn op 23 cent is gesteld en voor de opperlieden op 18 cent, de arbeiders dus slechts voor zulk een loon den arbeid kunnen aanvaarden, wijl de particuliere werkgevers voor het overgrootte deel de gemeente hebben nagevolgd en dezelfde gunstige bepalingen voor hun werklieden hebban aangenomen. Nu zal, indien straks het Rijk laat beginnen met den bouw van een nieuw postkantoor den aannemer daarvan niet verplicht zijn zich aan dien maatregel te storen, hij zal mogelijk buiten Amsterdam wonen en het werk doen uitvoeren met een loonstandaard en een werktijd die geen werkman in Amsterdam kan aanvaarden.

Een van tweeën zal gebeuren. Of de aannemer brengt werklieden van buiten af mee, die hij voor minder dan het in Amsterdam geldende tarief kan laten werken, of de Amsterdamsche werklieden worden gedwongen het tegen minder dan den gewonen prijs te doen, en het geheele tarief loopt gevaar door de particnliere werkgevers losgelaten te worden.

Tegenover het gevaar dat dus dreigt door de verwerping der motie Gerritsen, eenigszins gewijzigd door de heer Van Alphen, zijn allerhande gevaren opgesomd door de kamerleden die uit de aanneming zouden voortvloeien.

De heer Karnebeek, afgevaardigde van Rotterdam, meende de motie was in strijd met de gulden leer der oeconomische vrijheid, met het stelsel van vraag en aanbod, .volgens den heer Bastert.

Hintzen meende, dat de kosten der uit te voeren werken zouden verhoogd worden en al zou dit maar, zooals in Amsterdam gebleken Was, een verschil in de aannemingssom opleveren van 2.17 pCt., dan was dat uit een oogpunt van beginselen toch nog 2.17 pCt. te veel.

Men meende, er zouden, door het hooge loon gelokt, velen van het land naar de stad verhuizen; anderen daartegenover toonden aan hoe juist door het lagere loon de aannemer vreemde werklieden in Amsterdam zou brengen.

Over het algemeen vloeide er een stroom van Welsprekendheid, waarin de heeren hunbezwafeif opsomden; die klein als kikkertjes door hen

opgeblazen werden om ze als ossen voor te doen.

Onnoodig te zeggen dat de kritiek die diertjes deed barsten, nog voor ze zelfs de grootte ■ van een pasgeboren katje hadden gekregen, j Tegenover al de kleinzieligheden die geopperd zijn in ellenlange redevoeringen, deed liet toch goed het pleidooi op te merken van den heer Pyttersen, die eens flink deed uitkomen de belangrijke voordeelen die verkorting van arbeidstijd en verhooging van loon voor den werkman [ meebrengen, terwijl ze de industrie geen j schade doen.

I Terwijl we ons voorbehouden op de gevoerde ! discussiën terug te komen, laten wij tot slot de | rede van den heer Pyttersen grootendeels hier ! volgen:

„Tal van sprekers, de heeren Michiels, Bastert, Hintzen, van Karnebeek, Rutgers, hebben allen, de wijdere strekking der motie in het oog j houdende, deze op verschillende gronden bestreden, die echter in het wezen der zaak alle gelijkluidend waren. Zij hebben haar beschouwd in strijd met de economische vrijheid, zoo de lieer van Karnebeek, met het stelsel van vi aag en i aanbod, zoo de heer Bastert. Maar dezelfde heer

Bastert wil wel ingrijpen in die onbelemmerde toepassing van de vrijheid van vraag en aanbod door invoering van beschermende rechten, die toch niet minder in lijnrechten strijd zijn met de door hem voorgestane en hooggehouden leer der oude Manchesterschool.

Ik zal niet treden in een uitvoerige weder- g legging van alle argumenten, doch zou den § bewonderaars van de leer der onbelemmerde | toepassing van het stelsel van vraag en aanbod jj nogmaals de lezing willen aanbevelen van | Carlyle's Chartism en Past and Present, waar hij een schets geeft van den toestand van Engeland onder de werking dier leer, toen rookende puinhoopen van fabrieken, verbrijzelde machinerieën, werklieden bij dozijnen opgehangen, de zegeningen daarvan verkond den, de gevolgen van den verwoeden strijd dientengevolge tusschen arbeid en kapitaal

geOok 'den voorstanders van beschermende

rechten, van graanrechten, zou ik wel de lezing

van de Engelsche geschiedenis van dit tijdpers; ; willen aanbevelen; wellicht dat zij zich an : minder boud zouden uitspreken. Voorts wil ik wijzen op wat lord Asley aanvoerde, toen hij in 1842 zijn wetsontwerp indiende tot beperking van den mynarbeid, een wetsontwerp, waardoor hij duizenden en duizenden heeft verlost nit een leven, dat erger was dan dat i der negers op de plantages. Deze woorden zijn niet van mij, Mijnheer de Voorzitter, maar van niemand minder dan van John Morley, den i tegenwoordieen MinteUj.

\ De heer Hintzen heeft met eenigen nadruk | gevraagd weiite misbruiken waren gebleken. \ Ik wil slechts één punt releveeren, het misf bruik dat in de noordelijke provinciën zeer dikwerf bij graafwerken is voorgekomen, nl. dat met het werk wordt gewacht tot een tyd| perk van werkloosheid is ingetreden, wanneer de loonen, tengevolge van den toevloed van arbeidskrachten, tot een minimum werden gebracht. Ten bewijze hoe men hierbij te werk gaat, herinner ik aan het feit, eenige jaren geleden door de dagbladen meer dan voldoende in het licht gesteld, hoe een aannemer bij het graven van een kanaal in de gemeente Aengwirden midden in het werk weigerde zijnen arbeiders het tot nu toe betaalde loon te blijven uitbetalen en hen stelde voor ontslag of vermindering van loon, omdat hij wist, dat op dit oogenblik ten gevolge van de werkloosheid in de veenderijen en anderzins nieuwe en overvloedige arbeidskrachten tegen minder loon konden worden verkregen, zoodat liet loon dat pl. m. f 1.10 bedroeg, teruggebracht werd op pl. m. 50 & 60 cent.

I Ik vraag den heer Hintzen of dit niet een misbruik, een schromelijk misbruik mag worden

S Ook ik heb eerbied voor de leer der staathuishoudkunde, maar het komt my voor, dat deze leer gegrond moet zijn op feiten, en men niet moet trachten het omgekeerde te doen.

De feiten hebben voldoende en overtuigend bewezen, dat een kortere arbeidsduur met verhooging van loon gunstig werken op de productie. Het is toch bekend, dat juist de erkenning dezer feiten door groote werkgevers, als Mundelia, Mason en anderen, de overgroote meerderheid van Engelsche fabrikanten heeft gemaakt tot voorstanders van den 9 uurschen arbeidsdag, een feit door Brassey in zijn bekend werk herhaaldelijk bewezen, onder andere op bladz. 144, waar hij aantoont, hoe uit de verklaring van den heer G. Elliott, lid van het Engelsche 1 arlement, was gebleken, dat de mijnwerkers in Zuid-Walles 12 uren per dag arbeidden, terwijl in het noorden van Engeland 7 uren gewerkt I werd terwijl toch de productiekosten der kolen in Zuid-Wales 25 pOt. hooger waren, wat door lord Herschell, bij zijn onderzoek naar het mijnwezen in Northumberland en Zuid-Wales,

W6{k geefS den' heer Hintzen toe, dat hooger loon invloed moet hebben op de productiekosten maar in een anderen zin dan door hem L bedoeld. Hooger loon en minder arbeidsduur verminderen in den regel de kosten van productie, ook door de belangrijke bezuinig ngen op brandstof, verlichting, slijtage enzwelke daarvan het gevolg zijn.

Wij behoeven gelukkig met; meer onze, voorbeelden ter adstructie dier stelling te ontleei. aan het buitenland alleen. Ook in <

zijn feiten aan te halen, waaruit de juisui. dier bewering blijkt.

Ik behoef slechts te herinneren aan hetgeen uit het verslag der enquête commissie is gebleken omtrent de coöperatieve broodbakkerij „de Volharding'' te 's Gravenhage:

„De resultaten door deze coöperatieve broodbakkerij verkregen, zijn zeer verrassend. Terwijl vroeger aan die fabriek, met méér personeel (3 personen), 90 k 100 uren 'sweeks werd gearbeid, werkt men thans 55 uren in de week Jj en wordt er nu 6000 kilogram brood meer afgeleverd. Niet omdat het personeel thans bekwamer is, maar alleen omdat er bij een korteren werktijd harder wordt gewerkt en met meer genoegen."

Ook het verslag van den inspecteur van den arbeid van de 3de afdeeling, over 1892, bevat eenige merkwaardige voorbeelden.

Zoo werd op de werf Conrad te Haarlem de werktijd per dag met twee uren verminderd; de werklieden verdienen thans minstens evenveel als vroeger, terwijl de directie betuigt, dat zij nu minstens even goedkoop werkt.

Op de Stearine Kaarsenfabriek te Gouda werd de Zondagsrust ingesteld en de werktijd verminderd van 81 tot 72 uren per week. Het loon bleef hetzelfde. De directie constateerde, dat, bij goed overleg, geen productie-vermindering het gevolg was. Ook de dagwerktijd der overige werklieden werd, met behoud van het loon 12 uren, tot 11 uren teruggebracht, zonder eenig nadeel in de productie te veroorzaken.

Op grond van die feiten mag worden beweerd dat de productiekosten niet worden verhoogd door verkorting van arbeidsduur en verhooging van loon. Doch afgezien van de economische, staan daarbij andere, hoogere belangen op het spel; ik bedoel die welke den lichamelijken, zedelijken en geestelijken toestand van den arbeider raken.

Zeker is het oogenblik thans niet geschikt om in het breede uit te weiden over de gevolgen van overmatigen arbeid voor den werkman. De heer Rutgers heeft reeds een sterk sprekend voorbeeld te dien opzichte aangehaald, toen hij mededeelde dat de Engelsche aannemer bij het Noordzee-kanaal van oordeel was dat onze arbeiders in dagloon onbruikbaar zijn en slechts alleen voor stukwerk met hen kan worden opgeschoten.

Volkomen juist, mijnheer de president; onze arbeiders missen die werkkracht, dien werklust, die ontwikkeling, die den Engelschen werkman onderscheidt en de Engelsche industrie tot hare tegenwoordige hoogte hebben gebracht, omdat deze bezit, wat onze werklieden nog altijd moeten derven, namelijk vrijen tijd, de beschikking over dien tijd om nieuwe kracht men en verstandelijk en geestelij zich 7^-

kelen. w ai >7i voor den Nederland- "ein.man, na 12-, 14-, ïb ja "fïr-angen, onafgebroken arbeid, na een wekelijkschen arbeid van 114 tot 120 uren, — ik herinner aan de verklaringen voor de enquête-commissie afgelegd door nagenoeg alle gezellen in het bakkersvak, — wat is voor hen, zoo vraag ik, familieleven, wat de natuur, godsdienst, kunst, wat alles wat het leven waarde geeft'? Dat alles bestaat voor hem niet, het is voor hem niets. Wat hij verkrijgt in ruil voor dien zoo zwaren en inspannenden arbeid, is slechts een schamel dagloon en eenige uren slaap. En de gevolgen van dien toestand openbaren zich, moeten zich openbaren, zoowel in minderen werklust, als in den gezondheidstoestand der werklieden.

Een sterk sprekend voorbeeld levert weder Engeland, waar de vereeniging van machinewerklieden, ten behoeve harer ziekenkas, sedert eene reeks van jaren eene sterftetabel heeft bijgehouden. Wat is nu uit die nauwkeurig opgemaakte sterftetabel gebleken ? Dat in 1871 de gemiddelde ouderdom harer leden 381/4 bedroeg. In 1872 weid de negenurige werkdag ingevoerd en iu 1889 kon worden geconstateerd dat de gemiddelde levenstyd harer leden was j gestegen tot 481/4. Het leven van die werklieden was dus met 10 jaren verlengd; tien jaren van verlengden levensduur, maar ook van meerdere productiviteit! Ik vraag, kunnen gronden, aan de staathuishoudkunde ontleend, eene dergelijke vermindering van levensduur, eene dergelijke

vernietiging van productiekracht wettigen?'' * *

De vergadering op 10 Maart in ,,d' Geelvinck" te Amsterdam, mag als uitstekend geslaagd beschouwd worden. Er waren uit 25 plaatsen van ons land vertegenwoordigers opgekomen van 88 vereenigingen, zoodat daaruit reeds bleek dat de zaak van kiesrechtuitbreiding de arbeiders niet koud laat, en ook dat hier .niet gevraagd was wie iets voorsloeg, maar wat er | voorgesteld werd.

De bovenzaal was geheel gevuld en de door sommigen van zekere zijde uitgesproken mogelijkheid, lees wensch, dat het bestuur der S. D. A. P. op 10 Maart alleen in „d' Geelvinck" zou zitten, is niet tot werkelijkheid geworden.

De debatten kenmerkten zich door welwillendheid en goeden toon, wat zeer zeker iets goeds belooft voor de samenwerking die gezocht en noodig is.

De hoofdvraag op de agenda: „Is een algemeene agitatie, alleen ten doel hebbende de Regeering eu Kamer tot een snelle en ruime kiesrechtuitbreiding te bewegen, noodzakelijk, wenschelyk en mogelijk? werd door 67 vereenigingen met ja beantwoord.

Ben elftal afgevaardigden had geen bepaald mandaat. De Vrije Vrouwenvereeniging verklaard» bij monde van mevr. Schook—Haver niet mede te kunnen werken, Qmdat riiet uit¬

drukkelijk verklaard werd dat men ook wilde ijveren voor vrouwenkiesrecht.

E11 nu hadden voorzitter en anderen goed praten, dat men in beginsel ook voor vrouwenkiesrecht was, en dat de zoo ruim en zoo snel mogelijke uitbreiding van het kiesrecht ons minstens even veel zou nader brengen tot het vrouwenkiesrecht, als tot het algemeen kiesrecht, dat het de brug was om daartoe te geraken, het baatte niet. Mevr. Schook—Haver verkoos liever haar beginselpaardje te blijven berijden en verliet de zaal en met haar nog een drietal vrouwen.

De overblijvenden vergaderden benoemden daarop een algemeen deinokratisch en arbeiderscomité voor de uitbreiding van kiesrecht. Dit comité is samengesteld uit de verschillende fracties ter vergadering aanwezig.

Voor het Werkliedenverbond Th. de Rot te Rotterdam, voor de Soc. Dera. Arb. Partij Mr. P. J Troelstra te Utrecht, voor de vakvereenigingen P. Nolting te Amsterdam, voor de vereeniging van A. K. S., D. R. Mansholt te Ulrum, voor de radikalen Mr. E. Boekman te Amsterdam, voor de losse vereenigingen H. Heijkens te Groningen. Aan den Bond voor Landnationalisatie zal medewerking gevraagd worden, benevens het aanwijzen van een lid in het Comité.

Zoo noodig kan het Comité personen van andere richtingen, die eventueel nog zouden wenschen toe te treden, in het Comité opnemen.

Omstreeks 5 uur sloot de voorzitter de vergadering met een opwekkend woord, er op wijzende dat er met vreugde op de werkzaam heid der vergadering kon worden gewezen, . e geen negatieve vruchtenhad afgeworpen. lmde grondslag was gelegd voor een tijdeii;' e organisatie, waarbij zich alle demokracep >» den lande kunnen aans1" 'y-^ s» f stuwkracht te m

g'-eri;^ voorrfV' o.uvrea in de ge-

wenschte richting, om "zoo spoedig mogfeii 'k ...t aan zoo vel 1 als mogelijk is, die rechten ia 4 verschaffen, ; ar -^ wy ai zoo lang hebben Jj aangedrongen. a

I)e taak van het bestuur der S. D. A. P hiermede afgeloopen. Na te vergeefr Jy het Centraal Bestuur van het ^ . W. V. te hebben aangeklopt, met Let vt voet* het initiatief, te nemen in deze zaak; na te vergeefs beproefd te hebben het hoofd ■ •■nar van den Bond voor A. K. en S. te beogen ons plan ter hand te nemen, schoot ons niets anders over als het zelf te d •. Welnu onze poging om saraenerking te krijgen tusschen de demokraten is vrij goed geslaagd. Moge nu het Comité dat benoemd is, slechts de noodige kracht ontwikkelen en daarbij de medewerking ondervinden i»t alleen van die vere igingen die op lOMaa. in „a' L+eeivincK waren, maar ook van alle personen en vereenigingen in den lande die het moede zijn nog langer als waardeloozen beschouwd en behandeld te worden, en die gevoelen hoe noodzakelijk het is te toonen dat ze niet

koud blijven by de onthouding hunner rechten, opdat uit hun stilzwijgen geen argumenten gesmeed worden om hun die rechten te onthouden.

Wij willen hopen dat nu eens zal begrepen worden „Eendracht maakt macht".

Zoodra de gezondheidstoestand van Mr. P. J. Troelstra het maar toelaat, zullen de benoemde Comité leden opgeroepen worden om uit de handen van den tot zoolang fungeerenden secretaris J. H. Schaper te Groningen, alle bescheiden over te nemen en zich officieel te constitueeren.

* *

In de gemeente Schoterland verspreidt zich meer en meer het gerucht, dat in de administratie der Compagnie van de Dekema, Cuiks en Foetsvenen onnauwkeurigheden ontdekt zijn naar men wil tot een belangrijk bedrag. Door commissarissen is dadelijk een uitgebreid en nauwkeurig onderzoek ingesteld. Dit zou ten gevolge hebben, dat de nagelaten betrekkingen van den vroegeren administrateur zonden worden aangesproken tot dekking van het tekort. (U. D.)

* *

#

Vrijheid der arbeiders. Te Boxmeer zijn de fabrikanten tot de ontdekking gekomen dat hunne werklieden eene afdeeling hadden gevormd van den Ned. Sigarenm. en Tabakbew. Bond. Dit scheen hun zeker een zoo groote misdaad toe, dat zij ijlings het besluit namen hun werklieden voor de keuze te plaatsen: het lidmaatschap der vereeniging op te zeggen of gedaan te krijgen.

De arbeiders lieten hun vereeniging niet in den steek, en het gevolg was dat 21 man ontslagen werden.

Zoo staat het met de vrijheid der arbeiders in Nederland!

Da patroons verklaarden te hebben gehandeld op last van den pastoor en burgemeester van Boxmeer.

Een gelijk geval deed zich de vorige week in Den Haag voor, waar om dezelfde reden een drietal arbeiders is ontslagen. Het nationaal Arbeidssecretariaat doet een beroep op den steun der arbeiders om de slachtoffers van willekeur en tyrannie te schragen in den strijd voor hun reeht.

* *

»

Waarschuwing aan de Werklieden, buiten Amsterdam.

De bouw der a. s. Tentoonstelling te Amsterdam, zal ontegenzeggelijk eenige drukte teweeg brengen.

Hierdoor aangelokt, kon het zijn, dat vele werklieden in ons Vaderland eene kans wilden