Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28STE JA&üGAPIG -ZATERDAG 19 M&&RT 1921 No 12

EXe met frfcer dekblad mnd*u EMmmm Ikderlatidscbcn metaalbewwßmbond.

———— h Arbeiders aller Landen Vereenlgt U,

REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN Adres van Redactie en Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam – Telefoon Z6175 -fc.—— – –

Kennis Is macnit Eenheid kracht. *

ABONNEMENT: Bij vooruitbetaling per jaar f 1.50 Voor Buitenland verhoogd met ports Losse nummers 0.03 j

Stukken van algemeenen aard moeten uiterlijk Maandags, Bondsnieuws en Advextentiën Woensdagsmorgens zijn ingekomen.

AD VERTENTIEN: örewone aavertentiön . . , . , per regel f 0.30 Aanvragen voor personeel . ~ la , , 0.20 Afdeelingsadvertentiön . . . . » , , , 0.20

OFMACI 23.000 Officiëele Mededeelingen. Deze week wordt het contributiezegel op de 12 e week in het Bondsboekje geplakt. Wat een floofdinspecteur van den Arbeid ons mededeelt over den achturendag. Het hoofd van de Arbeidsinspectie van het rode district (Dordrecht) heeft een onderzoek ingesteld naar de gevolgen van de invoering van ‘ den 8-urendag in verschillende bedrijven en we vonden daarvan een overzicht in het Centraal Verslag der Arbeidsinspectie over 1919. Het onderzoek vond dus plaats overeen tijdvak, waarin de nieuwe arbeidswet nog niet was ingevoerd. Dit sluit in zich, dat de bedrijven, waarover het onderzoex zich uitstrekte, uit eigen beweging' den verkorten werkdag hebben ingevoerd. Wij vermelden allereerst, dat de inlichtingen, betrekking hebbende op de foe- of afname der productie ia dc bedrijven, waarover het onderzoek liep, door de werkgevers verstrekt zijn en dat inde meeste-gevallen niet de gelegenheid open stond de inlichtingen aan de hand van administratieve gégevens- te controleeren. Dit feit op zichzelf ontneemt al voor een groot deel de beteekenis aan” het verwerkte materiaal. Er komt echter nog iets bij; het onderzoek vond plaats ineen periode, die nu niet de allerbeste graadmeter kan genoemd worden voor wat de resultaten van den verkorten werkdag betreft. Het jaar 1919 was dat, hetwelk onmiddellijk volg'de op de oorlogsperiode, tengevolge waarvan de menschen toch al min of meer in buitengewonen doen verkeerden, niet het minst als een gevolg van doorgestane ontberingen. Rekening houdende met deze factoren behoeft het ons niet te verwonderen, dat de meeste leiders van de bedrijven, waarover het onderzoek zich uitstrekte, moesten gewagen van achteruitgang der productie. Het feit evenwel, dat weer andere ondernemers verklaard hebben geen schadelijke gevolgen van den 8-urendag <te hebben ondervonden en da! een ondernemer zelfs moest getuigen van toename der productie, doet ons hel geloof in het maatschappelijk voordeel van het wezen van den 8-urendag behouden, ook ten opzichte van productie-opvoering. Door toepassing van technische verbeteringen werd ineen 2-tai fabrid een een dagproductie verkregen, die weinig verschilde met die van den 10-urendag. Ih een ijzergieterij, waar voorheen 58 uren werd gewerkt, viel na invoering van de 48-urige werkweek een toename der productie te constateeren van 1 pCt. per man en per maand. Het overzicht vermeldt ons, dat deze productie-toename, zoowel van werknemers- als van werkgeverszijde, werd toegeschreven aan grooteren arbeidslost als gevolg van verkorting van den werktijd. Melding wordt gemaakt vaneen onderneming, die vóór den oorlog een bepaalde productie verkreeg met 1150 arbeiders bij een werkweek van 58 uren en die nu, bij een werkweek van 8 uur per dag. plus vrijen

Zaterdagmiddag, 1350 werklieden in dienst moest hebben om de zélfde hoeveelheid productie te kunnen verkrijgen. Ondanks het feit, dat hieruit blijkt, dat voor de totale productie 200 man meer noodig was, is er toch geen sprake van verminderde intensiviteit bij de arbeiders, hetgeen uit het volgende voorbeeld moge blijken. De oude toestand was: 1150 arbeiders met een werkweek \i\ n 58 uren, is 1150 x 58 = 66700 man-uren per week. De nieuwe toestand is: 1350 x 45,=. 60750 man-uren per week. Hieruit blijkt, dat de productie per uur met gemiddeld 9.1 pCt. is toegenomeit. In meerdere bedrijven, zoo zegt óns het overzicht, wist men middelen aan te wenden om de productie op te voeren door vereenvoudiging van werkmethode, het invoeren van nieuwe premiestelsels en het aanbrengen van technische verbeteringen aan machines. Het spreekt vanzelf, dat in tal van omstandigheden de intensiviteit van de arbeiders niet kon worden opgevoerd, Inde metaalindustrie b.v., vooral in dé meer moderne inrichtingen, waar controle . en wijze van wérken reeds zoodanig was ingericht, dat bijna iedere man zijn volle prestatie leverde, kan uiteraard, zonder nieuwere toepassingen, geen verhoogde productie verkregen worden. De sch.eepsklinker op een op moderne leest geschoeide scheepswerf, is niet in staat meer werk te leveren dan reeds voorheen geschiedde. Bij dit soort werk was door het premiestelsel de arbeid reeds zoodanig inspannend, dat vaneen vermeerdering geen sprake kan zijn. «■ * » Vermeldenswaard is het, wat het onderzoek betreft, aangaande de waardeering van den 8-urigen arbeidsdag door de arbeiders. Wij laten dit deel van het rapport, dat hierop betrekking' heeft, in z’n geheel volgen, omdat het ons een eigenaardigen kijk geeft op de handelwijze van vele arbeiders en de daaruit door de werkgevers gesmede argumenten : „Bij oppervlakkige beschouwing zou men geneigd zijn te meenen, dat, in het algemeen gesproken, de arbeiders niet die waardeering van den 8-urigen arbeidsdag aan den dag leggen, welke men had mogen verwachten. Het verschijnsel doet zich n.l. voor, dat bijna overal, waar de mogelijkheid van overwerk bestaat, . de arbeider de geldelijke voordeelen vaneen langeren arbeidsdag verkiest boven het vrij zijn ; temeer, omdat voor overwerk in vele gevallen vernoogdc uurloonen worden uitbetaald. „Zoo werd ineen glasfabriek in sommige afdeelingen gerégeld overgewerkt. Van andere afdeelingen bereikten de directie verzoeken om ook 10 uur per dag te mogen werken. Vaneen metaahvarenfabriek te Dordrecht liep het personeel weg naar andere fabrieken, toen de werktijd van 56 op 50 uur werd teruggebracht. Toen de 50-urige werkweek werd gewijzigd ineen 48-urigê met 2 wekelijksche „overuren”, keerden de arbeiders weer terug. Voor de 2 overuren wordt 25 pCt. overgeld betaald. Vermeldenswaard is zeker ook, wat zich'voordeed inde groote scheepswerf en machinefabriek, waarover zich het onderzoek uitstrekte. Er wa§ daar in Juli igig een 81-urige werkdag met vrijen Zaterdagmiddag (48-urige werkweek) ingevoerd.Den isden Septem-

her d.a.v. begon men per dag 1% uur over te werken, natuurlijk tegen verhoogde uurloonen. Na een week kwam er een protest van de arbeidersvertegenwoordigers die opkwamen voor behoud der 48-urige werkweek. De directie deelde toen mede, dat de maatregel slechts van tijdelijken aard was en genomen was terwille van orders, waarvoor op levering aangedrongen werd. Inderdaad kwam men half October wéér op de vroegere regeling (48 uur) terug. Na vernieuwde invoering op 9 November van 1% uur overwerk per dag, bleven de bezwaren van werknetnerszijde uit, zoodat vanaf dien datum geregeld 10 uur daags wordt gewerkt. „Het schijnt echter dat de georganiseerde arbeiders blijven verlangen naar den 8-urendag, doch aangezien het grootste gedeelte der arbeiders ongeorganiseerd is en deze werkelijk liever langer willen werken, wordt dit laatste verlangen door de directie, die daarmede accoord gaat, gaarne ingewilligd. „De genegenheid van den werkman om over te werken, wordt door de fabriekseigenaars steeds als een bewijs aangevoerd, dat de 8-urige arbeidsdag door den werkman niet wordt begeerd. „Men vergeet daarbij, dat de arbeider thans, nu de wet nog niet in werking is getreden, voor een zeer moeilijk alternatief komt te staan, en tenslotte een onmiddellijk geldelijk voordeel stelt boven de lichamelijke en geestelijke voordeelen, die de kortere arbeidsdag op den duur meebrengt. Men toont daarmede echter nog niet aan, dat een wettelijk voorgeschreven arbeidsdag van 8 uur en wettelijke beperking van overwerk tot het striktst noodzakelijke, niet ook door de arbeiders als een zeer groote stap vooruit zal Worden beschouwd. • „De bietenlossers der Suikerfabriek wisten, ofschoon aan de fabriek een bibliotheek verbonden was, met hun. vrijen tijd geen raad, evenals sommig personeel inde fabriek. Zij verzochten lange; te mogen arbeiden. Het betrof hier vooral tijdelijk personeel, dat tijdens de ■campagne op de fabrieken . is gehuisvest (circa 125 man).” ..Zooals we reeds opmerkten, heel veel nieuws bevat Mit gedeelte van het rapport voor ons niet. We wisten het en helaas, we moeten het nog eiken dag ervaren, dat de groote massa van de arbeiders geen bezwaar heeft tegen langer werken, dat, om met dezen hoofdinspecteur te spreken, nog tal van arbeiders raêer gevoelen voor een financieel voordeel dan voor den voor lichaam en geest zoo zegenrijken 8-urendag. Zooals de arme pachtboer het allerbeste van wat zijn bedrijfje voort brengt, verkoopt om maarte verdienen, teneinde in zijn onderhoud en dat van de zijnen te kunnen voorzien voor wat het hoogst noodige betreft, waarbij hij meestal gedwongen is zelf het slechtste te behouden, zoo verkoopt de arbeider het beste lichamelijke en geestelijke goed, voor meer zilverlingen. Het voorbeeld van de groote scheepswerf en machinefabriek (hoogstwaarschijnlijk' . betreft het hier de Mij. „De Schelde” te Vlissingen), is wel het beste bewijs, dat men z’n eerstgeboorterecht voor een schotel linzenmoes verkoopt. Immers, toen de 48-urenweek, was ingevoerd en kort daarna overgewerkt moest worden,, protesteerden 1 de werklieden. Later echter, toen zij eenmaal met de extra verdiensten kennis gemaakt hadden en opnieuw overgewerkt moest 1 worden, bleven de protesten uit. Dit eene ;

voorbeeld zegt ons genoeg. De werklieden stelden den 8-urendag op prijs, maarde smaak van het meerdere geld, dat zij natuurlijk best konden gebruiken, had hen nu eenmaal inde verleiding gebracht. Tenslotte vermelden we nog uit het rapport een staaltje, dat we vonden onder het hoofd: „Besteding van den vrijen tijd door den arbeider.” We vonden daarbij o. m. het volgende: „Opvallend is het, hoe veelal aan één ■ persoon zooveel verschillende bestuursfuncties in vereenigingen worden opgedragen, terwijl anderen er totaal niets van willen weten. Een persoon, te Zwijndrecht had 5 zeer belangrijke bestuursfuncties en verklaarde, dat hij eiken dag zooveel schrijfwerk had, dat hij nooit een uurtje vrij was. Velen' daarentegen staan soms den ganschen dag op straat, wanneer des nachts door hen gewerkt is.” Voor vele van onze leden wordt hier een vingerwijzing gegev.cn omtrent hetgeen hun plicht is jegens de organisatie. Zooals die man uit Zwijndrechi, zijn er meerderen, ook in onzen Bond, die Steeds bezig zijn voor hun organisatie. Vele arbeiders en niet het minst de georganiseerden, stelién dén 8-urendag. op hoógen prijs, maar kunnen er niet een deel van missen voor hun organisatie. Geeft van hetgeen gij hebt, dat geldt ook voor uw vrijen tijd ! Zonderlinge conclusies. Het kan zijn nut hebben, dat onze leden eens eenige feiten van rechtspraak leeren kennen, waaruit allicht eenige leering te trekken is. Wij bedoelen de rechtspraak, die geschiedt, wanneer uitkeeringen zijn gedaan aan werklooze leden, die door de gemeenten, waarin de leden woonachtig zijn, als onrechtmatig worden beschouwd. Zooals wellicht bekend is, kan de organisatie, indien zij de rechtmatigheid der vordering betwist, hiertegen in beroep gaan bij den Minister van Arbeid. Deze, de commissie van advies gehoord hebbende, doet vervolgens uitspraak of al dan niet de uitgekeerde som door de organisatie inde werkloozenkas moet worden teruggestort. Het volgende geval is teekenend. In het voorjaar van 1920 werd de streek langs de groote rivieren getroffen dooreen sterke stijging van het water. Dit nam een dusdanige afmeting aan, dat op een gegeven oogenblik het terrein, waarop de firma De Vries Rohb'é en Co., te Gorinchem, haar fabrieken heeft, onder water liep, met het gevolg, dat de werkzaamheden geen voortgang konden hebben en de fabrielj stopgezet werd. Het eerste gevolg dezer stopzetting was, dat de verdiensten der werklieden ophielden. De firma echter, die wel inazg, dat algeheele loonderving niet opging, betaalde ’t loon uit. Hierbij werd verwacht, dat de overstrooming, even plotseling als zij was opgekomen, ook weer zou verdwijnen. Dit gebeurde echter niet. Zoodra het tijdstip der volgende loonbetaling was aangebroken, maakte dan ook de firma bekend, dat wel het loonbedrag zou worden uitbetaald, doch de werklieden wel moesten begrijpen, dat dit loonbedrag, evenals het vorige, als voorschot moest worden beschouwd. Over de

Sluiten