is toegevoegd aan je favorieten.

De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIV, 1936-1937, no 51, 19-06-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BELGRADO

„leder politiek verdrag van elke staat van de Kleine Entente, elke eenzijdige daad, die de tegenwoordige politieke toestand van één der staten van de Kleine Entente tegenover een derde verandert, evenals iedere economische overeenkomst met belangrijke politieke gevolgen, zal in de toekomst de eenstemmige goedkeuring van de Raad der Kleine Entente behoeven."

Artikel 6 (Alinea 1) van het organisatie-pact der Kleine Entente van 16-11-1933.

„Het is duidelijk en vanzelfsprekend, dat de Kleine Entente in ieder geval en onder alle omstandigheden, in de verhouding tot alle staten als één geheel optreden zal. Alle deelnemers zijn zich van de betekenis van dit gemeenschappelijke optreden geheel en al bewust en zij kunnen zich daarbij op de resultaten beroepen, die door dit gemeenschappelijke optreden in het verleden reeds bereikt werden." „Prager Presse" van 13 September 1936 over de ontvangst van de drie ministers van buitenlandse zaken der Kleine Entente door Benesj, naar aanleiding van de conferentie van Bratislava.

,,De Kleine Entente kan bij de a.s. nieuwe europese besprekingen over de vreedzame organisatie der wereld slechts volharden bij haar oude standpunt, dat overal en onder alle omstandigheden een gemeenschappelijke verhouding van de drie staten der Kleine Entente tot alle andere staten gebiedt."

„Prager Presse" van 15 September 1936 over het resultaat van de conferentie van Bratislava.

„Omtrent de verhouding der Kleine Entente tot Italië schijnt een optimistische opvatting te zijn ontstaan. De Yoegoslavische minister-president Stojadinovic acht het absoluut mogelijk, tot een schikking tussen Rome en Belgrado te geraken, doch men is de mening toegedaan, dat de onderhandelingen met Italië door de drie staten gemeenschappelijk gevoerd zullen moeten worden."

„Prager Tagblatt" van 15 September 1936.

Het is aan geen twijfel onderhevig, dat Yoegoslavië door het afsluiten van het verdrag met Italië het organisatie-pact der Kleine Entente en de besluiten van Bratislava, naast andere besluiten, heeft getorpedeerd. In tweeledige zin getorpedeerd. Eerstens door het feit van !het niet afkondigen van het afsluiten van het verdrag, ten tweede, doordat het zijn goedkeuring aan art. 2 van het Yoegoslavisch-italiaans verdrag van 25 Maart 1937 gegeven heeft.

Het artikel bepaalt, dat in geval van internationale complicaties en wanneer beide partijen het er over eens geworden zijn, dat hun belangen bedreigd zijn of het kunnen worden, zij zich „verplichten over de maatregelen ter verdediging van deze belangen met elkander overleg te plegen". Deze bepaling staat in krasse tegenstelling tot de oude internationale verplichtingen van Yoegoslavië, die het bij internationale complicaties en in geval van enige bedreiging gebieden in geen geval Italië, maar Frankrijk, de Kleine Entente en de Volkenbond te raadplegen. Er zijn gevallen denkbaar, waarin het voor Yoegoslavië onmogelijk zal zijn, zich zowel met Italië als met de Kleine Entente, Frankrijk en de Volkenbond te verstaan. De vraag, waarvan de beantwoording zoveel betekent voor de vrede in Europa en die daardoor grote belangstelling van de zijde van alle vredelievenden ondervindt, is deze: welk verdrag of welke verdragen

is Yoegoslavië van plan in geval van een uitbrekend conflict te schenden? Het openbaar geworden resultaat van de in April 1937 te Belgrado gehouden besprekingen wettigt de hoop, dat Yoegoslavië, als het er op aan komt, de oude verbindingen zal verkiezen boven de nieuwe, met Italië aangegane verplichting. Het mag echter niet verbloemd worden, dat in de kring van bij het tegenovergestelde belanghebbenden met een soortgelijk optimisme de opvatting gehuldigd wordt, dat Yoegoslavië in een dergelijk geval zich aan de nieuw aangegane verplichting zal houden, en dus de oude verplichtingen zal ontduiken. Zeker is, dat het door Belgrado bijeenroepen van de permanente raad der Kleine Entente, evenals het staatsbezoek der Tsjechische president Dr. Benesj uitsluitend de opklaring der door de opzienbarende verdragsbreuk van Stojadinovic ontstane situatie ten doel gehad hebben.

Wanneer wij de uit betrouwbare bron komende inlichtingen geloven mogen — en wij zijn van de juistheid hiervan overtuigd — dan heeft de Yoegoslavische minister-president en minister van buitenlandse zaken Dr. Stojadinovic zich formeel bij Dr. Krofta, Antonescu en later bij Dr. Benesj verontschuldigd voor de verdragsbreuk. Hij verklaarde de noodzakelijkheid van deze verdragsbreuk uit de buitengewone loop der gebeurtenissen. Zo zou Mussolini het voor Yoegoslavië en in het bijzonder voor Stojadinovic buitengewoon gunstige verdragsvoorstel slechts onder de voorwaarde gedaan hebben ,dat het ondertekenen van het verdrag onmiddellijk tijdens het bezoek van Ciano aan Belgrado — waarvan het enige doel het afsluiten van dit verdrag was — plaats zou vinden. Mussolini stond er op, wegens zijn prestige en om andere redenen, dat het afsluiten van het verdrag vóór het bijeenroepen van de permanente raad der Kleine Entente zijn beslag gekregen moest hebben. Stojadinovic heeft bij dit dilemma de voorkeur gegeven aan de breuk van het statuut der Kleine Entente boven de opoffering van het yoegoslavisch-italiaans verdrag. Prins Pavle zou later aan president Benesj zijn erewoord gegeven hebben, dat zoiets onder zijn regentschap niet meer voor zou komen. In alle vraagstukken van de Kleine Entente zou de onbestreden autoriteit van Benesj erkend blijven. (Blijkbaar heeft Stojadinovic ook enige geruststellende verklaringen in deze richting afgelegd, dat Yoegoslavië van plan is in geval van een conflict tussen de plichten, voortvloeiende uit de oude verbindingen en die van het nieuwe verdrag, zich aan de eerste te houden.)

Ma deze verklaringen kwamen de beide ministers van buitenlandse zaken zowel als Benesj tot overeenstemming en de pers van de Kleine Entente verklaarde, dat men nooit eensgezinder was geweest. In dit verband kan het van bijzondere betekenis zijn — nog steeds volgens onze zegsman —, dat de ex-beurspresident Stojadinovic een buitengewone particuliere zaak aan het afsluiten van het yoegoslavisch-italiaans verdrag verbonden heeft. Het voorwerp van deze transactie zouden geen waardepapieren zijn geweest, maar ponnies. Ponnies die Mussolini blijkbaar voor Abessinië gebruiken kan — niet moet — en die er in Yoegoslavië in overvloed zijn. (De prijs daarvan op de

yoegoslavische markt moet vóór het afsluiten van het verdrag om de 80 dinaris geschommeld hebben. Thans worden ze voor een verscheidene honderden procenten hogere prijs aan Italië verkocht.) Wat een pracht van 'n kans voor een man met geid of crediet, die dit twee dagen eerder dan alle anderen weet. En de kans werd benut door een rnan met geld en crediet, die het twee dagen eerder dan alle anderen wist!

De diplomatieke meesterzet van Benesj in Belgrado bestond in het mobiliseren van de oppositie. De politie had, meer dan haar lief zal zijn geweest de handen vol met het „beschermen" van Benesj tegen de stormachtige toejuichingen van de oppositionele boeren en studenten. Bij de rijtoeren door de stad klonken de hoera's voor Benesj en Frankrijk Stojadinovic demonstratief in de oren, ze klonken zo luid, dat het de gasten, die hun gastheren moesten ontzien, bijna pijnlijk aandeed. Bovendien wist Benesj het klaar te spelen urenlange gesprekken te voeren met de tegenstanders van Stojadinovic en zijn duits-italiaans georiënteerde politiek. Benesj sprak met Jeftic en andere oppositionelen, zonder dat de regering zich daarover gekrenkt heeft kunnen voelen. Ook de tafelredes en andere toespraken van Benesj zijn de moeite waard geweest. Telkens weer herinnerde hij aan de dood van koning Alexander, en daarmee tevens aan diens frans-gezinde politiek, waarvan Stojadinovic zich hoe langer hoe meer verwijderd heeft. Deze bewonderenswaardige totstandbrenging van de mobilisatie der oppositie door een staatshoofd, die op officieel bezoek is, is in de nieuwe geschiedenis volstrekt enig in haar soort.

Haar betekenis voor het toekomstige lot van de Kleine Entente is waarlijk niet gering, daarom reeds niet, omdat zich een verandering voltrokken heeft in de functie van de Kleine Entente in het europese politieke systeem, waarvan men zich zeer wel bewust is. •

Oorspronkelijk uitsluitend gericht tegen de enige vijand: het hongaarse revisionisme, waartegen zij, voor zover het geen bondgenoten Heeft, militair ruimschoots is opgewassen — moet de Kleine Entente zich thans voorbereiden op een hele reeks van mogelijke tegenstanders. De ontwikkeling van het europese fascisme en daarmee van het militante revisionisme, waarvan de kiemen ongetwijfeld door het verdrag van Versailles gelegd zijn, de ontwikkeling van dit fascisme, waartegen de Kleine Entente alleen te zwak zou zijn, dwingt tot nieuwe combinaties, waaraan zij tot het jaar 1933 nauwelijks gedacht had.

Uit deze situatie wordt het streven van de Kleine Entente om het systeem der collectieve veiligheid door tweezijdige verdragen te voltooien, begrijpelijk. Eens was de Kleine Entente uitsluitend een ring om Hongarije, door niemand anders bedreigd. Een bond van 47 millioen mensen tegen de revisionistische neigingen van een goede 9 millioen anderen. Tenslotte echter was Hongarije niet meer de enige vijand, het kreeg machtige vrienden: Mussolini en Hitier en de politici der Kleine Entente oordeelden het nodig naar bondgenoten tegen de potentiële vijand uit te zien, dan wel directe schikkingen met de nieuwe tegenstanders te treffen.

DE DUURTE IN HET DERDE RIJK

ITF.) Een groot deel der duitse industriëlen en transportondernemers verdient kolossaal aan de oorlogsvoorbereiding van het Derde Rijk. Aan de arbeiders en bedienden worden desondanks nog steeds crisisionen betaald, daar de nazi-dictatuur loonsverhogingen heeft verboden. Hitier heeft weliswaar herhaaldelijk zijn woord gegeven, dat de dictatuur geen prijsstijgingen zou dulden, zolang de lonen niet waren verhoogd, — maar de kosten voor het levensonderhoud zijn in het Derde Rijk ten minste 25 pet. gestegen, terwijl de koopkracht van het loon in dezelfde mate is gedaald. In de laatste weken is een nieuwe golf van prijsstijgingen opgekomen, de eis van een duurtetoeslag wordt met grotere nadruk gesteld. Somm'ige ondernemers zijn bereid eraan toe te geven, er zijn zelfs organisaties van het Arbeidsfront, die uit vrees voor een algemene onrust toegefelijkheid bepleiten, maar de nazi-dictatuur verbiedt nog steeds de uitbetaling van duurtetoeslag. Zij probeert de arbeiders wijs te maken, dat de duurte nog te dragen is en bewoog het Instituut voor conjunctuuronderzoek ertoe, het propaganda-ministerie te helpen. In het Wochenbericht van 5 Mei publiceerde genoemd instituut dan ook een overzicht van de ontwikkeling der door het officiële statistische rijksbureau in Maart 1933 en Maart 1937 vastgestelde prijzen voor levensmiddelen. De officiële(!) prijzen stegen volgens dit bericht van Maart 1933 tot Maart 1937 voor boter 35 pet., margarine 44 pet., eieren en bonen 31 pet., aardappelen 22 pet., vlees 18 pet., zuivelproducten 15 pet., erwten 52 pet. De voedingskosten zouden „slechts" 11,5 pet. zijn gestegen. Met trots meldt men één verbetering: brood en koekjes zijn gemiddeld 2 pet. goedkoper geworden. Maar men zegt er niet bij, dat het brood belangrijk slechter is geworden. Roggebrood en met roggemeel gemengd brood smaakt door het voorgeschreven overdreven malen en het bijmengen van aardappelen in de meeste districten zuur, de dokters klagen over epidemies van maagziekten. Ook de kwaliteit van tarwebrood is door de voorgeschreven bijmenging van gemiddeld 7 pet. maïs sterk verslechterd.

Het Instituut voor conjunctuuronderzoek spreekt uit vrees voor de censuur evenmin van deze kwaliteitsverslechteringen als van het voor de prijsstatistiek belangrijke feit, dat de boter in sommige districten met dubbel geraffineerde walvistraan wordt vermengd. Het deelt niet mee, dat b.v. voor boter en vlees de door het indexcijfer vastgestelde offi-

DE DOMELA-NIEUWENHUISBIBLIOTHEEK

is dagelijks toegankelijk van 9.30-5 u. Economisch Historische Bibl,i[ot|hejek Herengracht 218-220 - Amsterdam

Het treffen van overeenkomsten met vrienden spreekt vanzelf. Hoe dreigender de europese situatie wordt, des te meer zien wij dit streven om zich tegen het aantasten van de gemeenschappelijke zaak door schikkingen met de mogelijke vijanden te beveiligen, naar voren komen. Het moest voor Yoegoslavië des te gemakkelijker zijn, naarmate het geografisch zo verre Frankrijk in economische kwesties de Zuidslaven met langzamerhand toenemende kleinering behandelde, een handelwijze, die voor Duitsland niet verborgen bleef en het een kans bood, die het flink wist uit te buiten, waardoor het aan politieke invloed op de Balkan won. Zo kwam het tot het verdrag van Tsjechoslowakije met de Sovjet-Unie, gelijktijdig echter ook tot het streven van Hodzas zich met Hitier te verstaan en uiteindelijk tot het verdrag tussen Yoegoslavië en Italië. Het systeem van het grote, de collectieve veiligheid verzekerende europese blok is geschokt. Het uit elkaar vallen van de tendenzen van de buitenlandse politiek der Kleine Entente is o.a. een bewijs voor de juistheid van deze stelling. Dit uit elkaar vallen te verbloemen zou struisvogelpolitiek zijn. In een ander uiterste te vervallen, door de Kleine Entente als een zaak van het verleden te beschouwen, is eveneens met de werkelijkheid in strijd. De politiek van Stojadinovic heeft de Kleine Entente ongetwijfeld een flinke sprong achteruit gebracht, de grote staatmanskunst van Benesj heeft de werking van deze sprong misschien verlamd. Voor lange duur? Onmogelijk is dit in geen geval. Stojadinovic schijnt niet lang te zullen regeren. Brede lagen van het volk zijn tegen hem, zijn binnen- en buitenlandse politiek is impopulair. Daarbij komt, dat momenteel in Europa, het antifascistische, democratische regeringstype in opmars schijnt te zijn. Het régime in Scandinavië, de betrekkelijke taaiheid van de franse volksfrontregering, Degrelle's nederlaag in Brussel, Hitler's en Mussolini's zichtbaar falen in Spanje en meer dergelijke feiten (vooral de engelse bewapening) doen ons hopen, dat men zich te Rome en Berlijn wel tweemaal bedenken zal, alvorens de fakkel in het buskruitvat te werpen. Wanneer de dictators reeds aan de waanzin ten prooi mochten zijn gevallen, met de militairen is dit nog lang niet het geval. De Bendlerstrasse en de italiaanse generale staf — o ironie — zijn niet de zwakste hoop van het europese pacifisme. Dit vormt inderdaad een lichtpunt, dat echter getemperd wordt door de angsttoestand, waaraan enige europese democratieën menigmaal ten prooi zijn. Daar kon b.v. geen woord in de pers verschijnen over het grootste koloniale schandaal in de geschiedenis, dus over de strafexpeditie van Mussolini-Graziani naar AddisAbeba, die in één dag 6000 vermoorde mensen (vrouwen en kinderen!) opleverde. Geen woord over de, niet door een Streicher, maar door Balbo in Tripolis voltrokken openbare geseling van Joden. Dit angstverschijnsel kan zijn oorzaak hebben in de klasse- en belangenstructuur van die staten, een uiteenzetting daarvan past niet in het raam van deze uiteenzetting, waarvan het doel is bereikt, wanneer het zal zijn gelukt een weinig kennis omtrent de dagen van Belgrado in April 1937 te verbreiden. JUL1US EPSTEIN

ciële „vaste prijzen" in het geheel geen betekenis hebben, daar de „indexkwaliteiten" niet verkrijgbaar zijn. Voor boter moet b.v. bijna overal de hoogste prijs van „gemerkte boter" worden betaald, afgescheiden van de werkelijke kwaliteit. Slagers, die vroeger — vóór het vaststellen van de maximumprijzen — b.v. 4 soorten kalfsvlees hadden, verkopen thans 9 soorten, van welke de 5 goedkopere soorten „helaas juist zijn uitverkocht". Voor de andere kwaliteiten worden hogere prijzen berekend. Als echter zelfs Der Angriff van 13 Mei erover klaagt, dat „waren, die tot op heden in verschillende kwaliteiten werden geleverd, plotseling nog maar in één kwaliteit voorhanden zijn... een tendens die ons vooral uit de oorlog bekend is", als zelfs die krant moet constateren, dat „vroeger per gewicht verkochte artikelen thans alleen nog verpakt en met een bepaalde toeslag worden verkocht", dat de prijzen steeds „aan de uiterste grens van de toelaatbare maximum-prijzen blijven, dat de koppelhandel — verkoop van goedkopere waren uitsluitend bij gelijktijdige afname van duurdere — meer en meer algemeen wordt", dan verliest het spelen met cijfers van hoogste prijzen iedere waarde.

De prijsstijging van kleren geeft het conjunctuurinstituut met „slechts" 17,5 pet. aan. Maar het heeft de prijzen genomen van artikelen die er niet meer zijn, want „vooral in de textielindustrie heeft men kunnen waarnemen, dat nieuwe „kwaliteiten met nieuwe namen op de markt werden geworpen en de oude, ingevoerde soorten met de een of andere motivering (gebrek aan grondstoffen, enz.) niet meer zijn te krijgen". (Angriff van 13 Mei). De met surrogaten vermengde stoffen slijten bovendien buitengewoon gauw. Door prijsstijging en slechtre kwaliteit zijn de uitgaven voor kleding verdubbeld.

De bewering van het conjunctuur-instituut, dat de buren volgens de index niet waren veranderd, is zelfs voor het orgaan der nationaal-sociaiistische intellectuelen, Die deutsche Volkswirtschaft van ll Mei te dom. Het stelt heel nuchter vast: „Het is niet te ontkennen, dat huurverhogingen na de verordening tot verhindering van prijsstijgingen (van October 1936) een feit zijn." Het Instituut voor conjunctuuronderzoek eindigt zijn bericht met te constateren, dat de kosten voor het levensonderhoud van de duitse „index-familie" in de laatste 4 jaar „slechts" 7,7 pet. zijn gestegen. Daarmede levert het den nazi's en den ondernemersbonden de gewenste argumenten tegen de eis der arbeiders om duurtetoeslag. Het gelijktijdig protest van twee toonaangevende nationaal-sociaiistische organen tegen het gepruts van het conjunctuur-instituut toont aan, dat .het buiten het propagandaministerie voor onmogelijk wordt gehouden, bij de duitse arbeiders en vooral de vrouwen met een duurte van slechts 7,7 pet. aan te komen, daar iedere Duitser in zijn zak voelt, dat de kosten voor het levensonderhoud in Duitsland sinds 1933 ten minste 25 pet. zijn verhoogd.

COMITÉ „ROOD SPANJE"

7e Verantwoording

Ingekomen steun op lijsten of anderszins tot 31 Mei 1937

Bouwvakarb. Bussum A C 46 ƒ 4.20, 44 ƒ 2.83, uit de kas ƒ 5.—, PAS. uit de kas ƒ 5.—, Transportarb. uit de kas ƒ 5.—, samen ƒ 22.03; Comité Delft Steunbon R 951—1000 ƒ 2.50, D 51—100 ƒ 5.—, lijst A B 129 ƒ 6.95, 130 ƒ 14.70, samen ƒ 29.15, af porti ƒ 0.18, netto ƒ 28.97; Comité Almelo PAS., RSAP. en SAS. AB 550 ƒ 12.10, 552 ƒ 5.80, 553 ƒ 3.10, 554 ƒ 11.90, 555 ƒ 3.95, 557 ƒ 6.05, 558 ƒ 4.05, 559 ƒ 11.50, samen ƒ 58.45, af porti ƒ 0.20, netto ƒ 58.25; Comité Hengelo AC 177 ƒ 2.90, 179 ƒ 4.15, 180 ƒ 1.75, 181 ƒ 3.85, 178 ƒ 4.75, samen ƒ 17.40, af porti ƒ 0.20, netto ƒ 17.20; P. D. Nieuwe Niedorp ƒ 3.—; R. J. M. Rotterdam ƒ 6.25; RSAP. Koog a.d. Zaan AB 754 ƒ 6.35, 755 ƒ 7.95, 756 ƒ 12.10, samen ƒ 26.40, af porti ƒ 0.10, netto ƒ 26.29; NSV. Wieringen A B 693 ƒ 6.90, Vrouwenclub 696 ƒ 13.10, 697 ƒ 3.65, Bouwvakarb. 694 ƒ 10.13, samen ƒ 33.78, af porti ƒ 0.70, netto ƒ 33.61; PAS. Zaanstreek Bouwvak Zaandam A B 425 ƒ 3.80, 443 ƒ 2.80, 444 ƒ 7.—, 445 ƒ 3.40, 446 ƒ 2.40, RSAP. 428 ƒ 2.70, Mei-Comité 965 ƒ 10.82, Bouwvak Oostzaan 436 ƒ 1.—, 437 ƒ 2.—, K. V. Transport Zaandam 970 ƒ 2.70, Visser dito 438 ƒ 3.65, 439 ƒ 3.50, samen ƒ 45.77, af porti ƒ 0.20, netto ƒ 45.57; Fed. Bouwvakarb. Den Haag A B 234 ƒ 5.14, 235 ƒ 3.58, 250 ƒ 4.18, 233 ƒ 5.70, 251 ƒ 4.72, 248 ƒ 4.99, 236 ƒ 5.10, 237 ƒ 3.92, 249 ƒ 5.86, 238 ƒ 4.66, 239 ƒ 5.59, 244 ƒ 3.48, 245 ƒ 5.79, 246 ƒ 3.82, 240 ƒ 7.27, 247 ƒ 5.24, 242 ƒ 7.—, 241 ƒ 4.96, collecte 2 Mei ƒ 4.73, samen ƒ 95.73, af porti ƒ 0.17, netto ƒ 95.56; Comité Utrecht Bouwvakarb. A A 343 ƒ 2.90, A C 151 ƒ 3._ A B 819 ƒ 3.25, 822 ƒ 3.20, 825 ƒ 3.60, Klooster 512 ƒ 0.30, Transportarb. 815 ƒ 1.75, 820 ƒ 1.45, 826 ƒ 1.25, Metaal 816 ƒ 1.70, 821 ƒ 1.95, 823 ƒ 2.25, 827 ƒ 1.80, Sigarenmakers 817 ƒ 2.25, 818 ƒ 1.75, 824 ƒ 1.60, SAS. 514 ƒ 2.35, 515 ƒ 2.25, 516 ƒ 5.40, 828 ƒ 7.25, 829 ƒ 3.50, bonnen 1 551—600 ƒ 2.50, PAS. J. de V. C 501—550 ƒ 5.—, collecte Mei-verg. ƒ 2.42, snoepcenten Jong Leven ƒ 1.54, samen ƒ 66.31, af porti ƒ 0.20, te veel opgezonden ƒ 0.85, netto ƒ 66.96; Comité Haarlem PAS. A B 736 ƒ 2.40, 738 ƒ 7.30, 739 ƒ 2.60, 745 ƒ 2.90, 746 ƒ 2.30, RSAP. 190 ƒ 4.46, 183 ƒ 4.55, samen ƒ 28.40, af porti ƒ 0.20, netto ƒ 28.20; Comité Enschedé A C 202 ƒ 4.05, 203 ƒ 2.15, 204 ƒ 2.40, 207 ƒ 6.55, 208 ƒ 3.45, 15 ƒ 3.45, 16 ƒ 2.95, 17 ƒ 3.30, 19 ƒ 4.15, AB 928 ƒ 6.—, samen ƒ 38.45, af porti ƒ 0.20, netto ƒ 38.25; OBWM. Haarlem A B 402 ƒ 1.70, 403 ƒ 0.40, 404 ƒ 2.13, 405 ƒ 1.85, 406 ƒ 0.83, 407 ƒ 0.60, 408 ƒ 0.95, 409 ƒ 4.15, 410 ƒ 1.45, 411 ƒ 0.20, 412 ƒ 0.75, 413 ƒ 3.70, 414 ƒ 1.20, 415 ƒ 1.85, 416 ƒ 0.40, 417 ƒ 0.85, 418 ƒ 2.75, 419 ƒ 0.55, 420 ƒ 0.60, 421 blanco, samen ƒ 26.91, onkosten afgetrokken ƒ 1.55, netto ƒ 25.36; Vrouwen Werkcomité Enschedé ƒ 10.—; per Otto Vonk A. W. L. P. te Z. ƒ 3.—, Syndicalistische Vrouwenverg. Groningen voor Kinderwerk ƒ 5.—, E. v. Q. te Amsterdam bonboekje A 51—100 ƒ 2.50, Collecte NSV.-verg. Hilversum ƒ 7.50, Winst Sigarenverkoop Otten ƒ 3.22, Verloting SAS. Hengelo ƒ 10.—, samen ƒ 31.02; PAS. Leeuwarden A B 334 ƒ 6.05, 335 ƒ 6.—, 336 ƒ 7.55, 338 ƒ 2.10, 339 ƒ 8.15, 340 ƒ 5.40, 341 ƒ 7.45, 342 ƒ 3.40, 343 ƒ 4.25, samen ƒ 57.40; Collecte demonstratief congres Den Haag ƒ 21.71; PAS. Arnhem Bouwvakarb. A A 440 ƒ 9.10, 789 ƒ 10.30, 801 ƒ 9.75, Transportarb. 795 ƒ 4.35, 799 ƒ 4.81, Sigarenmakers 794 ƒ 7.10, bonboekjes I 201—250 ƒ 1.90, F 901—950 ƒ 0.10, E 751—700 ƒ 3.60, A 151—200 ƒ 2.—-, samen ƒ 53.01; Comité Enschedé AC 210 ƒ 7.—, 211 ƒ 4.15, 212 ƒ 2.25, 213 ƒ 3.80, 214 ƒ 1.—, 215 ƒ 7.50, 216 ƒ 11.25, 217 ƒ 2.88, 218 ƒ 6.35, 219 ƒ 4.50, 220 ƒ 5.55, 221 ƒ 5.85, 222 ƒ 6.90, 209 ƒ 6.20, 18 ƒ 6.35, samen ƒ 81.53, af porti ƒ 0.35, netto ƒ 81.18; Bouwvakarb. Velsen A B 999 ƒ 3.70; Landarb. St. Jac. Parochie ƒ 5.52; Comité Hengelo A C 182 ƒ 2.80, 186 ƒ 4.80, 184 ƒ 1.50, 185 ƒ 3.75, 183 ƒ 4.30, 188 ƒ 4.10, 187 ƒ 2.80, 191 ƒ 4.50, 190 ƒ 3.85, 189 ƒ 1.80, samen ƒ .34.20, af porti ƒ 0.35, netto ƒ 33.85; Comité Delft A B 131 ƒ 9.45, 128 ƒ 3.60, 132 ƒ 14.60, samen ƒ 27.65, af porti ƒ 0.17, netto ƒ 27.48; PAS. Hilversum Sigarenmakers AB 519 ƒ 6.—, 523 ƒ 6.72, 520 ƒ 4.80, samen ƒ 17.52, af porti ƒ 0.17, netto ƒ 17.35; Comité Haarlem A C 337 ƒ 2.15, 332 ƒ 0.95, SAS. A A 396 ƒ 3.05, 398 ƒ 1.35, A B 204 ƒ 0.50, 205 ƒ 4.10, 206 ƒ 4.60, 202 zoek, samen ƒ 16.70, af porti ƒ 0.20, netto ƒ 16.50; Bouwvak Bussum A C 47. ƒ 3.30, 48 ƒ 3.10, samen ƒ 6.40; \(ZOS. den H. ƒ 20.—; Comité Deventer Metaalbew. A B 486 ƒ 1.15, Sigarenmakers 884 ƒ 1.80, 885 ƒ 1.80, J. v. B. RSAP. 889 ƒ 1.45, 892 ƒ 1.45, 897 ƒ 2.65, Fabrieksarbeiders 890 ƒ 2.40, 891 ƒ 2.40, 895 ƒ 2.70, 896 ƒ 2.50, 902 ƒ 2.40, 903 ƒ 2.15, Textielarb. uit de kas ƒ 10.—, 887 ƒ 3.25, 888 ƒ 3.35, 893 ƒ 3.65, 894 ƒ 3.30, 898 ƒ 3.25, 899 ƒ 3.45, Collecte 1 Mei ƒ 9.21, bonnen V 1—50 ƒ 2.50, 151—200 ƒ 2.50, 251—400 ƒ 7.50, samen ƒ 76.81, af porti ƒ 0.20, netto ƒ 76.61; Comité Enschedé A C 388 ƒ 7.10, 387 ƒ 2.20, 386 ƒ 6.70, 385 ƒ 2.30, 226 ƒ 2.80, 225 ƒ 3.10, 223 ƒ 2.75, 391 ƒ 2.60, 390 ƒ 3.40, 389 ƒ 5.20, opbrengst batig saldo toneelavond van het Vrije Toneel, dd. 9 Mei voor R. Spanje ƒ 93.22, samen ƒ 131.37, af porti ƒ 0.30, netto ƒ 131.07; PAS. Amsterdam Fabrieksarbeiders A A 142 ƒ 2.85, 158 ƒ 2.45, 582 ƒ 2.70, 621 ƒ 5.28, 622 ƒ 2.85, 623 ƒ 4.79, 624 ƒ 2.45, bonnen 401—450 ƒ 2.50, Metaalbewerkers 979 ƒ 4.24, 569 ƒ 4.06, 989 ƒ 2.56, v. Dijk 981 ƒ 0.40, Mevr. v. d. Velden 633 ƒ 2.48, RSAP. 994 ƒ 12.29, 995 ƒ 8.57, 115 ƒ 3.68, 116' ƒ 7.50, 117 ƒ 5.95, Transportarb. 639 ƒ 5.95, 658 ƒ 0.75, 121 ƒ 6.45, 122 ƒ 10.67, 123 ƒ 0.75, 125 ƒ 1.55, 126 ƒ 5.40, 127 ƒ 5.80, 128 ƒ 3.70, 129 ƒ 0.75, 130 ƒ 3.25, 132 ƒ 5.32, 133 ƒ 3.50, 134 ƒ 4.30, 135 ƒ 1.50, 136 ƒ 5.67, 137 ƒ 3.05, 138 ƒ 4.20, 139 ƒ 2.15, grondwerkers 998 ƒ 6.90, 999 ƒ 6.15, 1000 ƒ 7.05, Bouwvak Afd. Amsterdam 551 ƒ 78.—, Sigarenmakers 110 ƒ 2.65, 111 ƒ 4.30, 112 ƒ 3.35, 113 ƒ 4.20, 114 ƒ 2.50, 420 ƒ 4.20, 422 ƒ 3.33, 423 ƒ 4.35, 424 ƒ 3.47, 425 ƒ 2.80, Meubelmakers 109 ƒ 2.55, 419 ƒ 3.52, SAS. 21 ƒ 3.53, 22 ƒ 2.30, 1000 ƒ 4.—, A B 1 ƒ 11.11, 2 ƒ 8.45, 5 ƒ 6.35, 7 ƒ 7.55, 9 ƒ5.30, 10 ƒ 5.10, 12 ƒ 4.58, 13 ƒ 7.05, 14 ƒ 5.31, 15 ƒ 4.50, 17 ƒ 4.75, bonnen A 451—500 51—100, samen ƒ 10.—, totaal ƒ 397.34.

Gehele verantwoording ƒ 1485.64

Vorige verantwoording „ 8257.07

Totaa! generaal ƒ 9742.71

Rectificatie. In de 6de verantwoording staat vermeld onder Comité Enschedé een aantal lijsten met totaal ƒ 199.20, dit moet zijn Comité Almelo 539 ƒ 6.25, 543 ƒ 12.15, 544 ƒ 5.20, 545 ƒ 4.25, 546 ƒ 8.40, 547 ƒ 12.60, 548 ƒ 6.35, 549 ƒ 14.40, 551 ƒ 4.35, bonnen 1 101—150 ƒ 2.50, 151—200 ƒ 2.50, samen ƒ 78.95, af porti ƒ 0.20, netto ƒ 78.75, het totaal voor Enschedé wordt hierdoor ƒ 120.45.

C. KITSZ, penningmeester.

VROUWEN-WERKCOMITÉ

Steun in natura. Fam. S. te Haarlem: 3 blikken groenten, 3 potten jam, 1 blik leverpastei; J. F. L. te Amsterdam: 1 kilo suiker, 2 pakken meel, 1 pond cacao, 6 pakken kindermeel.

Wol en kleding. Vrouwen-Comité Rotterdam: lijsten no. 336 ƒ 1.—, no. 838 ƒ 2.45, no. 853 ƒ 0.60; Vrouwen-Comité Wormerveer-Krommenie no. 906 ƒ 4.70; Vrouwen-Comité Almelo no. 806 ƒ 4.65, no. 805 ƒ 0.20, no. 808 ƒ 0.25. Totaal ƒ 13.85, met vorige verantwoording ƒ 441.92. Wij verzoeken aan alle Vrouwen-Comité's terugzending der lijsten, de getekende met de bedragen, zowel als de blanco. Tevens ontvingen wij van Th. P. te Breezand (N.-H.) en van Mevr. J. H. L. v. d. D. te Enschedé geld en geen lijsten, wij vragen dringend opzending dezer lijsten.

Mevr. J. VONK—WILLEMS.

STEUNT SPANJE!

ZO IS HET FASCISME